Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 

Met de paardentram vanaf de Vaartkant naar Leur

 
Dit verslag in woord en beeld geeft enig inzicht, hoe en waar de tram van de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM) reed, op weg vanaf het bij de Vaartkant gelegen kruispunt bij km 8,65 (Rijksweg van Breda via Roosendaal en Bergen op Zoom naar het Tholenscheveer) tot in het dorp Leur.
 
 
De topografische kaart uit circa 1920 geeft het tracé van de paardentram langs de Hoge Vaartkant aan tot in Leur precies aan. De lijn had aanvankelijk een lengte van 1664 meter en eindigde bij het standbeeld van turfschipper Adriaan van Bergen, ruim voor de brug tussen de Korte en de Lange Brugstraat in het dorp. De verlenging, alleen voor goederenvervoer, naar de bedrijven aan de Leurse haven kwam pas in 1914 tot stand en heeft nooit op een topografische kaart gestaan.
 
 
Het paardentramtraject Vaartkant - Leur met een lengte van 1664 meter kwam in dienst op 3 november 1892, en dat in aansluiting op de stoomtramweg van de ZNSM die al in 1890 in gedeelten was aangelegd vanaf Breda tot op het Moleneind in Oudenbosch.
 
Waar de Rijksweg de (Hoge) en (Lage) Vaartkant kruiste, lag een wisselplaats voor de stoomtram. Het wissel aan de westzijde (zie tekening) gaf aansluiting op de paardentram naar en van Leur. Hoogstwaarschijnlijk stond de paardentram steeds te wachten ter hoogte van het café 'Lage Vaartkant'. Alleen dan bleef immers een kruising van twee stoomtrams mogelijk op de wisselplaats.
Het wissel was overigens alleen noodzakelijk voor het doorgaande goederenvervoer naar en van de haven in Leur.
 
 
Het café 'Lage Vaartkant' stond op de noordoostelijke hoek van de Rijksweg en de Lage Vaartkant. Het had witgepleisterde muren en een stolpdak. Dat de deur op de hoek stond, had ongetwijfeld te maken met het feit dat het paardentramtraject krap langs het café lag. Uiteraard is het café pas tot stand gekomen, nadat een uitbater er brood inzag om bij de kruising enige inkomsten uit voorbijkomende reizigersvervoer van de ZNSM te halen. Foto C.Th. Lohmann, 21 april 1963.
 
 
Rijdend in de richting Leur reed de paardentram steeds aan de oostzijde van de Lage Vaartkant. Ongetwijfeld stond op nummer 9 deze boerderij er al, toen de ZNSM in 1892 met haar paardentrambedrijf op Leur begon. Overigens zorgde de ZNSM alleen voor het rollend materieel. De tractie (paard en koetsier) werd immers uitbesteed aan een plaatselijk stalhouder. Links ligt het restant van de vroegere turfvaart naar Leur. Foto C.Th. Lohmann, 22 november 1968.
 
 
Rijdend naar Leur, kwam je na zo'n drie-kwart kilometer aan bij de eerste bebouwing van Leur. Uiteraard stond die aan de westzijde van de weg. Daar was genoeg plaats, weliswaar ten westen van de vroegere turfvaart (toen nog maar een sloot). Aan de oostzijde van de Lage Vaartkant reed immers de paardentram. Overigens kwam de bebouwing tot stand in verband met de gunstige ligging ten opzichte van de in 1914 tot stand gekomen stopplaats of halte van de 'Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen' (SS), zo'n 250 meter verderop vanaf de standplaats van de fotograaf. Dat lag niet aan de ZNSM.
Overigens waren de huizen slechts bereikbaar via een houten bruggetje over de sloot. De witte paaltjes dienden om het verkeer te waarschuwen voor de sloten aan weerszijden van de weg. In de verte ligt de spoorwegovergang en rijzen de torens van de R.K. Kerk in Leur omhoog. Foto C.Th. Lohmann, 4 mei 1959.
 
 
Pas op 1 mei 1914 stopten voor het eerst enkele treinen in Leur. Voor dat doel werd aan weerszijden van de spoorweg een aarden perron met een lengte van 100 meter aangelegd. Aanvankelijk (1914-1918) konden reizigers slechts schuilen onder een afdakje bij het wachtpostje voor de overwegwachter aan de noordwestzijde van de overweg. Pas in 1918 kwam er op elk perron een abri. Dat aan de noordoostzijde was bovendien nog voorzien van een kantoortje voor de verkoop van kaartjes. Bovendien werden de aarden perrons toen nog met 50 meter verlengd.
 
 
De vorige tekening is ontstaan op een kadastrale basis. Voor de volgende is echter een opmeting in opdracht van de 'Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen' (SS) gebruikt. Duidelijk blijkt dat het nogal wat geld kostte om reizigers op een fatsoenlijke wijze in Leur te laten in- of uitstappen. Alleen twee simpele perrons van 150 meter lengte waren niet voldoende. Twee stenen abri's kostten ook onderhoud en toezicht, terwijl de plaatselijke overwegwachter moest instaan voor de verkoop van kaartjes.
 
In de jaren dertig werd dat alles verleden tijd, want toen veroverden 'wilde' autobusdiensten het lokale vervoer op het platteland. Per 15 mei 1938 hield Leur op te bestaan als stopplaats voor de trein. Een jaar later werden de abri's en de aarden perrons afgebroken. Duidelijk is op de eerste tekening de na 1900 vanuit Leur oprukkende bebouwing te zien, tot ver voorbij de overweg. Ook is op beide tekeningen de ligging van het paardentramtraject van de de ZNSM ingetekend.
 
 
Met de ochtendzon in de rug ziet fotograaf Lohmann de (voormalige) wachterswoning 11 aan de zuidwestzijde van de overweg aan het Lichttorenhoofd / Lage Vaartkant. In 1920 was de woning al voorzien van een behoorlijke uitbreiding aan de achterzijde, terwijl het dak omhoog was gebracht om een fatsoenlijke slaapgelegenheid te maken voor de grote kinderschare van de overwegwachter. Links staat het schuurtje van de familie. Dit alles verdween in de jaren rond 1975. Foto C.Th. Lohmann, 31 augustus 1972.
 
 
Op de voorgaande foto uit 1972 is te zien, dat de spoorwegovergang aan het Lichttorenhoofd / Lage Vaartkant al was uitgerust met een AHOB (automatische halve overwegbomen). Dat gebeurde per 28 februari 1962. Enkele dagen eerder waren werknemers van de NS nog bezig met de installatie van de AHOB. Toen ook werd de overweg met enkele meters verbreed. Verder is te zien, dat aan de zuidwestzijde van de overweg de wachtpost lag voor de dienstdoende wachter, kennelijk een nieuwbouw uit 1939 na de afbraak van de gebouwen uit 1918. Het traject van de tram van de ZNSM lag ongeveer op de plaats van de oostelijke portaalmast (rechts) voor de ophanging van het bord 'Aanraken Draden Levensgevaarlijk'.
 
Tot in 1963 werden aan weerszijden van elke overweg in een spoorweg met elektrische tractie portaalmasten geplaatst met het bord 'Aanraken Draden Levensgevaarlijk'. Maar vanwege het door (hooggeladen) vrachtauto's omverrijden of omvertrekken ervan werden deze na 1963 niet meer geplaatst (en zelfs bijna overal weggehaald). Dit was een eerste bezuinigingsmaatregel, omdat het spoorwegbedrijf inmiddels in de rode cijfers was beland.
 
 
Vanaf de spoorwegovergang tot in het hart van het dorp reed de paardentram steeds aan de oostzijde van de Vaartkant, in het dorp later als Lichttorenhoofd aangeduid. Eerst was de bebouwing nog schaars, slechts hier en daar stond er een huis of een boerderij. Maar In het hart van het dorp met klooster en het St.-Antonius Gesticht (later psychiatrisch ziekenhuis) verrezen na 1900, vooral aan de westkant van de straat, enkele fraaie villa's en herenhuizen.
 
 
Terugkijkend vanuit het dorp in zuidelijke richting reed de paardentram aan de oostzijde (op de foto links) van de Vaartkant, later als Lichttorenhoofd bekend.
 
 
Wat verder in noordelijke richting was er na de eeuwwisseling sprake van een aaneengesloten bebouwing. De paardentram rijdt aan de oostzijde van de weg en is in de verte ook te zien. De ansichtkaart is destijds gemaakt ter hoogte van de huidige Kloosterlaan.
 
 
Weer wat verder in noordelijke richting was er na de eeuwwisseling sprake van een bijna aaneengesloten bebouwing. Het huis met de trapgevel is ook op de vorige afbeelding te zien. Het is de laatste van een rijtje van zeven huizen. De paardentram rijdt pal voor de de voordeur aan de oostzijde van de weg.
 
 
Overigens bestaat het rijtje woningen nog steeds, zij het op sommige plaatsen flink gewijzigd. Ook de getrapte voorgevels van de beide panden aan het eind zijn vervangen door een eenvoudiger uitvoering. De foto is gemaakt op 11 augustus 2021.
 
 
Slechts op een beperkt aantal ansichtkaarten is in de verte een paardentram te ontwaren. Kijkend in de richting van het centrum van het dorp staat aan de linkerkant een statig pand (nu Van Bergenplein 78) en rechts een boerderij, die later volledig is gewijzigd in het koffiehuis met de naam 'Hof van Holland'. Kort daarbij staat het paardentramrijtuig te wachten op reizigers. Overigens was daar aan de overkant ook het koffiehuis met de naam 'Station Paardentram'.
 
 
Het pand met de naam 'Hof van Holland' heeft nog alle kenmerken van het uiterlijk op vroegere foto's. De eigenaar is overigens ook niet afkerig van het verleden, getuige de afbeeldingen van vroeger op zijn terras-schermen. Uiterst lInks staat het grote pand van het St.-Antonius Gesticht (nu bekend als Huize St.-Antonius, psychiatrisch ziekenhuis) uit 1893. De foto is gemaakt op 11 augustus 2021.
 
 
Trots sieren de woorden 'STATION' en 'PAARDENTRAM' op het pand met als huidig adres Van Bergenplein 80, schuin tegenover het 'Hof van Holland'. Wie denkt dat hier vroeger een 'station' was gevestigd in de betekenis van een wachtruimte en kaartverkoop voor reizigers voor de paardentram van de ZNSM heeft het mis. Op z'n best heeft het pand destijds gediend als koffiehuis met gelegenheid om bestelgoederen af te geven voor vervoer per paardentram (en verder met de stoomtram vanaf de Vaartkant) of als afhaalpunt. Misschien woonde hier destijds één van de personeelsleden of een koffiehuishouder.
De schaarse reizigers uit Leur kochten hun kaartje in elk geval op de tram, zoals dat ook gebeurde in de grote steden met een eigen tramwegonderneming. De foto is gemaakt op 28 augustus 1990, toch zijn de opschriften en de paardenkop heden ten dage nog steeds als zodanig aanwezig.
Links van dit pand staan nieuwe(re) huizen met de nummers Van Bergenplein 82 en 84. Vervolgens begint dan het Lichttorenhoofd, met een fraaie villa op nummer 2.
 
 
Er bestaat ook een ansichtkaart met dit pand uit de jaren van de Eerste Wereldoorlog. Op de klokgevel van het huis ernaast met het winkelraam staat zelfs ook nog het woord 'STATION', maar dat pand (nu van Bergenplein 82) was in 1990 al gesneuveld voor een nieuw huis. De fotograaf kijkt naar het zuiden. Het paardentramtraject lag aan de oostzijde van het Lichttorenhoofd. Links is een stukje van de vroegere remise van de paardentram te herkennen en daarachter het pand, dat nu 'Hof van Holland' heet.
 
Overigens hing aan de gevel van de 'tramstations', gevestigd in een café in Oud Gastel, Oudenbosch, Hoeven en Etten, steeds een houten bord, met daarop (bijvoorbeeld) de tekst 'Station Etten. Goederen Kantoor van de Zuid-Ned. Stoomtramweg-Mij". Want de eigenaar van het café trad op als plaatselijk agent voor de ZNSM. Bij hem kon je dan ook één of meer goederenwagens bestellen, als je bijvoorbeeld een lading stenen of hout of wat dan ook had te vervoeren of te bezorgen. Hoogstwaarschijnlijk was dat ook in Leur het geval, maar dan bij de eigenaar van dit pand, die op eigen initiatief de woorden 'Station' en 'Paardentram' op de gevel heeft laten aanbrengen. Wie het weet, mag het zeggen. Overigens zijn de woorden op de ansichtkaart uit 1914-1918 en de foto uit 1990 niet gelijk in uitvoering.
 
 
Helaas zijn er geen foto's bewaard gebleven van een goed in beeld staand paardentramrijtuig op het lijntje Vaartkant - Leur, vandaar dat op deze plaats wordt volstaan met een afbeelding van één van de rijtuigen van de 'Ginnekensche Tramweg-Maatschappij' naast de remise bij het riviertje 'De Ley' in Breda. Het volledige conducteursbestand, zes man sterk en voorzien van een uniform met pet en geldtas, poseert in 1902 samen met directeur M.A. Kuytenbrouwer (met paraplu en bolhoed), de plaatselijke stalhouder (staand op het voorbalkon) en de opzichter (uiterst rechts) voor één van de paardentrams.
 
De paardentramrijtuigen waren vaak opgesierd met reclame-uitingen van plaatselijke bedrijven. Kwatta was in Breda een goede adverteerder. Op het bord staat: 'Kwatta's Manoeuvre Chocolaad', Speciaal bereid...(onleesbaar)'. Dit was één van de belangrijkste bedrijven in het Breda van weleer. De echte naam luidde: 'Stoom Chocolade- en Cacaofabriek "Kwatta" Breda'. Verder staan er vóór en achter boven het balkon borden met de tekst 'Vraagt Altijd Sunlight Zeep' en op de zijkant: 'Vollenhoven's Stout en Lager, agent J.A. Wouterlood'. Ook op het zijpaneel achter het personeel staan reclameleuzen. Uiteraard stonden ook op de andere kant van het rijtuig dezelfde reclameteksten.
 
 
De zomerdienstregeling per 1 mei 1898 laat zien, dat er per dag tussen Leur en Vaartkant tien trams per dag reden, met over het algemeen goede aansluitingen in de richtingen Oudenbosch en Breda. In voorkomende gevallen werd uiteraard gewacht. De hele dienst kon worden gereden met één enkel paardentramrijtuig.
 
 
De zomerdienstregeling per 1 mei 1910 laat zien, dat er per dag tussen Leur en Vaartkant dertien trams per dag reden, met over het algemeen goede aansluitingen in de richtingen Oudenbosch en Breda, zie hieronder. In voorkomende gevallen werd uiteraard gewacht. De hele dienst kon gemakkelijk worden gereden met één enkel paardentramrijtuig en dat zou altijd zo blijven.
 
 
Vanaf de opening van de paardentramdienst per 3 november 1892 tussen Leur en Vaartkant reden er gemiddeld tien ritten per dag in beide richtingen. In 1906 was dat inmiddels opgelopen tot zo'n dertien per dag in elke richting, maar dat bleek toch te hoog gegrepen. Even liep het aantal terug tot tien, tot dat het in 1910 weer steeg tot dertien per dag in de zomer en op tien bleef staan in de winter. Hoe groot dat aantal was in de jaren 1914-1918 is bij gebrek aan dienstregelingen onbekend. Na 1920 ging het snel bergafwaarts met het aantal reizigers.
 
Het lijntje Vaartkant - Leur had volgens de oorspronkelijke plannen het begin moeten vormen voor een volwaardige verbinding per stoomtram vanaf Vaartkant via Leur naar Zevenbergen, Klundert naar Oude Molen, waar dan aanluiting was op de lijn Oud Gastel - Willemstad die overigens pas in 1906 tot stand kwam. Hoewel de ZNSM in november 1900 een concessie kreeg voor de aanleg van het traject tussen Leur en Oude Molen, kwam het er wegens gebrek aan geld niet van. De plannen en alle in details uitgewerkte tekeningen bleven in het archief, totdat alles op 29 maart 1942 in vlammen opging bij een brand in het kantoor van de ZNSM aan de Tramsingel te Breda. Dat alles was het gevolg van een bombardement door de geallieerden...!
 
 
Het tracé van de paardentram (links op een tekening, gemaakt aan de hand van een schets uit 1914) is ingetekend op een foto uit Google Earth. Enkele nog bestaande gebouwen zijn overgenomen, zoals een villa, het postkantoor, een muziekkiosk en de vroegere kerk van de Nederlands Hervormden. Bij het kruisje stond het beeld van turfschipper Adriaan van Bergen. De brug tussen de Korte en de Lange Brugstraat bij de kerk was destijds nog een ophaalbrug vanwege een eventuele doortocht van zeilschepen.
 
 
Ter hoogte van het St.-Antonius Gesticht (later psychiatrisch ziekenhuis, juist rechts buiten beeld) en een fraaie villa (links in beeld, tegenwoordig Van Bergenplein 78) uit circa 1908 lag het eindpunt van de paardentram. Een wissel leidde naar de remise en de paardenstal (rechtsachter de fotograaf). Zowel het rijtuig als het paard werden 's avonds laat 'op stal' gezet.
Links, iets voorbij de villa, staat het postkantoor (tegenwoordig Van Bergenplein 68) en in het midden het beeld van Adriaan van Bergen. Rechts in de verte rijst de kerk van de Nederlands Hervormden op. Vaag is te zien dat de rails nog wat verder gaan tot kort voor het beeld van Adriaan van Bergen (zie tekening en foto uit Google Earth hierboven). Foto uit circa 1910.
 
 
Het eindpunt van het paardentramtraject lag bij het beeld van Adriaan van Bergen op het gelijknamige plein. Paardentrams kwamen slechts tot op het zijspoor bij de remise aan de zuidzijde van dit plein. Alleen goederenwagens konden aan noordzijde hiervan ter lossing of lading worden geplaatst. Dat gebeurde met een stoomlocomotief die even op en neer reed vanaf de Vaartkant.
 
 
Foto links: Links buiten beeld staat het 'Station Paardentram' (Van Bergenplein 80), vervolgens de villa op Van Bergenplein 78 (zie eerdere afbeelding), vervolgens twee huizen op nummers 74 en 70 (pas later gebouwd en vanwege de bomen moeilijk te zien) en het vroegere postkantoor op Van Bergenplein 68.
Foto rechts: Het standbeeld van Adriaan staat tegenwoordig aan de Geerkade. Op de vorige standplaats is nu een oude waterpomp geplaatst. De foto's zijn gemaakt op 12 augustus 2021.
 
In april 1914 werd het tramtraject verlengd tot op de Geerkade, ongeveer ter hoogte van de zeepfabriek 'De Ster'. Of de verlenging een succes was, is niet bekend, maar een feit is dat heel wat vervoer in de jaren twintig al snel werd overgenomen door de sterk in opkomst zijnde vrachtauto's van particuliere eenmansbedrijven. In de jaren dertig zal er per tram ongetwijfeld niet zo veel meer naar en van de haven zijn vervoerd.
De definitieve stopzetting van alle goederenvervoer per tram van de ZNSM vond plaats op 11 januari 1937 (dus ook tussen Vaartkant en Leur), waarna al gauw alle railstaven als oud ijzer werden verkocht aan handelaren die het op hun beurt weer konden afzetten in Duitsland voor de daar sterk in opkomst zijnde oorlogsindustrie.
 
 
Een honderd meter verderop, terugkijkend in zuidelijke richting, is links het St.-Antonius Gesticht (nu bekend als Huize St.-Antonius, psychiatrisch ziekenhuis) uit 1893 te zien. Het gebouw is een ontwerp van in Leur wonende architect P. van Genk (* 1844 te Bergen op Zoom, + 1919 te Leur) in neo-gotiek en bestaat nog steeds, hoewel de middenpartij inmiddels flink is aangetast. Rechts staat een fraaie villa uit circa 1908 (Van Bergenplein 78), ook van de hand van Van Genk.
In het midden staat het paardentramrijtuig naast de houten remise, waarvan een helft van de dubbele deur is geopend. In het bredere deel van het gebouw was de paardenstal ondergebracht. Je kon immers niet met één enkel paard volstaan voor het rijden van een paardentramdienst van zes uur 's morgens tot tien uur 's avonds.

De stalhouder zal ongetwijfeld minder medelijden met zijn koetsier en conducteur hebben gehad. Lange werkdagen, zelfs van 16 uur, waren destijds bij spoor- en tramwegmaatschappijen zeer gebruikelijk. Indien mogelijk of noodzakelijk zal de paardenverzorger weleens een rit als koetsier hebben gereden.

Het huis (nu Van Bergenplein 80), zichtbaar tussen remise en villa droeg de opschriften 'Station' en 'Paardentram'. Op deze woning stond, hier niet leesbaar, op de zijgevel: 'Hier waarschuwt men voor den tram'. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Een blik vanuit de toren van de kerk van de Nederlands Hervormden op het latere Adriaan van Bergenplein met daarop de houten remise en daarnaast een stoomlocomotief. Midden op het plein staan drie goederenwagens om opgehaald te worden of naar de haven te worden gebracht. Daarvoor is een stoomlocomotief naar Leur gekomen. Midden op het plein bevond zich een muziekkiosk en aan de andere kant het postkantoor van Leur (nu Van Bergenplein 68). Verderop staan de villa (nu Van Bergenplein 78) en het huis (nu Van Bergenplein 80) met de opschriften 'Station' en 'Paardentram'. Op de voorgrond is het beeld van Adriaan van Bergen op een sokkel in het gelijknamige plantsoen geplaatst. Ansichtkaart uit circa 1920.
 
 
Vreemd is het feit dat op een foto in 1932 vanuit de toren van de kerk van de Nederlands Hervormden alles kaler is dan ooit tevoren. Dat er geen paardenstal meer staat, is duidelijk. Adriaan van Bergen heeft echter geen enkele beschutting meer tegen slecht weer. Of het witte gebouwtje misschien een zeer solide abri was voor wachtende autobusreizigers als opvolger van de paardentram? Rechts staan het postkantoor, drie villa's en het voormalige 'Station Paardentram', nu respectievelijk Van Bergenplein 68, 70, 74, 78 en 80.
 
In elk geval is de 'wilde' autobusdienst van D. de Bruijn uit Willemstad, die kort na 1920 zonder enige vergunning van de overheid begon te rijden tussen Breda - Vaartkant - Leur - Zevenbergen - Willemstad de oorzaak geweest van het vroegtijdig opheffen van de paardentram tussen Vaartkant en Leur.
Overigens stelde de overheid in het begin van de jaren twintig nog geen enkele eis aan een autobusdienst en zij oefende ook geen enkel toezicht uit, want wettelijk was er toen nog niets geregeld. Tegen de activiteiten van D. de Bruijn uit Willemstad bleek de tram
niet bestand en in 1925 was het dan ook voorgoed afgelopen met het reizigersvervoer per paardentram.
 
 
Twee markante punten zijn in Leur nog steeds het beeld van Adriaan van Bergen en het postkantoor uit 1903, dat inmiddels al lang niet meer als zodanig in gebruik is. Foto's C.Th. Lohmann, collectie Stadsarchief Breda, 31 oktober 1968.
 
 
Ruim en halve eeuw later nogmaals het voormalige postkantoor van Leur op Van Bergenplein 68 in beeld, met ernaast de villa op Van Bergenplein 70. De foto is gemaakt op 12 augustus 2021.
 
 
Het postkantoor van Leur uit 1903 aan het huidige Van Bergenplein 68, naar het ontwerp van de in Leur wonende architect P. van Genk, was al meteen een markant blikvanger. Op de voorgrond zijn de laatste meters rails voor het goederenvervoer per tram naar en van Leur juist zichtbaar. De doortrekking naar de Leurse haven vond plaats in april 1914. Ansichtkaart uit circa 1905.
 
 
Iets verderop terugkijkend naar Adriaan van Bergen zijn, behalve de rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven, het postkantoor en de fraaie huizen te zien. Het water op deze plaats In Leur had al lang niet meer de functie als haven, zoals vroeger. Ansichtkaart uit circa 1915.
 
 
Nog iets verderop naar het noorden ligt de brug over het water tussen de Korte en de Lange Brugstraat. Vanaf hier is in de verte de paardentramremise te zien en wat naar rechts het postkantoor uit 1903. De grote villa en het beeld van Adriaan van Bergen die op voorgaande beelden waren te zien, staan er nog niet. Rechts op de Kade liggen de rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. Ansichtkaart uit circa 1905.
 
 
Staande op het bruggetje voorbij de bomen op de vorige ansichtkaart en terugkijkend naar de brug over het water tussen de Korte en de Lange Brugstraat zien we het kerk van de Nederlands Hervormden en de helft van het rijtje bomen dat al snel moest plaatsmaken voor een verlenging van de kademuur. Ansichtkaart uit circa 1905.
 
 
Vanaf de brug over het water tussen de Korte en de Lange Brugstraat zien we enkele jaren later in de verte de paardentramremise en het rijtuig en wat meer naar rechts het beeld van Adriaan van Bergen, de grote villa uit circa 1908 en het postkantoor uit 1903. Rechts op de Kade liggen de rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. De stenen kademuur is inmiddels flink verlengd. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Staande ter hoogte van de brug over het water tussen de Korte en de Lange Brugstraat kijken we in zuidelijke richting. Links staat het St.-Antoniusgesticht en rechts de beeldbepalende gebouwen van Leur. Adriaan van Bergen heeft gezelschap gekregen van een muziekkiosk. Rechts liggen de rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. Zelfs mijnheer pastoor is even van zijn fiets gestapt om samen met enkele parochianen te poseren voor de fotograaf. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Nogmaals een blik ter hoogte van de brug over het water tussen de Korte en de Lange Brugstraat. Juist buiten beeld rechts lagen vroeger de rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. Foto uit circa 1935.
 
 
Ongeveer op hetzelfde punt als voorgaande afbeelding is voerman J. Kriesels uit Etten met paard en kar fotografisch vastgelegd. Foto uit circa 1925.
 
 
Een beeld vanaf de oostzijde van het water ten zuiden van de brug tussen de Korte en de Lange Brugstraat. Rechts lagen vroeger de rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. Foto C.Th. Lohmann, 4 mei 1959.
 
 
Nogmaals een beeld vanaf de oostzijde van het water ten zuiden van de brug tussen de Korte en de Lange Brugstraat. Voor de huizen langs lagen vroeger de rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. Foto C.Th. Lohmann, 4 mei 1959.
 
 
Kijkend vanuit de Korte Brugstraat in oostelijke richting staat rechts de kerk van de Nederlands Hervormden. De brug is in de late jaren twintig of begin dertig vervangen door een vaste brug. Hoewel het op de foto nauwelijks is te zien, liggen er nog rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. Foto uit 1934.
 
 
Een beeld op de brug over het water tussen de Korte en Lange Brugstraat, genomen in zuidelijke richting vanaf de Geerkade. Links staat de kerk van de Nederlands Hervormden en rechts in de verte is het postkantoor te ontwaren. Foto C.Th. Lohmann, 3 mei 1961.
 
 
Een beeld vanaf de brug over het water tussen de Korte en Lange Brugstraat, genomen in noordelijke richting naar de Geerkade. Links liggen er nog geen rails voor het goederenvervoer per tram naar en van de Leurse haven. Het in Leur thuishorende schip met de naam 'Industrie' van beurtvaartschipper Teunissen is juist bezig met het laden of lossen van stukgoed. Teunissen onderhield de beurtvaartdienst van Leur op Rotterdam. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Vanaf medio 1914 is de Leurse haven ten noorden van de brug bij de kerk van de Nederlands Hervormden bereikbaar per tram. Logisch dat C. Bruning, plaatselijke uitgever van ansichten, nieuwe uitgaven op de markt brengt. Vanaf het punt naast de brug bij de kerk van de Nederlands Hervormden ligt op de voorgrond een strak gelegd tramtraject. In de verte staan enkele goederenwagens van de ZNSM. Ook zeepfabriek 'De Ster' en molen 'De Lelie' (althans de wieken ervan) zijn te zien. Links achter het dak van de loods rechts is het nieuwe bedrijf van 'Van Beckhoven en Van Iersel' uit 1912 aan de overkant van het water te herkennen.
Ansichtkaart uit circa 1915.
 
 
De op de Geerkade aangelegde wisselplaats voor de tram is vaag te zien op de voorgrond van de foto, die het nieuwe bedrijf van de strohulzenfabriek 'Van Beckhoven en Van Iersel' uit 1912 aan de overkant van de Leurse Vaart vastlegt. Zij startten in Leur met een nieuwe fabriek, nadat hun oude onderkomen in Zwartenberg (ten zuiden van Zevenbergen) in 1911 door een felle brand totaal was verwoest. Aan de kade liggen het beurtvaartschepen 'Industrie Leur' (links) en 'Handel en Scheepvaart' (rechts). Ansichtkaart uit circa 1915.
 
 
Kijkend vanaf de weg aan de oostzijde van de haven in zuidwestelijke richting naar de Geerkade valt het oog op een viertal open (ten dele ook met hekken verhoogde) goederenwagens van de ZNSM. Het gebouwencomplex links, kort bij de brug, is te herkennen op twee voorgaande ansichtkaarten. Ansichtkaart uit circa 1915.
 
 
Kijkend vanaf de weg aan de oostzijde van de haven in noordwestelijke richting naar zeepfabriek 'De Ster' aan de Geerkade ligt lhet in Leur thuishorende schip met de naam 'Industrie Leur' van beurtvaartschipper Teunissen voor anker. Op de kade staat slechts een enkele open goederenwagen van de ZNSM.
 
 
Nogmaals een gezicht vanaf de oostzijde op de fabrieksgebouwen aan de Geerkade te Leur. Uiterst links staat zeepfabriek 'De Ster' en uiterst rechts molen 'De Lelie'. Er zijn geen tramgoederenwagens meer te zien. De welvaart van vroeger is duidelijk tanende. Foto uit circa 1935.
 
 
Nogmaals een gezicht vanaf de oostzijde op de fabrieksgebouwen aan de Geerkade te Leur. Uiterst links staat zeepfabriek 'De Ster', in het midden molen 'De Lelie' en uiterst rechts de waarschijnlijk al gesloten strohulzenfabriek 'Van Beckhoven en Van Iersel'. Er is nog maar weinig vertier in de haven. Een visser en zijn zoon gooien hun hengeltje uit zonder gestoord te worden. De echtgenote laat de hond uit. Foto uit circa 1935.
 
 
Nogmaals een gezicht vanaf de oostzijde op de fabrieksgebouwen aan de Geerkade te Leur. Uiterst links staat molen 'De Lelie' en rechts de gesloten strohulzenfabriek 'Van Beckhoven en Van Iersel'. De welvaart van vroeger is verdwenen. Foto uit circa 1940.
 
 
In latere jaren zag het zeer somber uit voor de aan de Geerkade gevestigde bedrijvigheid. Allerlei bedrijfjes wisselden elkaar af en in de haven kwamen alleen nog wat pleziervaartuigen. Op 9 april 2000 zijn echter de voormalige N.V. Stoomzeepfabriek 'De Ster' en molen 'De Lelie' nog goed herkenbaar aanwezig.
 
 
Een beeld van het bedrijfsgebouw van de voormalige N.V. Stoomzeepfabriek 'De Ster', dat een horecabestemming heeft gekregen. Foto 12 augustus 2021.
 
 
Een beeld van het bedrijfsgebouw van de voormalige 'Machine-Constructiefabriek Van Nunen BV' en molen 'De Lelie' naast volop nieuwe woningen heeft het vroegere havengebied van Leur een nieuw leven ingeblazen. Foto van 12 augustus 2021.
 
 
De metamorfose moest twintig jaar geleden nog op gang komen, al waren de eerste voortekenen ervan al wel zichtbaar. Inmiddels heeft het hele gebied aan weerszijden van de Leurse Vaart een algehele metamorfose ondergaan met nieuw gebouwde huizen. Slechts zeepfabriek 'De Ster', het bedrijf van 'Van Nunen' en molen 'De Lelie' zijn overeind gebleven en gerestaureerd. Links in de verte staat de kerk van de Nederlands Hervormden, al heeft die ook al heel lang een andere bestemming. Een nieuwe ophaalbrug en een gerestaureerd huisje bij de molen moesten al in 2001 het beeld meer historie laten uitademen. Foto van 10 mei 2001.