Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 

Per tram van Stampersgat naar Willemstad

 
Dit verslag is bedoeld om in woord en beeld enig inzicht te geven, hoe en waar de tram van de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM) reed op weg van Stampersgat naar Willemstad.
 
 
Bij gebrek aan plattegronden van Stampersgat uit circa 1925 is als basis voor deze kaart een beroep gedaan op kadastrale kaarten uit de jaren 1875-1925. Hierop is de ligging van de sporen van de ZNSM in het dorp en het emplacement met aansluiting voor de ‘Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek’ ingetekend. Het grootste deel van de sporen voor maximaal vier bietentrams (twee aan de westzijde van de Brugstraat en twee op de kade aan de Mark) was uitsluitend bedoeld voor de twee suikerfabrieken. In de tijd van de ZNSM was er alleen een verspreid staande lintbebouwing. Tekening Marius Broos, Roosendaal.
 
 
De ligging van de tramwegen in Stampersgat is ingetekend op een foto uit Google Earth. Rechts komt het tracé uit Oud Gastel. In de dorpskom begint (naar links afbuigend) de aansluiting van de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek 'Dinteloord', aangelegd in 1909. Rechtsaf gaat het tracé via de Brugweg naar de brug en vervolgens verder naar Fijnaart, Oudemolen en Willemstad. Vanuit de Brugstraat is er een aansluiting naar de ‘Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek’. Kijk en vergelijk de situatie uit 1937 op de tekening met de hedendaagse foto uit 2020.
 
 
Kijkend vanuit de Brugstraat op de draaibrug over De Mark. Rechts staat de schuilgelegenheid voor de brugwachter. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Aan de kop van de Brugstraat in Syampersgat is weinig meer te ontwaren van het landhoofd. Na het opblazen van de brug door de terugtrekkende Duitsers in november 1944 werd de draaibrug niet meer hersteld en verdween langzamerhand alles wat hieraan herinnerde. Dat is niet geval aan de Fijnaartse kant. Tussen het struikgewas is het vroegere landhoofd op 31 maart 2020 nog heel goed te zien.
 
 
Een brug aanleggen was destijds geen sinecure. Aan de zuidzijde lag er al een dorpje met wegen, waarop de ZNSM kon aansluiten. Dat was aan de noordzijde wel anders, want eigenlijk lag daar alleen maar een laaggelegen polderweggetje dat ook onder water kon lopen. Vandaar dat de tramweg in 1906 vrij snel vanaf de brug wat naar rechts afboog en deels gebruik maakte van dat weggetje. Pas in 1909 lag er pal ten oosten van de brede waterloop tussen de 'Angelinapolder' en 'Den Grooten Toren Polder' een nieuwe hoge dijk, waarover de tram werd geleid op weg naar Fijnaart via de Steiledijk en de Appelaarseweg. Dit alles is nog steeds zo aanwezig.
 
 
Met de rug naar de vroegere brug kijkt de fotograaf op het nieuwe stuk dijk (dat evenals de oude polderdijk verderop ook Steiledijk werd genoemd) in noordelijke richting. Links ligt de brede waterloop tussen de 'Angelinapolder' en 'Den Grooten Toren Polder'. Waar nu de bomen rechts staan, lag vroeger de tramweg, 31 maart 2020.
 
 
Aan het einde van de nieuwe dijk draaide de tram vroeger met een vrij korte boog naar rechts om dan vanaf deze buurtschap aan de Steiledijk deze weg te volgen in de richting Fijnaart, 31 maart 2020.
 
 
De aanleg van het stuk tramweg tussen de brug bij Stampersgat en Fijnaart kostte veel geld, omdat de ZNSM vanaf deze buurtschap tot aan Fijnaart steeds een stuk grond ter breedte van vier meter aan zuid- en oostzijde van de Steiledijk en de Appelaarseweg moest aankopen. Dat betekende het verleggen van de sloot onder aan de dijk landinwaarts en het ophogen van de dijk tot een voldoende breedte voor de tram, en dat alles op eigen kosten. Vanaf de hier gelegen buurtschap bleef de tram dus op een eigen tracé rechts van de weg de Steiledijk en de Appelaarseweg volgen.
 
 
Na het verwijderen van de rails in 1937 bleef het kale tracé langs de Steiledijk en de Appelaarseweg liggen. In feite kun je anno 2020 aan de Steiledijk de rails opnieuw leggen, pal naast het wegdek aan de zuidzijde (rechts op de foto), 31 maart 2020.
 
 
Ook vanuit de lucht is het destijds door de ZNSM verlaten tracé langs de Appelaarseweg nog heel goed te zien. De tram reed hier pal naast het huidige fietspad aan de zuidzijde. Duidelijk zijn de weg en de fietspaden aan het kleurverschil te herkennen.
 
 
Na het verwijderen van de rails in 1937 bleef het bredere tracé langs de Steiledijk en de Appelaarseweg liggen. In feite kun je nog altijd aan de zuidzijde van de weg, pal rechts naast het fietspad, de rails opnieuw leggen. In de verte rechts staat de boerderij, destijds bekend als 'Hoeve Traats' en tevens naamgever van het 'Wissel Traats', 31 maart 2020.
 
 
Nog interessanter wordt het, als je de hele outillage van het 'Wissel Traats' eenvoudig kunt herleggen, zoals op de foto uit 'Google Earth' is ingetekend. Alle benodigde grond is als grasveld nog aanwezig. Rechtsonder ligt 'Hoeve Traats' in beeld.
 
 
De weegbrug bij de laad- en losplaats lag eerst naast de tramrails, zodat de suikerbieten op de kar of in manden werden gewogen en dan pas overgeladen. In 1910 werd dat proces tussen de rails gelegd, zodat de bieten pas na overlading op een tramwagen werden gewogen en vervolgens naar de suikerfabriek afgevoerd. Dat sloot vergissingen uit en kwam het netto-gewicht ten goede.
 
 
Na de ontruiming van de tramrails werd de grond langs de dijken en bij 'Wissel Traats' overgedragen aan de toenmalige gemeente Fijnaart en Heijningen (thans gemeente Moerdijk). Tot nu toe was die grond nog niet nodig voor wegverbreding. Integendeel zelfs, tot in onze dagen bestaat het wegdek uit kasseien (klinkers) met een weerszijden een fietspad in straatstenen. Juist in de herfst van 2020 zijn de fietspaden wegens verzakkingen opnieuw gelegd met dezelfde stenen en in dezelfde breedte, zodat de authenticiteit van het wegdek volledig is gehandhaafd.
 
 
Kijkend vanaf het 'Wissel Traats' naar de 'Hoeve Traats', die al lang niet meer als zodanig in gebruik is (en ook niet meer in handen van deze familie), 6 november 2020.
 
 
Kijkend vanaf het 'Wissel Traats' in noordwestelijke richting draaide de tram in een fraaie boog van 90 graden naar Fijnaart, 31 maart 2020.
 
 
Terugkijkend in zuidoostelijke richting naar het 'Wissel Traats' zie je in de verte de plek waar het 'Wissel Traats' lag en daarachter 'Hoeve Traats', 31 maart 2020.
 
 
Na de boog van 90 graden gaat het in één streep langs de Appelaarseweg naar Fijnaart. Vanaf 'Wissel Traats' lijkt de berm aan de oostzijde krapper dan vóór de wisselplaats. De tram reed dan ook rechts van de kasseienweg, waar nu het fietspad ligt. Ook kan de sloot in de loop van de tijd wat breder zijn gemaakt, 31 maart 2020.
 
 
Nogmaals een plaatje van de Appelaarseweg naar Fijnaart. De tram reed rechts van de weg, waar nu het fietspad ligt, 31 maart 2020.
 
 
Nogmaals een plaatje van de Appelaarseweg naar Fijnaart. De tram reed rechts van de weg, waar nu het fietspad ligt, 31 maart 2020.
 
 
Komend uit de Appelaarseweg moest de tram in een glooiende helling naar de hoger gelegen Molenstraat in Fijnaart worden geleid. De vroegere smalle aansluiting vanuit de polder was echter niet voldoende, zodat het perceel ten westen van de aansluiting werd aangekocht en de woning deels afgebroken. Het overblijvende deel met een afgeschuinde hoek ging dienst doen als 'Tramstation' voor Fijnaart.
Lang duurde dit niet, want al in 1927 werd dit 'Tramstation' afgebroken om de weg te verbreden voor het zich uitbreidende verkeer op de weg en om de tram een wat royalere doorgang te geven. Nog geen zeven jaar later was het voor de tram in het vervoer van reizigers tussen Oud Gastel en Willemstad gedaan, terwijl het goederenvervoer al veel langer per vrachtauto ging.
 
 
Terug naar de aansluiting van de Appelaarseweg op de Molenstraat in Fijnaart. De glooiende helling is nog steeds aanwezig, terwijl de ruimte die destijds ontstond, nooit meer werd volgebouwd. De fotograaf staat op het punt waar de Appelaarseweg wat naar links begon te buigen, 6 november 2020. De tram reed ter hoogte van de stoeprand en boog ongeveer bij de lantaarnpaal verder naar links af naar de Molenstraat. Vervolgens reed de tram aan de noordzijde van de straat in westelijke richting naar de Nieuwe Molen.
 
 
Een blik in de jaren vijftig op de Appelaarseweg in de richting van de Molenstraat laat zien, waar de tramweg destijds had gelegen. Rechts van de weg lag het wegdek of fietspad er nog maar sjofeltjes bij.
 
 
Terugkijkend vanaf de Molenstraat naar de Appelaarseweg in de jaren vijftig is goed te zien, waar de tramweg destijds had gelegen. Daar lag het wegdek of fietspad er nog maar sjofeltjes bij. De fietser rijdt niet voor niets links van de weg. Het huis, dat in de verte aan het einde van de weg lijkt te staan, bevindt zich in werkelijkheid in de bocht van de weg naar links.
 
 
De enige ansichtkaart met een tram van de ZNSM in Fijnaart. Uit de Appelaarseweg komt juist een tram (locomotief en minstens drie rijtuigen) de Molenstraat opgereden.
 
 
Van de aanleg van de eerste tramtrajecten in West-Brabant in 1892 zijn geen foto's bekend, des te interessanter is het dat dit bij de lijn Stampersgat - Willemstad wel is gebeurd. Vermoedelijk is deze foto gemaakt tussen Fijnaart en het kruispunt bij de 'Nieuwe Molen'. Alvorens rails en dwarsliggers konden worden geplaatst, moest het wegdek worden opgebroken om een ballastbed (grind en kiezelstenen) aan te leggen.
 
 
Zodra de tram de Molenstraat had bereikt, reed deze 'immer gerade aus' in westelijke richting tot voorbij de 'Nieuwe Molen'. Kort voor de kruising bij de 'Nieuwe Molen' stond destijds aan de linkerkant de Fijnaartse 'Cooperatieve Fabriek van Melkproducten'. Nu is dat sinds enkele jaren een benzinestation.
In 1922 kreeg de zuivelfabriek een spooraansluiting op de ZNSM. Op een foto uit Google Earth is de ligging ervan ingetekend. Duidelijk is dat voor het plaatsen van wagens tweemaal de Molenstraat moest worden overgestoken en zelfs nog het kruispunt, waarop de 'Nieuwe Molen' uit 1752 stond.
 
 
Gezicht vanuit het oosten op de dan al lang gesloten zuivelfabriek van Fijnaart, 2 november 1975. Vóór het gebouw links werden vanaf 1922 volle melkbussen gelost en lege weer geladen in lage bakwagens van de tram, al heeft dat proces niet langer dan een jaar of tien geduurd.
 
 
Gezicht op de 'Nieuwe Molen' uit 1752, die op het kruispunt van de Molenstraat uit het oosten (rechts) en de Appelaarsedijk uit het zuiden (achter de fotograaf) stond. De tram reed vroeger kort achter langs de molen. Foto W.A. Korpershoek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, november 1963. Anno 2020 is dit kruispunt al heel wat jaren geleden gewijzigd in een rotonde, terwijl ook alle op deze foto zichtbare huizen zijn afgebroken. Vanaf het kruispunt bij de 'Nieuwe Molen' bleef de tram steeds aan de rechterkant van de weg rijden. Een honderdtal meters verder draaide de tram rechtsaf de Oudemolensedijk op (rechtdoor ligt de Oude Heijningsedijk).
 
Na circa een halve kilometer wordt deze weg nu doorsneden door A 59, met op- en afritten en andere constructies, zodat er van het oorspronkelijke tramwegtracé nog maar weinig is overgebleven. Voorbij deze aansluiting reed de tram aan de zuidzijde van deze weg naar de buurtschap Oudemolen (nu inmiddels een een heel dorp).
 
 
Kort voor de aankomst in de buurtschap Oudemolen had je inderdaad de 'Oude Molen' staan. De 'Nieuwe Molen' was (helaas) na enkele tientallen jaren wiekenloos (en daarmee ook werkeloos te zijn geweest) op 24 mei 1972 genadeloos ten prooi aan de sloper gevallen. Daarentegen werd de 'Oude Molen' na vele jaren stilstand en dus een stille onttakeling in de jaren negentig gerestaureerd en kreeg die een nieuw leven. De tram naderde de toenmalige buurtschap rechts van de weg, ongeveer op het huidige fietspad, en draaide in de verte met een krappe boog naar links de Stadsedijk op, 6 november 2020.
 
 
Vanuit het zuidwesten draaide de tram luid bellend, om berijders van andere voertuigen te waarschuwen, in een krappe boog naar de Stadsedijk, circa 1910.
 
 
Op Koninginnedag, 31 augustus 1906, werd op Oude Molen niet alleen gevlagd, maar ook gewerkt aan de aanleg van het tramtraject aan de oostijde van de Stadsedijk. Links staan twee opzichters bij de aanleg, genoeglijk met elkaar te praten, terwijl de fotograaf zijn best doet om de plaatselijke bevolking en de arbeiders op de gevoelige plaat vast te leggen.
 
 
Op Koninginnedag, 31 augustus 1906, werd op Oude Molen niet alleen gevlagd, maar ook gewerkt aan de aanleg van het tramtraject aan de oostijde van de Stadsedijk. Links poseren twee opzichters bij de aanleg, terwijl de fotograaf zijn best doet om de plaatselijke bevolking en de arbeiders op de gevoelige plaat vast te leggen. De foto is iets verder op de Stadsedijk gemaakt.
 
 
Langs de hele twee en een halve kilometer lange Stadsedijk lagen twee wisselplaatsen. Juist voorbij de laaggelegen Oostmiddelweg (rechtsonder in beeld) begon de eerste ter lengte van zo'n 250 meter, ter hoogte van de witte auto. De Stadsedijk was en is nog op meerdere plaatsen vrij breed, zodat de tram alle ruimte had. De tramrails lagen ongeveer op de scheiding van het huidige asfalt en de klinkers ernaast, behalve bij de wisselplaats voorbij de Oostmiddelweg (circa km 19,5). Het wegdek lag daar in vroegere jaren meer naar het noorden dan nu, zodat de wisselplaats (van km 19,674 tot km 19,927) ten zuiden van de weg lag. De vrijgekomen ruimte, nu soms wel drie tot zes meter breed, die er nu ligt, was dus niet de plek van de wisselplaats, 6 november 2020.
 
 
Ofschoon de Stadsedijk op een topografische kaart nagenoeg recht lijkt, is dat ter hoogte van het 'Gat van Boslust' (ook bekend als het 'Breede Gat'), een voormalige kreek, niet het geval. Staande op het vroegere tramwegtracé maakte de tram een aardige slinger op de hooggelegen polderdijk. Iets voorbij de slinger ligt de boerderij 'Boslust' rechts, 6 november 2020.
 
 
Voorbij de slinger en nog steeds ongeveer staande op het vroegere tramwegtracé bevinden zich de afrit naar een fraaie boerderij. Vanuit de tram had je in vroeger dagen een prachtig uitzicht naar weerskanten, 6 november 2020.
 
 
Ter hoogte van de laaggelegen Westmiddelweg (rechtsonder in beeld, circa km 21,1) lag er geen wisselplaats of laad- en losplaats. Dat was pas bij Helwijk het geval, 6 november 2020.
 
 
Een eindje verderop (circa km 21,4) staat aan de linkerkant van de Stadsedijk, laag in de polder, het fraaie landhuis 'Dortmund'. Kort daarbij (circa km 21,5) bevindt zich kort tegen de weg een boerderij uit 1901. Deze laatste, Stadsedijk 95, lijkt nu nog het enige in originele staat zijnde pand, waar de tram in vroegere tijd langs reed, zoveel is er inmiddels 'vernieuwbouwd' of gesloopt. Kijkend in de richting Willemstad lagen de rails van de tram rechts op of tegen het fietspad.
 
 
Terugkijkend in de richting Oude Molen lag het tracé van de tram links op of tegen het fietspad. Zo de boerderij op Stadsedijk 95 in 1906 de tram 'zag komen', zo zag hij deze ook gaan in 1937. De boerderij staat te koop voor 345.000 euro..!
 
 
Nogmaals de boerderij uit 1901 aan de Stadsedijk. De situering van dit pand en de in de verte zichtbare huizen is goed vergelijkbaar met de hieronder staande foto van een 'opbraaktram' in 1937. Duidelijk is dat de rails rechts, deels op de weg en deels in de berm lagen, zowat op de plek waar de fotograaf op 6 november 2020 dit plaatje maakte.
 
 
Weer terug in de tijd. Nadat de tramdiensten in West-Brabant waren gestaakt, was het nog slechts wachten op de opbraak van alle infrastructuur. In juli 1937 kwam de lijn Oud Gastel - Willemstad aan de beurt. Zo rails en dwarsliggers in 1906 vanuit Oud Gastel waren aangelegd, zo ging de opbraak in tegenovergestelde richting, dus vanuit Willemstad.
Locomotief ZNSM 4 met, naast een bagagewagen voor het werkvolk, twee hoge bakwagens voor het verzamelen van dwarsliggers en twee platte wagens voor de rails, rijdt aan de Stadsedijk in de richting van Oude Molen. De juiste plaats van de 'opbraaktram' aan de Stadsedijk is niet bekend, hoewel deze niet ver van het pand Stadsedijk 95 zal zijn geweest. De datum is 23 juli 1937.
 
 
Ongeveer op dezelfde plaats aan de Stadsedijk is een ploegje werkvolk bezig met het verslepen van een railstaaf, 23 juli 1937.
 
 
De tweede laad- en losplaats lag kort voor de toenmalige buurtschap Helwijk, tussen km 22,360 en 22,510, kort voor het begin van het Steenpad naar Willemstad. De wisselplaats uit 1906 werd in 1924 aan de zuidzijde met 48 meter verlengd door het verplaatsen van wissel B. Ook was er nog een weegbrug. Tien jaar later was het al gedaan, door het opheffen van het goederenvervoer per tram vanwege de sterke opkomst van de vrachtauto. Overigens is de ruimte voor de laad- en losplaats nog uitstekend bewaard gebleven en voor een deel als parkeerplaats in gebruik.
 
 
Voor het aanleggen van de tramweg aan de oostzijde van het smalle Steenpad naar Willemstad moest in 1906, evenals in Fijnaart, een strook van vier meter breedte worden aangekocht. Jaren na de opheffing van de tram werd deze strook naadloos bij de weg getrokken, zodat langs het Steenpad niets meer uit het verleden is te zien.
 
 
Ter plaatse van het hoogopgaande struikgewas (rechts van de verkeersborden) lag de afrit van de Stadsedijk naar het laag gelegen Steenpad (rechts in beeld). Vanaf de weegbrug bij Helwijk was het precies twee kilometer, voordat de tramweg ging afbuigen naar naar het emplacement voor de Landpoort van de stad.
 
 
Van het Steenpad zijn tot dusverre nog geen foto's bekend met rails naast de weg. Ook bij het inhalen van burgemeester J.D. Biert Dane in april 1914 zijn geen rails te onderscheiden.
 
 
In vroeger dagen kwam je Willemstad niet rechtstreeks binnen. Precies zoals de tram dat deed, reed je rechtdoor (via de huidige De Lierestraat), totdat je linksaf de Koningin Wilhelminalaan inging, om vervolgens uit te komen op de vestinggracht en die naar links te volgen. Na een honderdtal meters kwam je uit op het punt, waar het huidige Steenpad overgaat in de Landpoortstraat. Pas in de late jaren zestig kon je rechtstreeks naar Willemstad rijden, via de nieuw aangelegde gebogen verbindingsweg, zie foto hierboven uit Google Earth.
 
 
Het eindpunt van de ZNSM in Willemstad was een heus tramstation, kort voor de vestinggracht. Het bestond uit een haltegebouw met wachtlokaal en goederenopslagplaats. Apart hiervan stond een retiradegebouwtje (niet op tekening). Voor de locomotiefdienst was er een locomotieven- en rijtuigenloods met in het gebouw een hooggelegen waterreservoir. Verder was er er nog een bergplaats voor steenkolen. Voor het (naar later bleek) schaarse vervoer van goederen lag er een lange laad- en losweg. Kennelijk verwachtte de ZNSM in 1906 heel veel van zowel het reizigers- als het goederenvervoer. Nergens in haar tramwegnet was een dergelijk groots opgezet station aanwezig. Locomotief ZNSM 5 staat gereed voor vertrek met drie reizigersrijtuigen, een bagagewagen en twee goederenwagens naar Roosendaal.
 
 
Plattegrond van het emplacement bij Willemstad met daarop voorgesteld alle faciliteiten voor het vervoer van reizigers en goederen.
 
 
Bij de officiele opening op 14 december 1906 reed er een uiteraard een speciale tram voor directieleden en hun genodigden. Samen met wat personeelsleden poseert een aantal van hen bij de westzijde van de locomotieven- en rijtuigenloods.
 
 
Locomotief ZNSM 3 met post-bagagewagen en personeel, circa 1910. Van links naar rechts poseren stoker, machinist (in witte kiel op zijn machine), twee conducteurs (met geldtas), depotchef en twee postbeambten voor de fotograaf.
 
 
Het haltegebouw met wachtlokaal en goederenopslagplaats. Schuin erachter staat het retiradegebouwtje met aparte privaten en waterplaatsen voor dames en heren, circa 1930. Het onderhoud van het emplacement liet wel wat te wensen over, zo zeer was de financiele nood inmiddels al gestegen.
 
 
Aan de oostzijde van de locomotieven- en rijtuigenloods poseren wat personeelsleden van de Dienst van Weg & Werken, circa 1930. Rechts in de verte staat villa 'Zonnehoek', thans Koningin Wilhelminalaan 1.
 
 
In de hoop meer reizigers- en goederenvervoer te verwerven, deed de ZNSM verwoede pogingen om haar trams door te laten rijden naar de haven. Pas in 1926 slaagde zij daarin, maar toen was het al te laat. Autobussen en vrachtauto's waren inmiddels zodanig goed ontwikkeld en niet aan vergunningen gebonden, dat zij de trams veel vervoer afsnoepten door voor hen uit te rijden.
 
 
De verlenging van de tramweg tot op de havenkade gaf de ZNSM de mogelijkheid om aanvullend vervoer te bieden, in aansluiting op de bootdienst van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM) tussen Numansdorp en Willemstad over het Hollandsch Diep. De ZNSM reed door tot op de steiger van de RTM, waar de foto is gemaakt van locomotief ZNSM 2, het nog niet zo oude en moderne rijtuig AB1 en een postbagagewagen. De weinige doorgaande reizigers hoefden door de twee à drie per dag rijdende tram niet meer te voet naar de zuidzijde van Willemstad en omgekeerd.
 
Overigens lag op de steiger een wisselplaats (zie foto uit Google Earth), waardoor de locomotief na aankomst aan de haven kon 'omlopen' en terugkeren met de tram naar het station aan de zuidzijde van Willemstad. Het tweede spoor is op de foto echter niet te zien vanwege de hoge begroeiing.
 
 
Voor de huisvesting van vier personeelsleden met hun gezinnen liet de ZNSM in 1907 aan de Landpoortstraat 14, 16, 18 en 20 vier woningen onder één kap bouwen, verdeeld in twee beneden- en twee bovenwoningen met elk een eigen voordeur aan de straat. Anno 2020 staan ze er nog steeds en wel in gerestaureerde toestand. Gezicht vanuit de Achterstraat op de vier huizen aan de Landpoortstraat, 15 november 1997.
 
 
Links: Gezicht vanuit de Achterstraat op de vier huizen aan de Landpoortstraat, 15 november 1997.
Rechts: Gezicht in de Landpoortstraat in oostelijke richting op de vier huizen van de ZNSM, 15 november 1997.
 
 
De eerste bouwtekening werd op 8 januari 1907 door de ZNSM ingediend bij het gemeentebestuur te Willemstad. Uiteindelijk werden de afstanden tussen de ramen iets gewijzigd uitgevoerd.
 
 
De vier huizen van de ZNSM staan in Willemstad bekend als 'DE TRAMHUIZEN', al waren ze al in 1931 van de hand gedaan. In 1994 zijn ze volledig gerestaureerd, vandaar dat er toen een gedenksteen is ingemetseld. Deze is op 4 november 1994 onthuld door Elizabeth van Leenen, geboren op 24 november 1932 te Oud-Beijerland.
 
 
Tot en met de zomerdienst van 1933 reden er nog trams in de reizigersdienst tussen Oud Gastel en Willemstad. Per dag reden er slechts drie trams vier trams heen en terug, waarvan er slechts twee de reizigers tot op de steiger (aan de Lantaarndijk) voor de aansluitende bootdienst van de RTM brachten. In omgekeerde richting stonden drie trams op de steiger te wachten.
 
 
Vanaf sinds 7 juli 1933 reden er tussen Oud Gastel en Willemstad geen reizigerstrams meer. Wel is de ZNSM nog tot 4 oktober 1934 de exploitant en daarna de BBA. Nog slechts drie bietencampagnes is de tram van de partij, waarna het vervoer vooral overgaat naar de vrachtauto. Gedeelte van een advertentie in ‘De Grondwet’ van 14 oktober 1933. Bewerking: Marius Broos.
 
Overigens was de frequentie van de autobusdienst echt niet hoger dan in de tijd van de stoomtram, zo weinig aanbod van reizigers was er op dit traject. Er was een heel duidelijk onderscheid tussen de dienst op werkdagen, of zon- en feestdagen. Wel was er nog steeds een aansluiting op de bootdienst van de RTM in de haven.
 
 
Gezicht vanaf de toren van het gemeentehuis in de richting van de 'D'Orangemolen'. De straat rechts, waarin je kijkt, is de Bovenkade (zonder rails), terwijl achter die huizen links de Benedenkade ligt. In de verte ligt het Hollandsch Diep. Ansichtkaart uit circa 1905.
 
 
De reizigersdienst was al opgeheven, toen Provinciale Waterstaat in 1935 de Bovenkade vrij van rails wilde hebben in verband met een toekomstige dijkverhoging. Eind 1935 werd het werk uitgevoerd, zoals op de tekening is aangegeven. Voortaan lagen de rails ten noorden van de molen ('D' Orangemolen') om via de Benedenkade met een krappe boog kort langs het Arsenaal weer aan te sluiten op het tracé naar de haven. Nadat de ZNSM, inmiddels BBA, in januari 1937 alle goederenvervoer per tram had gestaakt, werd in april 1937 een begin gemaakt met het opbreken van alle rails en dwarsliggers.
 
 
Literatuur
M.J. van Gink, Uit Willemstads tramverleden. Vroegere tramplannen en de ZNSM-stoomtramlijn Oud Gastel - Willemstad,
in: jaarboek 6, heemkundekring 'De Willemstad', 1996, blz. 76-106.