Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
 

Het station Etten-Leur

 
In de gemeente Etten-Leur, vroeger Etten en Leur, stopten op twee plaatsen treinen. Maar liefst 84 jaar, van 11 december 1854 tot 15 mei 1938, stopten er treinen aan het station bij de spoorwegovergang in de latere Stationsstraat (tevens lokale weg tussen Etten en Leur) te Etten. Slechts 24 jaar, van 1 mei 1914 tot 15 mei 1938, stopten er treinen bij een halte aan de overweg Lichttorenhoofd/Vaartkant te Leur. Nogmaals, op 29 mei 1965, werd Etten-Leur op het spoorwegnet aangesloten. Lag het station van 1854 eigenlijk in buurtschap De Baai, in 1965 lag dit midden in het centrum van Etten, naast de weg naar Hoeven en kort bij de Markt. In dit verhaal belichten we met 27 plaatjes een deel van de spoorweggeschiedenis van Etten.
 
 
Het dorp Etten werd op 20 juli 1854 vanuit Roosendaal aangesloten op het (Belgische) spoorwegnet. Aanvankelijk lag er slechts een tijdelijk eindpunt op Vossendaal (km 11,9 Rsd-Bd), vanwege moeilijkheden bij het verwerven van een stuk grond van M.P. Dielemans. Pas op 11 december 1854 reden de treinen door tot het eigenlijke spoorwegstation van Etten (km 14,245 Rsd-Bd) bij de overweg in de latere Stationsstraat (tevens lokale weg tussen Etten en Leur). Hier verrees een eenvoudig eenlaags stationsgebouwtje (met afmetingen 12,75 x 6,0 m, bevattende een bureau voor afgifte van plaatskaarten, een woonkamer voor de stationschef met keuken en slaapkamer, een wachtkamer 1e, 2e en 3e klasse, een keldertje en een zoldertje met twee slaapkamers). Op 1 mei 1855 werd het baanvak Etten - Breda in dienst gesteld.
Tot in 1883 lag er tussen Roosendaal en Breda slechts enkel spoor. De aanleg van een tweede spoor maakte uitbreiding en wijziging van sporen en wissels, alsmede laad- en losgelegenheden, op het emplacement in Etten noodzakelijk. In 1884 kwam er een stenen goederenloods (km 14,220 Rsd-Bd), waarna de uit 1872 daterende houten loods werd afgebroken. Twee jaar later kreeg het eenlaags stationsgebouw uit 1854 een bovenverdieping als woning voor de stationschef.
Op de ansichtkaart uit circa 1910 staat helemaal rechts de goederenloods uit 1884 en verderop het stationsgebouw (met onderbouw uit 1854 en bovenbouw uit 1886), terwijl uit Breda juist een reizigerstrein is binnengekomen, getrokken door een locomotief uit de serie 101-150 van de Staatsspoorwegen. Deze machines werden gebouwd in de jaren 1872-1879 en hielden het uit tot de jaren 1929-1936.
 
 
Terwijl het stationsgebouw (zij het met een een flinke uitbreiding in 1914) al gesloopt werd in 1966, hield de goederenloods (km 14,220 Rsd-Bd) het als bergplaats ploeg Weg & Werken uit tot in maart/april 1978. De foto is gemaakt op 10 augustus 1975.
 
 
Gevel noord- en zuidzijde, alsmede gevel westzijde van het stationsgebouw te Etten (ook wel als Etten-Leur aangeduid), 1886-1914. Tekening Marius Broos, Roosendaal.
 
 
In 1914 kreeg de stationschef een flinke uitbreiding van zijn dienstwoning, haaks op de westzijde van het stationsgebouw. Links op de ansichtkaart uit circa 1920 is nog de goederenloods uit 1884 te zien.
 
 
Na de opheffing van Etten-Leur voor het reizigersvervoer op 15 mei 1938, bleef voorlopig alles bij het oude. Nog altijd kon je goederen ter verzending aanbieden of laten aankomen, om maar niet te spreken over de permanent bemande blokpost in het stationsgebouw voor de beveiliging van het baanvak.
Nadat de Duitsers in mei 1940 echter ons land hadden bezet, kwam er een gebrek aan motorbrandstoffen, zodat autobussen niet meer konden rijden. Op 10 juni 1940 werd Etten-Leur weer opengesteld voor reizigerstreinen. Lang duurde het allemaal niet, want het rollend materieel en steenkolen waren elders in het land meer nodig. Met ingang van 5 januari 1941 was de kortstondige opleving in Etten-Leur dan ook weer voorbij. Zelfs was er van 6 december 1943 tot 5 november 1945 geen goederenvervoer mogelijk.
Vanaf 14 mei 1950 reden er op het traject Nijmegen - Vlissingen steeds meer diesel-elektrische treinen. De versnelling in de treindienst liet geen stoptreinen tussen Roosendaal en Breda meer toe. In 1951 verdween in Etten-Leur dan ook het tweede perron en in 1956 het eerste perron.
Spoorwegbelangstellende R. Marcus te Breda legde in 1954 de situatie op het emplacement in Etten-Leur vast. Op de laad- en losweg staan een of meer goederenwagens. Het eerste perron met overpad naar de laad- en losweg ligt er nog. Ter hoogte van de blokpost in het stationsgebouw (uitgerust met wekkerseinen en verlichting aan de gevel) staat sinds 14 juli 1933 (voordien bij de wachterswoning aan de overweg) op het perron de handelinrichting voor de bediening van de sluitbomen van de overweg in de Stationsstraat, die toen nog maar weinig bebouwing kende.
 
 
Twee jaar later kwam spoorwegbelangstellende R. Marcus te Breda weer op de fiets naar Etten-Leur. Op 19 augustus 1956 legde hij de situatie op het emplacement in Etten-Leur vast. In afwachting van de op handen zijn elektrificatie van het traject Roosendaal - Breda zijn er rails en dwarsliggers vernieuwd. Nog steeds staan er op de laad- en losweg een of meer goederenwagens. Ook het eerste perron met overpad naar de laad- en losweg ligt er nog, maar het opbreken zal niet lang meer duren.
 
 
Nog geen week later, op 25 augustus 1956, was spoorwegbelangstellende R. Marcus te Breda, weer in Etten-Leur present. In de loop van de middag rangeerde locomotief NS 2527 er een of meer goederenwagens naar of van de laad- en losweg. De fotograaf was nog maar juist op tijd. De machinist kijkt argwanend uit het raampje naar die vreemde snuiter op de rails. Of misschien had de fotograaf het hem ook wel beleefd gevraagd om een fotootje te mogen maken. Op het perron komt de rangeerder aanlopen en het zal niet lang meer duren, voordat de buurtgoederentrein veilig krijgt in de richting Roosendaal.
 
 
Weer twee jaar later, op 26 augustus 1958, bezocht spoorwegbelangstellende R. Marcus te Breda nogmaals het voor de reizigersdienst gesloten station in Etten-Leur. De elektrificatie van het baanvak Roosendaal - Breda was sinds 2 juni 1957 een feit. Tussen zijn bezoek in augustus 1956 en juni 1957 was het eerste perron opgebroken en had de laad- en losweg nog maar een aansluiting overgehouden. De op de vorige foto's zichtbare wisselverbinding tussen spoor 2 en spoor 3 was in 1957 opgebroken, zodat de bediening van de laad- en losweg alleen nog kon plaatsvinden via een terugstekende beweging vanuit het spoor 2 (Breda - Roosendaal) aan de westzijde van het emplacement. De in de verte zichtbare overloopwissels tussen spoor 1 en spoor 2 en het overpad waren echter blijven liggen.
 
 
Spoorwegman H.P.A. Nuijten te Etten-Leur fotografeerde in maart 1965 de straatzijde van het stationsgebouw Etten-Leur. Na 1914 was het gebouw op een enkele raam of deur na ongewijzigd gebleven.
 
 
Spoorwegman H.P.A. Nuijten te Etten-Leur fotografeerde in maart 1965 de (vroegere) perronzijde van het stationsgebouw Etten-Leur. Na 1914 was het op een enkele raam of deur ongewijzigd gebleven. Nadat de wisselverbinding tussen spoor 2 en spoor 3 in 1957, het wissel met kopspoor aan de westzijde in 1963 en de overloopwissels tussen spoor 1 en spoor 2 in 1965 waren opgebroken, was er alleen nog de blokpost en de bediening van de overweg in de Stationsstraat (km 14,375 Rsd-Bd) overgebleven. De handelinrichting voor het openen en sluiten van de overwegbomen stond op het perron. Deze bediening verviel op 18 mei 1965 na de aanleg van een AHOB op de spoorwegovergang in de Stationsstraat.
 
 
Gevel noord-, zuid- en westzijde, van de uitbreiding van het stationsgebouw te Etten (ook wel als Etten-Leur aangeduid), 1914-1965. Tekening Marius Broos, Roosendaal.
 
 
Spoorwegman H.P.A. Nuijten te Etten-Leur fotografeerde in maart 1965 het interieur van de blokpost in het stationsgebouw te Etten-Leur. Deze blokpost werd opgeheven na het in gebruik nemen op 28 mei 1965 van een andere blokpost in het nieuwe stationsgebouw (km 13,735 Rsd-Bd). De sluiting betekende de sloop van het eerste stationsgebouw (eigenlijk woning met blokpost) in augustus/september 1965.
 
 
Sinds 1854 stond er bij de overweg in de Hoevenseweg een wachterswoning (km 13,433 Rsd-Bd), van waaruit de vaste wachter de sluitbomen van de overweg open en dicht deed. Deze wachterswoning met het nummer 14 (vanaf 1886, voordien 41) werd in 1920 uitgebreid en gewijzigde en tenslotte in oktober 1944 vernield door oorlogshandelingen. Naar het ontwerp van de gerenommeerde (spoorweg-)architect Sybold van Ravesteyn verrees in 1946 op dezelfde plaats een nieuwe woning voor de dienstdoende vaste wachter. Na het in dienst stellen op 11 december 1961 van een AHOB op de overweg behield het gebouwtje aan de Hoevenseweg 2 tot op de dag van vandaag zijn woonbestemming. Foto C.J. Roskam.
 
 
Het tweede stationsgebouw van Etten-Leur (km 13,735 Rsd-Bd) kwam op 28 mei 1965 in gebruik. Dat gebeurde met het in dienst stellen van een blokpost ter vervanging van die in het eerste stationsgebouw (km 14,245 Rsd-Bd). De officiele opening gebeurde echter op 29 mei 1965. Een dag later stopten hier alle reizigerstreinen tussen Roosendaal en Breda. Ansichtkaart JosPé te Arnhem.
 
 
De opening van een nieuw station in Etten-Leur ging niet aan de plaatselijke bevolking voorbij. Huis aan huis was een programma van de festiviteiten (links: voorzijde) uitgedeeld, alsmede een dienstregeling van zowel treinen als autobussen (rechts: voorzijde).
Het programma vermeldde op 29 mei 1965 een ballonwedstrijd en een straattekenwedstrijd voor kinderen, een gymnastiekdemonstratie, alsook verlengde sluitingsuren en gratis dansen in cafes tot 01.00 uur 's nachts. Verder was er van 29 mei t/m 4 juni een tentoonstelling met als titel '125 jaar Nederlandse Spoorwegen' in de foyer van het Cultureel Centrum 'De Nobelaer' in Etten-Leur. Ook de middenstand liet zich niet onbetuigd met etalages in het teken van de NS en een quiz. Bovendien zou de NS op verschillende plaatsen films in de open lucht vertonen.
Uit de dienstregeling blijkt dat je in 1965 vanuit Etten-Leur eenmaal per uur met de trein naar Roosendaal of Breda kon reizen. Was je van plan naar Rotterdam te gaan, dan werd je vanwege een goede aansluiting aangeraden via Roosendaal te reizen. Ging je met de bus van de BBA van Etten-Leur naar Breda, dan had je afhankelijk van het uur van de dag en de opstapplaats echter tot vier reismogelijkheden per uur. Niets voor niets bleven veel Ettenaren de autobus nog lang trouw. Een treinretour 2e klasse kostte in 1965 van Etten-Leur naar Breda fl. 1,00, naar Roosendaal fl. 1,20 en naar Rotterdam CS fl. 5,20. Documenten, collectie Marius Broos, Roosendaal.
 
 
Naast nieuwe halten bij grote steden elders in het land werd in 1965 ook in het snelgroeiende Etten-Leur een nieuw station geopend. Na 1938 (behoudens enige tijd in de oorlog) was het oude station alleen nog maar gebruikt als laad- en losplaats voor wagenladingen. In januari 1965 kwam op ruim 500 meter ten westen van het oude een nieuw in ruwbouw gereed. Op zaterdag 29 mei 1965, om 16.43 uur, arriveerde hier het schoongewassen treinstel NS 341 als feesttrein (als trein 12644) uit Roosendaal met aan boord vele autoriteiten, zoals Ir. J. Lohmann, president-directeur NS, en Mr. J.P.A. van Ballegoijen de Jong, chef van het Exploitatiedistrict Zuidwest NS.
Overigens had treinstel 341 die ochtend ook dienst gedaan bij de officiele opening om 10.52 uur van het nieuwe station Zoetermeer. Na deze plechtigheid was het via Gouda en Rotterdam naar Roosendaal gekomen (aankomst om 12.32 uur). Vanuit Roosendaal vertrok treinstel 341 om 16.34 uur naar het nieuwe Etten-Leur. De machinisten van treinen uit Roosendaal (v. = 16.26 u., 17.25 u. en 18.25 u.) en Breda (v. = 16.48 u. en 17.48 u.) kregen op deze stations een lastgeving uitgereikt om bij nadering van het nieuwe station voorzichtig te rijden en te fluiten 'i.v.m. de aanwezigheid op de perrons van een groot aantal personen voor de officiele opening van het station'. De foto toont de aankomst van treinstel NS 341 in Etten-Leur met op de achtergrond het oude stationsgebouw. Naast de genodigden bevonden zich in deze trein ook een honderdtal kinderen van de Etten-Leurse gymnastiekvereniging DIO.
 
 
Niet alleen in de trein, maar ook het perron stonden op die zaterdagmiddag 29 mei 1965 vele autoriteiten en publiek de gebeurtenissen af te wachten. Op de perrons zorgden harmonie Constantia uit Leur en harmonie Apollo uit Etten voor feestelijke muziek. Vanaf 16.15 uur srtroomden genodigden de wachtkamer binnen, waarna zij zich om 16.35 uur naar het eerste perron begaven.
 
 
Machinist Harrie Wouters uit Roosendaal reed het over de rails gespannen lint kapot en daarmee werd het nieuwe station voor geopend verklaard. Daarna volgde er een toespraak van Ir. J. Lohmann, president-directeur NS, en een van A.J.A. Oderkerk, burgemeester van Etten-Leur. Vervolgens kwam de erewijn op tafel, aangeboden door Mr. Dr. C.N.M. Kortmann, Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant. Menig toast volgde en een bezichtiging van het stationsgebouw.
 
 
Ook jeugdige bezoekers toonden op die zaterdagmiddag 29 mei 1965 belangstelling. Om kwart voor vijf zijn de autoriteiten echter al op weg naar het stationsgebouw voor de eerste toespraak. Het publiek mocht vanaf het perron toekijken.
Om 17.27 uur reed treinstel NS 341 leeg verder naar Breda en vervolgens terug naar Den Haag HS. Om 17.34 uur passeerde trein 4334 langzaam rijdend, maar niet stoppend, op weg naar Breda. Om 17.45 uur vertrokken de genodigden naar het Cultureel Centrum ' De Nobelaer', waar de tentoonstelling van de NS geopend werd door Mr. J.P.A. van Ballegoijen de Jong. Van 18.30 u. tot 19.15 u. werd de directie van de NS ontvangen op het gemeentehuis. Zij gingen die avond met een trein van de gewone dienstregeling terug naar Utrecht.
 
 
Na het in dienst stellen van automatisch blokstelsel op het baanvak Roosendaal - Etten (per 26 november 1972) en het baanvak Etten - Breda (per 10 september 1972) werd de blokpost in het stationsgebouw van Etten-Leur snel ontmanteld. Voortaan had dit pand alleen nog maar een plaatskaartenkantoor en een wachtruimte voor de reizigers. Op 10 augustus 1975, tien jaar na de opening, was er in Etten-Leur nog maar weinig veranderd in en bij het stationsgebouw. Sinds 1968 sierde het NS-logo het pand. Overigens was Etten-Leur op 28 mei 1972 gesloten voor goederenvervoer, zodat het nog op de vroegere plaats liggende wissel met zijspoor langs de laad- en losweg kon worden opgebroken.
 
 
In Etten-Leur steeg in 1966 het aantal reizigers tot zo’n 1100 per dag (en in 1968 tot circa 1300). Bergen op Zoom telde in 1966 zo’n 5170 reizigers per dag, terwijl Roosendaal ongeveer 6350 in- en uitstappers had en er bij Essen ongeveer 3770 mensen de grens overgingen. De foto toont het stationsgebouw van Etten-Leur aan de straatzijde met dienstingang op 10 september 1992.
 
 
Op 16 juli 1986 stopt locomotief NS 1103 met trein 4651 (Zwolle - Vlissingen), bestaande uit rijtuigen plan E, te Etten-Leur. De rijtuigen dateren uit de jaren vijftig en lopen op hun laatste jaren in de normale dienst.
 
 
Op 10 september 1992 stopt locomotief NS 1134 met trein 3649 (Zwolle - Roosendaal), bestaande uit rijtuigen type M2 van de NMBS, te Etten-Leur. De rijtuigen dateren uit de jaren vijftig en zijn tijdelijk in huur bij de NS om het tekort aan rollend materieel op te vangen.
 
 
Op 7 oktober 1986 passeert locomotief NS 1207 met een bietentrein uit Limburg te Etten-Leur. De trein bestaat uit 40 tot 50 voormalige kolenbakken, die na de sluiting van de Limburgse mijnen in de jaren zeventig dienst gingen doen in het bietenvervoer voor de fabriek in Roosendaal. Tien jaar later was dit alles verleden tijd.
Rond 1990 leek er alles op te wijzen, dat Roosendaal had afgedaan in het goederenvervoer per trein. Al liet de suikerfabriek nog zo’n 70 procent van haar bieten per trein uit Zuid-Limburg komen, toch was het maar zeer de vraag of dit vervoer lang stand zou houden. In 1992 bedroeg het vervoerd gewicht in Bergen op Zoom, Roosendaal, Etten-Leur en Breda, respectievelijk 143.000, 320.000, 40 en 5000 ton.
 
 
Al was op 28 mei 1972 de laad- en losgelegenheid voor wagenladingen in Etten-Leur op het vroegere emplacement gesloten, toch was er nog volop goederenvervoer naar en van Etten-Leur. Alleen speelde zich dat af op het industrieterrein Vosdonk aan de zuidzijde van de spoorweg.
Voor verschillende bedrijven op het industrieterrein ‘Vossendaal 1’, later Vosdonk, ten zuiden van het baanvak Roosendaal - Etten was op 2 maart 1957 een ‘gemeentelijke stamlijn’ met spooraansluitingen geopend. De 'stamlijn' takte af bij km 11,209 Rsd-Bd (ter hoogte van 'Isoverbel'). In de loop der jaren werden verschillende spooraansluitingen aangelegd, maar ook weer opgebroken. Zo had ‘Tomado BV Etten-Leur’ een contract van 1 augustus 1966 tot 1 februari 1982. Daarna ging het heel snel bergafwaarts. Telde Etten-Leur in 1980 nog 6400 wagens, elf jaar later was dat aantal gezakt tot slechts acht stuks. Het was dan ook niet verwonderlijk, dat Etten-Leur als openbare laad- en losplaats per 1 juni 1992 werd gesloten.
Het duurde nog tot 4 december 2005, voordat het aansluitwissel 13 in het hoofdspoor van Roosendaal naar Breda werd opgebroken. Op 10 februari 1998 passeert treinstel NS 8225 als trein 3647 (Zwolle - Roosendaal) het aansluitwissel 13.
 
 
Niet alleen ‘Vossendaal 1’ had een ‘gemeentelijke stamlijn’. Op 5 oktober 1970 kreeg ook het nieuw ontwikkelde ‘Vossendaal 2’, later Vosdonk, ten noorden van het baanvak Roosendaal – Breda, bij km 11,888 Rsd-Bd een ‘stamlijn', maar dit werd nooit een succes. Op 11 augustus 2000 werden de sporen buiten het NS-terrein opgebroken om plaats te maken voor de uitbreiding van fabrieksgebouwen of magazijnruimten op het industrieterrein. Tenslotte zou het aansluitwissel 16 in het hoofdspoor van Breda naar Roosendaal en de sporen kort erachter vanaf 8 april 2001 worden opgebroken, alleen is dat toen nog enige tijd uitgesteld.
Met op de achtergrond het industrieterrein ‘Vossendaal 2’ passeert op 10 februari 1998 locomotief NS (eigenlijk Railion Nederland) 6455 met buurtgoederentrein 55704 (Breda - Roosendaal) het punt, waar de 'stamlijn' bij km 11,209 (Rsd-Bd) aftakt. De goederenwagen is afkomstig van Jan de Rijk Logistics in Roosendaal (km 2,710 Rsd-Bd). Zowel Etten-Leur als Breda hadden op dat moment al lang geen goederenvervoer meer, maar beveiligingstechnisch was het toen nog niet mogelijk om linksrijdend terug te rijden naar het emplacement in Roosendaal. Steeds was er een omweg over Breda nodig. Over verliesgevend goederenvervoer gesproken...!
 
 
Voor meer informatie:
Marius Broos, Roosendaal, een spoorwegknooppunt als 's lands voorportaal in het zuiden, 1854-1996 ('s-Hertogenbosch 2004)