Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 

De spooraansluiting in Wildert

 
 
Het artikel 'S. & A. Costermans Bouwmaterialen, 75 jaar tussen putringen en torenspitsen', gepubliceerd door Leo Ribbens in het jaarboek 'De Spycker' 2022 van de heemkundekring in Essen (B), trof mijn belangstelling, vanwege het feit dat dit bedrijf destijds een 'spooraansluiting' had. Gewoonlijk is daar in rijks-, provinciale en gemeentelijke archieven zeer weinig van te vinden. Dat is een reden temeer om hieraan op digitale wijze nog wat aandacht te besteden met de oproep, wie meer bijzonderheden over deze aansluiting weet, graag contact via het emailadres: info@mariusbroos.nl
 
 
In de jaren 1920-1930 kreeg de overweg in de Sint Jansstraat wipsluitbomen met traliewerk, aanvankelijk bediend vanaf de blokpost ten noordwesten van de overweg (links, juist buiten beeld) en later via een handelinrichting op het perron bij het stationsgebouw. Ansichtkaart uit circa 1935.
 
 
Bij de elektrificatie van lijn 12 in de jaren vijftig werden vele overwegen uitgerust met een automatische knipperlichtinstallatie, later aangevuld met halve overwegbomen. Treinstel NMBS 902 nadert op 25 april 1995 het perron naast het stationsgebouw, op weg naar Antwerpen. Foto Johan van Ermengem (Gazet van Antwerpen), collectie Stadsarchief Antwerpen.
 
 
In september 1996 sneuvelde het stationsgebouw na jaren van leegstand en ongewenst bezoek. De verloedering van het gebouw is goed te zien, zeker ook in vergelijking met de foto van Johan van Ermengem op 25 april 1995. Deze foto is gemaakt op 28 juni 1995.
 
Na de sloop van het stationsgebouw resteerde er niets anders meer dan terugkijken naar het verleden van de stationsbuurt en dat door middel van schaarse plaatjes. Er valt best nog wat te vinden, zeker als je op kaarten en foto's de vroegere spooraansluiting van Costermans kunt ontdekken.
 
 
Vanwege de langgerekte omvang is de emplacementstekening van Wildert uit circa 1955 in twee delen gesplitst, links noordzijde en rechts zuidzijde, naadloos op elkaar aansluitend. Van dit alles is anno 2022 niets meer over dan de beide hoofdsporen en de perrons. De gegevens voor deze tekening zijn ontleend aan de website www.lijn-12.be van Yannick de Vynck te Kalmthout.
 
De laad- en losweg aan de zuidzijde was vooral bedoeld voor het laden van (stut)hout voor de steenkolenmijnen of het lossen van steenkolen voor huishoudelijk gebruik en kunstmest voor gebruik in de land- en tuinbouw. De verhoogde laad- en losplaats diende voor het laden en lossen van paarden en vee, machines of werktuigen. De outillage was er in Wildert dus wel, maar of dit alles ooit rendabel is geweest, dat is nooit bekend gemaakt.
 
 
Gezicht op het raccordement Costermans ten zuidwesten van het station Wildert, beter nog gezegd: juist ten zuidwesten van de Wildertse Beek . Vijf hoge bakwagens op het raccordement zijn al gelost of staan gereed voor belading. Op de achtergrond staan vier open bakwagens en vijf gesloten goederenwagens op het spoor dat langs de openbare laad- en losplaats ligt (zie tekening hierboven) en een flinke lengte in zuidelijke richting kent.
 
De foto is vóór 1956 gemaakt, want er is nog niets te ontdekken van de elektrificatie van het traject Antwerpen - Roosendaal. Wel liggen er rechts stapels oude dwarsliggers, want met het oog op de elektrificatie werden alle sporen vernieuwd en iets verder uit elkaar gelegd. Foto uit jaarboek 'De Spycker', Koninkijke Heemkundekring Essen, 2022.
 
De handel in bouwmaterialen van Stan (* 1916) en Albert (* 1918) Costermans ontstond in 1946, dankzij de beschikbaarheid van vrachtauto's, die het leger na de oorlog niet meer nodig had en als dumpgoederen werden verkocht. Het bedrijf zag brood in het malen van betonnen putringen (met bodems), betonnen platen, betonnen schuttingen in gleufpalen, et cetera.
 
Overigens was ook de NMBS destijds een groot afnemer van betonnen schuttingen in gleufpalen. Of deze van Costermans vandaan kwamen, is mij niet bekend, maar een feit is dat op veel stations en halten in heel Belgie deze schuttingen tot op de dag van vandaag nog steeds voorkomen.
 
Voor de aanvoer van grote hoeveelheden bouwmaterialen werd een beroep op de NMBS gedaan, temeer omdat het spoorwegbedrijf destijds nog een geschikte partner was om grote hoeveelheden bouwmaterialen en eindproducten snel en efficient naar allerlei bestemmingen in binnen- en buitenland te brengen. Over de weg en zeker in heuvelachtig gebied was dat nog niet zo gemakkelijk.
Je kunt dit ook vergelijken met het vervoer van steenkolen die destijds vanuit de mijnen tot in de verste uithoeken van elk land per trein werden verspreid.
 
Hoogstwaarschijnlijk gebeurde de aanleg van een spooraansluiting tegen een zacht prijsje. De spoorwegmaatschappij was er bij gebaat om een (langdurig) vervoerscontract in de wacht te slepen. Anderzijds trok een spooraansluiting extra vervoer aan. Dat was ook het geval met de aansluiting in Wildert, waarop buurman en kolenhandelaar Constant Nelen zijn steenkolen in diverse soorten kon laten aankomen.
 
Uiteraard was het laden en lossen van goederenwagens bij 'het spoor' zwaar (hand-)werk. Vanuit een wagen werden kruiwagens met zand, cement of grint gevuld en naar de bergplaatsen gereden. Ook het lossen van steenkolen gebeurde destijds met de hand. Dat alles gebeurde in de wetenschap dat er voor elke dag, dat er een goederenwagen op je terrein stond, staangeld moest worden betaald. Hoe eerder je wagens waren gelost, hoe minder geld je kwijt was aan de NMBS.
 
Gaandeweg de jaren vijftig kwamen er meer en grotere vrachtauto's op de weg. Het wegennet werd steeds beter en flink uitgebreid. In de jaren zestig volgde zelfs een versnelling van die ontwikkelingen. Rond 1965 werd het in heel Europa wettelijk mogelijk om met een truck en een oplegger te rijden. Niet langer was het nog nodig om een vrachtauto met een aparte aanhangwagen te gebruiken, waarmee het moeilijk manoeuvreren was. En wat heel belangrijk was, voortaan kon één enkele vrachtauto net zoveel meenemen als een goederenwagen op 'het spoor'. Dat betekende de definitieve neergang van het kleinschalige goederenvervoer per trein.
 
Nagenoeg elk bedrijf reageerde in de jaren zestig snel op de nieuwe mogelijkheden. Je zorgde dat een vrachtauto gemakkelijk tot in je loods of opslagplaats kon rijden om te lossen en/of te laden. Dat betekende een flinke besparing op de arbeidskosten en de tijd dat grondstoffen en eindproducten onderweg waren, met alle risico's van dien.
 
 
Op een uitsnede van de topografische kaart uit circa 1950 en die uit 1980 is het terrein van Costermans en het emplacement van de NMBS goed te herkennen. Het goederenvervoer van de NMBS in Wildert speelde zich af op de blauw en geel ingekleurde delen van de kaart uit circa 1950. De kaart links is ontleend aan www.topotijdreis.nl en die rechts uit de 'Grote Provincie Atlas' van Noord-Brabant, uitgave 1989.
 
 
Aan de bovenzijde van de foto uit Google Earth in 2022 is de zuidzijde van de beide perrons van het station Wildert nog juist te zien. Aan de oostzijde liggen de restanten van het vroegere emplacement voor het goederenvervoer (zie kaartjes en tekening hierboven). Een eindje ten zuiden van het perron aan de westzijde takte het raccordement van Costermans af van het hoofdspoor aan de westzijde. Hoe en waar het spoor op het terrein van Costermans lag, is anno 2022 niet meer in het terrein te zien. Wel eindigde het spoor tussen de beide grote loodsen op de foto.
 
 
Schematische weergave van de beveiliging ter hoogte van Wildert, circa 1965. Het raccordement Costermans was, zoals destijds gebruikelijk, voorzien van een ontspoorwissel. Nooit of te nimmer mochten een of meer goederenwagens (bij harde wind of kwade opzet) onvoorzien op het hoofdspoor terecht komen. Nadat een of meer wagens waren geplaatst of uitgehaald, werd dat wissel steeds in afbuigende stand gelegd en 'op slot' gedraaid, zodat wagens nog tijdig ontspoorden op het terrein van Costermans. Voor zover bekend is dat ook nooit gebeurd. Tekening NMBS uit circa 1965, collectie en bewerking Marius Broos.
 
 
Vanaf de jaren zestig en zeventig raakte het bedrijf van Costermans steeds meer betrokken bij grotere dakwerken aan gebouwen, zoals later in Antwerpen de Onze Lieve Vrouwekathedraal en het station Antwerpen-Centraal. Destijds waren asbakken een goede reclame, zowel in Belgie als in Nederland, en een veel voorkomend artikel om klanten te soigneren. Het beeldmerk van Costermans was toen een dakrijk gebouw. Foto Rudi Smout (www.esseninbeeld.be)
 
 
Het bedrijf van Costermans werd in de loop der jaren op een breed vlak actief, van tegelwerken in huis tot dakwerken aan hele grote gebouwen. Het beeldmerk stond ook op reclamebiljetten. Foto Leon Jaspers (www.esseninbeeld.be)
 
 
In de jaren vijftig en zestig vormden vrachtwagens een goed middel van vervoer voor het verspreiden van kleine partijen goederen in dorp en stad. Alleen voor hele grote partijen kwam de trein toen nog in aanmerking. Lang duurde dit allemaal niet, want vanaf 1965 mochten steeds grotere vrachtwagencombinaties op de weg komen en was het met het vervoer per trein snel gedaan.
Foto Willy Beyers (www.esseninbeeld.be)