Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 

Per tram van Gastelsveer naar Stampersgat

 
Dit verslag is bedoeld om in woord en beeld enig inzicht te geven, hoe en waar de tram van de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM) reed op weg van Gastelsveer naar Stampersgat.
 
 
Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat het bord boven de deur, waarop in 1975 de tekst ‘café P. Moerings tel. 290’ staat, onder verschillende verflagen nog de tekst ‘Station Stoomtram Gastelsveer’ draagt. Het was destijds nog maar 40 jaar geleden, dat het café de functie voor tramreizigers had verloren. Toch stopte er in 1975 nog altijd elk uur een autobus van de 'N.V. Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten' (BBA), die in 1934 was geboren als opvolger van de zes tramwegmaatschappijen in Noord-Brabant. Zij reed nog steeds tussen Breda en Steenbergen, via Etten, Hoeven, Oudenbosch, Oud Gastel en Kruisland, precies zoals de ZNSM dat voorheen reed. Foto Marius Broos, 10 mei 1975.
 
 
Na afloop van de oefening op 26 juli 1917 wordt koningin Wilhelmina door enkele hoge militairen naar haar dienstauto begeleid. Die staat aan de Veerkensweg en op de achtergrond is het café Gastelsveer te zien. Aan de muur hangt het bord met opschrift ‘Station Stoomtram Gastelsveer’. Tussen de rails van het baanvak Oud Gastel - Kruisland staan nog wat mensen, die uitgelopen zijn om een glimp van de vorstin op te vangen. Foto Persbureau Holland, collectie ‘Het Geheugen van Nederland’.
 
 
Het tramwegknooppunt bij het Gastelsveer was vanaf 1893 meerdere malen per dag het levendige overstappunt van reizigers uit en naar Oud Gastel en Oudenbosch, uit en naar Roosendaal, uit en naar Kruisland en Steenbergen (vanaf 1900 ook met de RTM uit en naar Schouwen-Duiveland) en vanaf eind 1906 uit en naar Willemstad. Mocht de aansluiting enige vertraging hebben of moest je wachten op een aansluitende tram, dan bood het café Gastelsveer je enige soelaas.
De tekening spreekt haast voor zich. Tot 1906 konden er nog geen (goederen)trams rechtstreeks naar en van Kruisland rijden en was het steeds overstappen. Pas in 1911 kwamen er ruimere faciliteiten op de Gastelsedijk Zuid en konden er zelfs drie trams uit verschillende richtingen naast elkaar staan.
Opzienbarend is echter dat er destijds nauwelijks foto's zijn gemaakt of bewaard zijn gebleven, zelfs geen ansichtkaart. En dat op zijn zo'n tramwegknooppunt...!
 
 
Meer dan een eeuw terug werd de meest opzienbarende plaat gemaakt door notaris A.M.B. Smulders te Oud Gastel. Twee dames zijn op 23 januari 1908 op de Gastelsedijk Zuid bij het Gastelsveer uit de tram van Roosendaal naar Oud Gastel gestapt en poseren nog even voor de fotograaf, alvorens zij (vermoedelijk met hem) naar het gelijknamige café (links buiten beeld) gaan, in afwachting van de eerstvolgende tram uit Oud Gastel naar Kruisland en Steenbergen.
De door hen verlaten tram rijdt inmiddels in de boog naar Oud Gastel en bestaat uit de minimale samenstelling: een locomotief, een bagagewagen, een twee-assig rijtuig 1e klasse en een vier-assig rijtuig 2e klasse met middenbalkon. Duidelijk is de in de winter (en zeker na sneeuwval) zeer slijkerige Gastelsedijk Zuid en het naar de Veerkensweg geleidelijk aflopend tramwegtracé te zien.
 
 
Tachtig jaar later was de inmiddels ‘afgeslechte’ boog naar Oud Gastel (rechts) nog duidelijk in het veld te herkennen aan de ligging van de sloot. Foto Marius Broos, 20 december 1998.
 
 
Op de foto uit Google Earth hierboven is de standplaats van de fotograaf van de plaat hierboven aangegeven met een sterretje. De in 1980 nog zichtbare 'afgeslechte' boog is overigens niet meer te herkennen.
 
 
Tot slot een schilderij van Jan Kuppens. Staande op de Veerkensweg kijkt hij in de richting van het café en de draaibrug. Links komt de stoomtram uit Roosendaal en rijdt de Veerkensweg op. Vaag is de boog naar de brug te ontwaren en in de verte de woning van de brugwachter. Mooi is de schuur met rieten dak te zien die schuin tegenover het café Gastelsveer staat, de enig bekende afbeelding. De schuur behoorde toe aan de eigenaar van het café, tevens landbouwer. Waarschijnlijk is deze schuur in de oorlog verwoest.
Rechts ligt het spoor naar en van Oud-Gastel. Zoals op de tekening hierboven is te zien, was dat uitgevoerd als strengelspoor. Dit was in 1903 aangelegd en bedoeld om ontsporingen te vermijden. Het wissel op dit schilderij werd toen ruim tachtig meter in de richting van Oud Gastel verplaatst en was van een bijzondere constructie. Tot 1903 ontstonden nogal eens ontsporingen, omdat een stoomtram uit Roosendaal naar Oud Gastel te snel door het wissel ging vanwege de aflopende helling. Omgekeerd moest een zware stoomtram naar Roosendaal veel kracht zetten om de helling naar de Gastelsedijk West/Zuid op te komen en ontspoorde dan nog wel eens op het kromliggende wissel naar links.
 
 
Een paar honderd meter vanaf het Gastelsveer naar Oud Gastel lag aan de linkerzijde van de Veerkensweg een wisselplaats. Hier moest een tram tijdelijk wachten, wanneer er bij hwt Gastelsveer geen mogelijkheid was om een tegenligger te kruisen. Dat er een wisselplaats was, kun je niet aan het wegdek en ook niet aan de bomen zien, want die zijn pas na 1937 geplant. Maar de destijds omgelegde sloot ligt er echter nog steeds en geeft de plaats aan van de wisselplaats door een bredere berm aan de noordzijde van de bomen. De foto is gemaakt op 14 oktober 2018. Op de achtergrond is de grote schuur bij het café Gastelsveer te zien.
 
 
Situatietekening van de wisselplaats aan de Veerkensweg. De ZNSM kocht in 1892 de in lichtgrijs aangegeven perceelsgedeelten.
 
 
Kijkend naar Oud Gastel zie je heden ten dage nog steeds de destijds omgelegde sloot en de bredere berm langs de Veerkensweg ook goed. De foto dateert van 14 oktober 2017.
 
 
Locomotief ZNSM 5 wacht met een goederentram op de wisselplaats aan de Veerkensweg, 1927. Te zien zijn de machinist (voor op de locomotief), de stoker (achter op de locomotief), de conducteur (wellicht op weg naar zijn dienst op een reizigerstram, vanaf het Gastelsveer), en helemaal vooraan een student die stage liep bij het tramwegbedrijf en alle facetten van het werk moest ervaren. In het boek 'Ons dorp Kruisland' worden overigens namen van het dienstdoende personeel vermeld.
 
 
Gezicht vanuit het westen op Oud Gastel. Links het spoor van de ZNSM en de St.-Joannesschool. In het midden staat de nieuwe R.K.- kerk (met oude toren) en rechts het Liefdesgesticht St.-Joseph met kapel. De tramweg lag aan de noordzijde van de Veerkensweg. tot de boog naar de Oudendijk. Ansichtkaart uit de jaren 1906- 1914, collectie heemkundekring Het land van Gastel.
 
 
Gezicht vanuit het oosten op het Liefdesgesticht St.-Joseph. Links staan een schuur, stal en huis van Antonius Josephus Dankers, landbouwer, grootgrondbezitter en gemeenteraadslid te Oud Gastel. Rechts ligt het spoor van de ZNSM naar het Gastelsveer (uit 1892). Ansichtkaart uit circa 1910, collectie heemkundekring Het Land van Gastel.
 
 
Gezicht vanuit het oosten op de boerderijgebouwen van de familie Dankers en verderop het Liefdesgesticht St.-Joseph. Rechts ligt het spoor naar en van Gastelsveer (uit 1892). Links rijdt een reizigerstram uit Willemstad vanuit het in 1914 nieuw aangelegde spoor naar Gastelsveer. Twee militairen op een dienstfiets staan te wachten totdat de fotograaf zijn werk heeft gedaan. Ansichtkaart uit circa 1915, collectie heemkundekring Het Land van Gastel.
 
 
Een plaatje, ongeveer een honderd meter terug naar het centrum van Oud Gastel en circa vijftig jaar later, laat zien waar ongeveer de tramrails lagen en waar de tram uit Willemstad naar Gastelsveer invoegde op de lijn vanuit Oudenbosch naar Gastelsveer.
 
 
Rechts staat de pastorie van de R.K. Kerk. Duidelijk is te zien dat het van links komende spoor (uit 1914) in een boog eerst het spoor naar en van Oudenbosch (uit 1892) kruist en dan naar rechts langs een stukje van de voormalige tuin van de pastorie gaat. Daarvoor moest een stuk muur wijken en werd het hek deels verplaatst en aangepast. Ansichtkaart uit circa 1915, collectie heemkundekring Het Land van Gastel.
 
 
Nog een ansichtkaart van de pastorie van de R.K. Kerk. Van links komt het spoor naar en van Oudenbosch (uit 1892). Rechts ligt het spoor naar en van Willemstad (uit 1906). Het spoor, dat in 1914 werd aangelegd is nauwelijks te zien, maar is er wel, want de tuin van de pastorie is 'aangesneden'. Ansichtkaart uit circa 1915.
 
 
Het ‘Tramstation’ te Kruisland was gevestigd in een herberg op de hoek van de Langeweg en de Brugweg. Bij het Gastelsveer was de ZNSM thuis in het gelijknamige café. Het ‘Tramstation’ te Oud Gastel had jarenlang een onderdak in de herberg op de hoek tussen de Kerkstraat en de Achterdijk. Van hieruit moesten reizigers nog wel even lopen naar het opstappunt aan de Veerkensweg.
De plaatselijke schilder Jos Aanraad heeft de situatie ter plekke prachtig vastgelegd aan de hand van een foto of ansichtkaart.
 
 
Deze foto of ansichtkaart diende als basis voor het schilderij van Jos Aanraad (vanwege lage resolutie hier in tweevoud geplaatst).
 
 
Bij gebrek aan plattegronden van Oud Gastel uit de jaren twintig en dertig is als basis voor deze tekening een kadastrale kaart uit circa 1970 gebruikt. Hierop is de ligging van de sporen van de ZNSM, de laad- en losweg en het emplacement aan de Oudendijk ingetekend. In de tijd van de ZNSM was er alleen lintbebouwing langs de Kerkstraat, Achterdijk, Markt, Dorpsstraat, Veerkensweg, Oudendijk en Koelestraat. De kaart geeft een beeld van Oud Gastel als tramwegknooppunt in de jaren 1906-1937. In 1936 verrees er op de voormalige laad- en losplaats een autobusgarage met werkplaats van de BBA. Tekening Marius Broos, Roosendaal.
 
 
De ligging van de tramwegen in Oud Gastel is ingetekend op een foto uit Google Earth. Linksonder ligt het tracé uit Gastelsveer. Rechtsonder nadert het tracé uit Oudenbosch via de Achterdijk het centrum van Oud Gastel. Naar Stampersgat gaat het via de Oudendijk in noordelijke richting. Goed is ook de afsnijding van een stukje tuin van de de pastorie te zien. Kijk en vergelijk de situatie uit 1937 op de tekening met de hedendaagse foto uit 2020.
 
 
Op 25 september 1935 brengt student W.D.J. Cramer uit Doorn voor het eerst met zijn kameraad met de fiets een bezoek aan West-Brabant. Het is de voorlaatste campagne, waarin er nog bieten per tram naar West-Brabant komen. Vanaf de voormalige laad- en losplaats aan de westzijde aan de Oudendijk, waar het spoor al is opgebroken, zien de jongens locomotief ZNSM 2 (uit 1890) met een bagagewagen en acht lege bietenwagens aankomen.
 
 
In 1935 was het spoor naar de laad- en losplaats aan de Oudendijk al opgebroken. In 1936 verrees op de voormalige laad- en losplaats een garage en werkplaats voor de N.V. Brabantsche Buurtspoorwegen en Autobusdiensten (BBA), die toen alle reizigersvervoer van de ZNSM had overgenomen. Dat was het hoge gedeelte, groot 42,3 x 10,3 meter (links).
In 1947 werd dit gebouw ruim tweemaal zo breed (42,3 x 22,4 meter) en kreeg het een lage uitbouw aan de noordzijde (midden). In 1948 kwam daarbij nog een schaftlokaal, groot 12,1 x 6,0 meter (rechts). Tenslotte werd in 1959 ten noorden van dit complex (Oudendijk 9, rechts buiten beeld) een woning voor de werkplaatschef gebouwd.
Ervoor ligt de Oudendijk, waarbij in de berm bij de garage vroeger het spoor naar Willemstad lag en op de zwarte aarde op de voorgrond het tweesporige emplacement. Foto uit 1950, collectie Stadsarchief Breda.
 
 
Op weg naar Stampersgat kwamen na het emplacement aan de Oudendijk al snel de Koelestraat en de Rolleweg. Volgens alle dienstregelingen was er steeds de mogelijkheid om in- of uit te stappen aan de Rolleweg.
Een echte halte lag echter bij het punt, waar de Oudendijk in de Rijpersweg uitkwam (bij het kruispunt met de naam ‘Den Hutsel’). Daar diende het café met de naam ‘Koopmans Welvaren’ op het adres Rijpersweg 114 als wachtlokaal voor de reizigers naar en van de buurtschappen ‘Meir’ en ‘Stoof’, al moesten zij dan nog wel een eind lopen. Het café was decennialang eigendom van de familie Theunissen en had als spreuk boven de toog hangen: ‘Eet wat gaar is, Drink wat klaar is, En spreek wat waar is.’
 
 
Gezicht vanuit het westen op het kruispunt ‘Den Hutsel’ bij het café ‘Koopmans Welvaren’, gelegen in het driehoekje tussen de Rijpersweg en de Polderweg. De tram reed aan de rechterkant van de Oudendijk (midden onder) en ging dan met een vrij krappe boog naar de oostzijde van de Rijpersweg, waar al kort na de bebouwing een laadplaats voor suikerbieten was.
Op de foto lijken er ook nog hopen met suikerbieten te liggen, maar deze zullen wel met een vrachtauto naar de fabriek gaan.
Foto uit circa 1950, collectie heemkundekring Het Land van Gastel.
 
 
De schuur tegenover het vroegere café ‘Koopmans Welvaren’ is nog steeds in authentieke toestand aanwezig. Rechts, juist buiten de foto, lag de tramweg en iets verderop de laadplaats voor suikerbieten. Verder ging het in één rechte lijn, rechts van de weg, tot aan de Bansloot. Kort vóór de brug ging de tram naar het midden van de weg om vervolgens de brug in het midden te passeren en door te rijden naar de linkerkant van de weg. Van dit tracé is niets meer terug te vinden, vanwege de verbreding van de vroegere weg tot de N 268 (Provinciale Weg Noord) met bermen, fietspaden en parallelwegen.
 
 
De Rijpersweg kwam uit op de Nieuwe Gastelschen Dijk. Hier had de suikerfabriek St.-Antoine ook een spooraansluiting vanuit haar fabriek 3,75 kilometer verderop in de richting Standdaarbuiten. Nimmer werd de spooraansluiting gebruikt voor reizigersvervoer.
 
 
De wisselplaats aan de Nieuwe Gastelsche Dijk was uitsluitend bestemd voor het suikerbietenvervoer naar de fabriek St.-Antoine.
De ZNSM plaatste daarop wagens met suikerbieten en haalde de lege wagens later weer op. De suikerfabriek zorgde met een in 1913 aangeschafte tweedehands Backer & Rueb-stoomlocomotief voor het aansluitende vervoer, maar sloot na de campagne van 1923. De fabrieksinventaris ging in 1925 naar Ipswich en de locomotief in 1928 naar de ZNSM.
 
 
De locomotief van fabrikant Backer & Rueb, die van 1913 tot 1928 dienst deed op de Nieuwe Gastelsche Dijk tussen Stampersgat en de suikerfabriek van St.-Antoine, kreeg na de verkoop aan de ZNSM een revisie en schilderbeurt, inclusief biezen en sierlijsten. Aan alle kanten van de machine werd het nieuwe nummer 16 (in koper) aangebracht en aan weerszijden de naam van de maatschappij (niet zichtbaar op de foto). Zij reed voortaan sneltrams tussen Breda en Oudenbosch. Ergens onderweg poseren machinist Mouwen en conducteur Mol trots voor hun tram.
 
 
Opvallend is dat de grootschalige industrie in Oud en Nieuw Gastel steeds aan de rand van de gemeente lag. Maar het was de Mark, die het vervoer naar en van de fabriek in alle seizoenen van het jaar kon waarborgen. De tram speelde in dit opzicht maar enkele decennia een bijrol.
 
 
Bij gebrek aan foto’s en tekeningen is niet bekend, hoe destijds de sporen op of bij ‘St.-Antoine’ lagen. Afgaande op wat er bij de Coöperatieve Suikerfabriek ‘Dinteloord’ lag, is hier een mogelijke situatie ingetekend. Tekening Marius Broos.
 
 
De suikerfabriek ‘St.-Antoine’ begon in 1867 met de eerste campagne. Verschillende uitbreidingen volgden in 1893, 1897, 1902 t/m 1904 en 1908 t/m 1910. In 1912 volgde aansluiting op de ZNSM. Na de campagne in 1923 volgde sluiting van de fabriek en kregen de gebouwen een andere bestemming. Tot op de dag van vandaag is het fabriekscomplex ‘St.-Antoine’ behouden gebleven, zij het met wat wijzigingen al naar gelang het gebruik. Foto Marius Broos, 9 april 1989.
 
 
Locomotief ZNSM 13 staat met een bagagerijtuig op de St.-Antoinedijk naast het fabriekscomplex. Kennelijk lag er op de dijk toch een wisselplaats, maar waar precies is onbekend. Wat de locomotief daar te zoeken had, is ook onbekend. Foto uit circa 1935.
 
 
Terug naar het punt waar de Rijpersweg op de Nieuwe Gastelschen Dijk uitkwam en links van het wegdek naar Stampersgat reed.
 
 
Onderweg van Oud Gastel naar Stampersgat, Fijnaart, Oude Molen en Willemstad passeerde een tram de rooms-katholieke kerk uit 1924 en toegewijd aan de Heilige Martelaren van Gorcum. Iets verderop, ter hoogte van de boerenkar, volgde het tramstation. Dat was niet meer dan een plaatselijke herberg, waarbij de kastelein optrad als agent van de ZNSM voor het aannemen en afgeven van bestelgoederen. Wat verderop ging de tram naar Fijnaart en Willemstad rechtsaf de Brugstraat in. Het wissel is nog vaag te zien. Ansichtkaart uit circa 1930.
 
 
Bijna alle bietentrams naar de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek ‘Dinteloord’ reden vanuit Oud Gastel rechtstreeks naar de fabriek. Slechts een enkeling werd tijdelijk gestald in de Brugstraat. Zodra er plaats was, kwam de tram links uit de Brugstraat en draaide dan de Noordzeedijk op. Ansichtkaart uit circa 1930.
 
 
Bij gebrek aan plattegronden van Stampersgat uit circa 1925 is als basis voor deze kaart een beroep gedaan op kadastrale kaarten uit de jaren 1875-1925. Hierop is de ligging van de sporen van de ZNSM in het dorp en het emplacement met aansluiting voor de ‘Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek’ ingetekend. Het grootste deel van de sporen voor maximaal vier bietentrams (twee aan de westzijde van de Brugstraat en twee op de kade aan de Mark) was uitsluitend bedoeld voor de twee suikerfabrieken. In de tijd van de ZNSM was er alleen een verspreid staande lintbebouwing. Tekening: Marius Broos, Roosendaal.
 
 
De ligging van de tramwegen in Stampersgat is ingetekend op een foto uit Google Earth. Rechts komt het tracé uit Oud Gastel. In de dorpskom begint (naar links afbuigend) de aansluiting van de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek 'Dinteloord', aangelegd in 1909. Rechtsaf gaat het tracé via de Brugweg naar de brug en vervolgens verder naar Fijnaart, Oudemolen en Willemstad. Vanuit de Brugstraat is er een aansluiting naar de ‘Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek’. Kijk en vergelijk de situatie uit 1937 op de tekening met de hedendaagse foto uit 2020.
 
 
Kijkend vanuit de Brugstraat op de draaibrug over De Mark. Rechts staat de schuilgelegenheid voor de brugwachter. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Aan de kop van de Brugstraat in Syampersgat is weinig meer te ontwaren van het landhoofd. Na het opblazen van de brug door de terugtrekkende Duitsers in november 1944 werd de draaibrug niet meer hersteld en verdween langzamerhand alles wat hieraan nog herinnerde. Dat is niet geval aan de Fijnaartse kant. Tussen het struikgewas is het vroegere landhoofd op 31 maart 2020 nog heel goed te zien.
 
 
Gezicht vanaf de kade ten oosten van de draaibrug op een in vol bedrijf zijnde ‘Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek’. Het grootste deel van de bieten uit Zeeland ging per aak of (zeil-)schip naar Stampersgat en een kleiner deel per tram. Terwijl de bieten uit het schip met hijskranen werden gelost, gebeurde dat uit de tramwagens nog met de hand en/of een waterspuit. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Gezicht vanaf de kade ten oosten van de draaibrug op de windgraanmolen en de eerste rooms-katholieke kerk in het dorp, daterend uit 1899 en toegewijd aan de Heilige Martelaren van Gorcum.
 
 
Eén van de meest spraakmakende ongevallen bij de ZNSM deed zich voor op donderdag 14 oktober 1915 te Stampersgat. Voor wat er die avond gebeurde, wordt verwezen naar de Roosendaalse krant 'De Grondwet' van 16 en 19 oktober 1915, te raadplegen via de krantenbank 'www.delpher.nl.
Als eerste werd stoker Andreas Adrianus de Groen, geboren op 28 maart 1895 en wonend te Kruisland, om acht uur ‘s avonds uit het water gehaald. Pas de volgende dag, om twee uur ‘s middags, vond men machinist Johannes Wilhelmus Capel, geboren op 19 oktober 1888 en wonend in Princenhage.
 
Links: Locomotief ZNSM 1 komt op 18 oktober 1915 weer boven water. Foto: collectie heemkundekring ‘Het Land van Gastel’.
 
Rechts: Met op de achtergrond de Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek in beeld wordt locomotief ZNSM 1 op 18 oktober 1915 in de takels naar de oever gebracht. Een dag later ging de machine voor herstel naar de centrale werkplaats van de ZNSM in Princenhage. Foto, collectie BBA, Stadsarchief Breda.
 
 
Terug naar de westzijde van Stampersgat. De aansluiting naar de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek ‘Dinteloord’ werd alleen in het najaar gebruikt. Slechts een enkele keer kwamen er reizigers, zoals in ‘De Grondwet’ van 28 november 1909 is te vinden: ‘Gisteren arriveerde per extra-tram via Roosendaal aan de coöperatieve beetwortelsuikerfabriek een 60-tal Zeeuwsche boeren-aandeelhouders van genoemde fabriek ten einde deze in werking te zien. Dit uitstapje is hen ongetwijfeld bevallen, want de nieuwe fabriek produceert tot heden best.’ De ansichtkaart uit circa 1930 laat het deel van Stampersgat zien, kort voor de bocht aan de zuidwestzijde naar de Coöperatieve Beetwortel-suikerfabriek op Dinteloord's grondgebied.
 
 
De ‘Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek’ moest na de opkomst van coöperatieve suikerfabrieken vrij snel een stapje terug doen. Tenslotte sloot het bedrijf in 1927. Met de concurrent in Stampersgat ging het goed. In nog geen dertig jaar tijd werd het complex van de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek ‘Dinteloord’ zeer sterk uitgebreid. De aanvoer per schip werd aantrekkelijk gemaakt door de aanleg van insteekhavens bij het fabriekscomplex. Geen wonder dat in heel WestBrabant de aanvoer van bieten per tram zeer sterk terugliep, zodanig zelfs dat het na de campagne van 1936 werd stopgezet.
 
 
Het gebouwencomplex is in het voorjaar van 1909 nog volop in aanbouw. Rechts staan minstens tien goederenwagens. Waarschijnlijk zijn die in gebruik (geweest) voor de aanvoer van fabrieksinventaris. Na het in gebruik nemen in 1909 onderging de suikerfabriek al vóór de Eerste Wereldoorlog een eerste uitbreiding. In de oorlogsjaren ging het wat rustiger aan, maar in de jaren twintig werd het complex aan gebouwen liefst tweemaal zo groot. Foto uit 1909.
 
 
Na het in gebruik nemen in 1909 onderging de suikerfabriek al vóór de Eerste Wereldoorlog een eerste uitbreiding. In de oorlogsjaren ging het wat rustiger aan, maar in de jaren twintig werd het complex aan gebouwen liefst tweemaal zo groot.
In 1921 krijgt de zuidzijde van de fabriek een grote uitbreiding, zelfs zodanig groot dat van het deel uit 1909 nauwelijks meer iets te herkennen valt. Locomotief ZNSM 14 rangeert in 1922 met een twaalftal lege wagens.
 
 
De campagne bij de suikerfabriek ‘Dinteloord’ is in volle gang. Op het ‘bietengor’ staan naast tramgoederenwagens ook boeren met eigen paard en vierwielige wagens. Foto uit circa 1925.
 
 
Het ‘bietengor’ bij de suikerfabriek te Dinteloord. Er zijn drie verschillende soorten bietenwagens te zien. Op de achtergrond ligt de Noordzeedijk, met twee dienstwoningen van de fabriek. Foto uit circa 1930.
 
 
Vanaf sinds 7 juli 1933 rijden er tussen Roosendaal en Willemstad geen reizigerstrams meer. Wel is de ZNSM nog tot 4 oktober 1934 de exploitant en daarna de BBA. Nog slechts drie bietencampagnes is de tram van de partij, waarna het vervoer vooral overgaat naar de vrachtauto. Gedeelte van een advertentie in ‘De Grondwet’ van 14 oktober 1933. Bewerking: Marius Broos.