De Hindenburgbrücke

 

 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 
De Hindenburgbrücke
 
De Hindenburgbrücke was een in 1915 voor het militaire vervoer in gebruik genomen spoorwegbrug over de Rijn tussen Rüdesheim am Rhein en Bingen-Kempten. In 1918 werd het kunstwerk genoemd naar generaal-veldmaarschalk en later rijkspresident Paul von Hindenburg. In 1945 werd de brug totaal vernield en niet meer hersteld. Sinds 2002 vormen de schamele restanten van de Hinden-burgbrücke het meest zuidelijke punt van het UNESCO-Werelderfgoed ‘Oberes Mittelrheintal’.
 
 
1. De Hindenburgbrücke in twee delen, linksboven het landhoofd bij Rüdesheim am Rhein en rechtsonder het landhoofd aan de kant van Bingen-Kempten. De brug had een totale lengte van 1175 meter.
 
Technische gegevens

De Hindenburgbrücke had een lengte van 1175 meter en overspande de Rhein tussen Rüdesheim am Rhein en Bingen-Kempten, op deze plaats ongeveer 900 meter breed. Zes pijlers stonden in de rivier. Een ervan bevond zich eigenlijk op de oostelijke punt van de Rüdesheimer Aue, een eiland in de Rhein. De twee grote boogvormige overspanningen waren samengesteld uit stalen vakwerk-dragers van elk 169,4 wijdte. De brug was geschikt voor dubbelspoor en had een totale breedte van 12 meter. Behalve 7 meter voor de twee sporen was er aan elke zijde nog een pad voor fietsers en voetgangers.
Op de linker oever had de brug vijf en op de rechter oever vier massief gemetselde gewelven, elk met een lengte van 25 meter. In Rüdesheim am Rhein sloot de brug met verbindingsbogen (op brede dijklichamen) aan op de ‘rechtsrheinisch’ gelegen spoorweg. Tegelijk met de brug werd in totaal 11 kilometer hoofdspoorweg aangelegd voor een goede aansluiting in alle richtingen. De Hindenburgbrücke was de op een na langste brug over de Rhein. De langste was de brug over de Rhein bij Wesel.
De bouw van de Hindenburgbrücke begon in juni 1913. De opening volgde op 16 augustus 1915. Aanvankelijk waren veel buitenlandse arbeiders, vooral Italianen, aan het werk. Na een korte onderbreking bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de bouw hervat met onder andere Russische krijgsgevangenen.
 
 
2. De twee grote boogvormige overspanningen van de Hindenburgbrücke waren samengesteld uit stalen vakwerkdragers van elk 169,4 wijdte.
 
 
3. Zes pijlers stonden in de rivier. Zij zijn aangeduid met een pijltje. Een van die pijlers bevond zich eigenlijk op de oostelijke punt van de Rüdesheimer Aue, een eiland in de Rhein. In Rüdesheim am Rhein sloten de beide sporen elk met een boog (op een breed dijk-lichaam) aan op de ‘rechtsrheinisch’ gelegen spoorweg. Beide bogen kruisten de straatweg (thans B 42) met een betonnen spoorwegviaduct. Het viaduct in de boog naar het oosten is nog steeds aanwezig en wordt gesierd met de teksten 'Wilkommen in Rüdesheim' (bij aankomst uit het oosten) en 'Auf Wiedersehen' (bij vertrek naar het oosten).
 
 
4. De splitsing in noordelijke richting lag op de vier massief gemetselde gewelven. De breedte van de gewelven loopt dan ook uiteen van 15 meter tot 25 meter. Juist bij het breedste stuk loopt een lokale weg onder langs en staat nog steeds een seinhuis. Aan weers-zijden van het gebouw lag vroeger een spoor. De sporenligging is voorgesteld in de tekening links. Deze is gebaseerd op een model van de brug, althans een gedeelte, dat in de etalage staat (juni 2014) van een loodgietersbedrijf in de buurt van het afgegraven tracé van de boog naar het westen. Een gesprek met de eigenaar leverde een foto op en bovendien de sporenligging, zoals hij die had aangelegd op zijn model. Duidelijk is dat treinen in alle richtingen kunnen worden geleid. Maar had een sporenligging, zoals voor-gesteld in de tekening rechts niet meer voor de hand gelegen? Overigens was de eigenaar van het loodgietersbedrijf niet onbekend met Nederland. Tien jaar geleden had hij de Afsluitdijk bedwongen op skeelers met de wind op kop.
 
 
5. Het seinhuis draagt nog steeds het opschrift Hindenburgbrücke (kant Rhein). Onder het seinhuis ligt geen enkel spoor. De foto is gemaakt vanuit het zuidoosten, 11 juni 2014.
 
 
6. Het seinhuis was bereikbaar met trappen (die nu ontoegankelijk gemaakt zijn met behulp van afrasteringen) aan weerszijden van het 25 meter brede gewelf. Het is aan de noordzijde van de brug het enige nog intact zijnde gewelf. De geniesoldaten lieten dit waar-schijnlijk ongemoeid vanwege de lokale weg (nu fietspad) die er onderlangs gaat. De drie andere gewelven aan de noordzijde van de brug werden in maart 1945 opgeblazen. De foto is gemaakt vanuit het westen, 11 juni 2014.
 
 
7. De situatie bij Rüdesheim am Rhein komt goed in beeld, als we gebruik maken van Google Earth. Bovenaan is de huidige spoor-weg tussen Wiesbaden en Koblenz te zien. Een goederentrein is juist onderweg. De aansluiting vanaf de brug in oostelijke richting (met het viaduct over de B 42) is nog grotendeels aanwezig, dit in tegenstelling tot die in westelijke richting. Behoudens twee korte stukken is de rest van het tracé afgegraven. Ter plaatse ligt nu een bedrijventerrein. Het seinhuis in de splitsing/aansluiting op het brede plateau is goed te ontwaren. Vijf van de zes pijlers zijn nog aanwezig, ofschoon die op de Rüdesheimer Aue en bij de ingang van de jachthaven niet opvallen. De eerste gaat schuil in het struikgewas en de tweede (deels landhoofd) is afgebroken tot bij de waterspiegel. De pijler in de hoofdvaargeul aan de zuidzijde is in 1967 verwijderd vanwege hinder voor de scheepvaart. Aan de zuidelijke oever bevinden zich nog het landhoofd en de vijf stenen overspanningen.
 
 
8. Er ontstonden in 1915 goede aansluitingen in alle richtingen. Daarvoor werd ruim 11 kilometer hoofdspoorweg aangelegd, waar-van het grootste deel aan de zuidzijde van de brug lag. Vanaf de brug in zuidelijke richting gezien, lag Abzweig Rochusberg (gelegen op km 2,96 vanaf Abzweig Floss bij Rüdesheim am Rhein). Hiervandaan ging een verbinding naar Laubenheim (km 5,95) en een ver-binding naar Ockenheim (km 2,35). De aansluitende baanvakken zijn op de kaart in geel aangegeven.
 
In gebruik voor civiel vervoer

In de Eerste Wereldoorlog diende de brug bijna uitsluitend voor het overbrengen van Duitse troepen naar en van het Westfront. Na het einde van de oorlog werd het ‘linksrheinisch’ gebied tot Wiesbaden bezet door Franse troepen. De bezettingsmacht nam de brug in beslag en richtte deze zodanig in dat voortaan ook bespannen voertuigen en vrachtauto’s konden passeren. Daarnaast reden er militaire treinen en vanaf eind 1919 in de nachtelijke uren enkele goederentreinen voor civiele doeleinden. Vanaf oktober 1920 kwam de brug ook voor het civiele wegverkeer in gebruik, al leidde het hoge bruggeld van vier Reichsmark jarenlang tot protesten van de plaatselijke bedrijfsleven.
Na het vertrek van de bezettingstroepen legde de Deutsche Reichsbahn vanaf juli 1930 enkele reizigerstreinen in over de brug. Tegelijkertijd werd in augustus 1930 het gebruik van de brug voor het wegverkeer verboden, hetgeen tot plaatselijke protesten leidde.
In de zomerdienstregeling van 1938 reden er op werkdagen 11 en op zondagen 15 reizigerstreinen.
 
 
9. Vanaf het Niederwalddenkmal (ofschoon de plaats van dit monumentale bouwwerk de indruk geeft dat het ingezet is in de ansicht-kaart ) is er een goed uitzicht op de Hindenburgbrücke. Zelfs het seinhuis in de splitsing en de twee verbindingsbogen zijn te zien.
 
 
10. Er zijn destijds vele ansichtkaarten op deze wijze uitgebracht. Links in beeld staat het Niederwalddenkmal en rechts ligt Rüdes-heim am Rhein met in de verte de Hindenburgbrücke.
 
 
11. Vanaf Bingen-Kempten op de zuidelijke oever van de Rhein laat een ansichtkaart de Hindenburgbrücke zien met op achtergrond het dorp Geisenheim. Duidelijk zijn ook de twee torens van de domkerk in Geisenheim te zien. Op de berg (links vooruitgeschoven) ligt het Schloss Johannisberg, dat indertijd nog eigendom is geweest van Koning Willem I in Nederland. Op de voorgrond ligt naast de haven de spoorweg tussen Bingen en Mainz.
 
 
12. Al vanaf augustus 1942 werd de spoorwegbrug meer dan eens het doelwit van vijandelijke aanvallen uit de lucht. In 1943 veroorzaakten enkele bominslagen schade aan de brugoverspanningen, ter hoogte van de pijler in de hoofdvaargeul van de Rhein. Op de achtergrond ligt Bingen-Kempten.
 
Verwoest en gesloopt

Op 13 januari 1945 raakte de brug flink beschadigd. Een Vorbrucke werd verwoest. De volledige vernieling van de Hindenburgbrücke vond echter plaats op 15 maart 1945 door geniesoldaten van de Deutsche Wehrmacht. Zij moesten toen het verder oprukken van de Amerikaanse strijdkrachten verhinderen.
In de zomer van 1945 werden de brokstukken van de brug uit de hoofdvaargeul van de Rhein geruimd. In 1948 werd de bovenbouw uit de rivier geborgen en op de oever gesloopt. Over een herbouw van de brug werd nog tot in de jaren vijftig gediscussieerd. Toch had de Deutsche Bundesbahn (DB) na de herbouw van de Kaiserbrücke in Mainz in 1954 geen belangstelling meer voor nog een brug over de Rhein. In 1967 werd de pijler van de brug in de hoofdvaargeul opgeblazen, omdat deze de scheepvaart hinderde. In 1970 volgde de gedeeltelijke afbraak van de landhoofden uit het oogpunt van de verkeersveiligheid. Daarna werd het tot op dag van vandaag stil.
 
 
13. Vanuit de wijnvelden omkijkend naar Rüdesheim am Rhein ligt links de St.-Jacobuskerk en rechts het spoorwegstation van de Deutsche Bundesbahn. De Rhein heeft ter hoogte van Rüdesheim twee armen, waarvan die aan de kant van het stadje bijna uit-sluitend is bestemd voor de recreatievaart. Er zijn dan ook vele aanlegsteigers voor de diverse scheepvaartbedrijven. Op de achtergrond lag van 1913 tot 1945 te Hindenburgbrücke. Een van de overgebleven pijlers in de Rhein is duidelijk te zien, 12 juni 2014.
 
 
14. Op een ansichtkaart uit de jaren vijftig zien we vanuit het oosten links de aanlegsteigers, in het midden het spoorwegstation (met links daarvan de watertoren) en rechts de Bromserburg. De spoorweg is nog niet onder de draad gebracht. De hoofdstraat wordt nog niet bedolven onder auto's, motoren en touringcars. Het Niederwalddenkmal ligt juist rechts buiten beeld.
 
 
15. Het gewelf aan de noordzijde van de Hindenburgbrücke is het enige nog intact zijnde gewelf aan die zijde. De drie andere gewelven van de brug werden in maart 1945 opgeblazen. De restanten zijn echter nooit opgeruimd. De foto is gemaakt vanuit het zuidwesten, 9 juni 2014.
 
 
16. Twee jaar later, op 11 juni 2016, is op deze plaats nog niets gewijzigd. Naast de restanten van de eens zo grootse spoorwegbrug ligt inmiddels al heel wat jaren een camping.
 
 
17. Het gewelf aan de noordzijde van de Hindenburgbrücke is het enige nog intact zijnde gewelf aan die zijde. De drie andere gewelven aan de noordzijde van de brug werden in maart 1945 opgeblazen en het landhoofd (op de voorgrond) zeer zwaar beschadigd. De restanten zijn echter nooit opgeruimd. De foto is gemaakt vanuit het zuidoosten, 11 juni 2014.
 
 
18. Vanaf de noordelijke oever van de Rhein zijn enkele overgebleven pijlers in het water te zien. Rechts op de voorgrond staat de pijler die ook op het stadsgezicht van Rüdesheim am Rhein vanuit de wijnvelden is te ontwaren. In het struikgewas moet de pijler op de Rüdesheimer Aue schuilgaan. Daarachter is heel vaag nog een pijler te herkennen. Tenslotte zien we een pijler en het landhoofd bij en op de zuidelijke oever van de Rijn, 11 juni 2014.
 
 
Technische gegevens

De Hindenburgbrücke had een lengte van 1175 meter en overspande de Rhein tussen Rüdesheim am Rhein en Bingen-Kempten, op deze plaats ongeveer 900 meter breed. Zes pijlers stonden in de rivier. Een ervan bevond zich eigenlijk op de oostelijke punt van de Rüdesheimer Aue, een eiland in de Rhein. De twee grote boogvormige overspanningen waren samengesteld uit stalen vakwerk-dragers van elk 169,4 wijdte. De brug was geschikt voor dubbelspoor en had een totale breedte van 12 meter. Behalve 7 meter voor de twee sporen was er aan elke zijde nog een pad voor fietsers en voetgangers.
Op de linker oever had de brug vijf en op de rechter oever vier massief gemetselde gewelven, elk met een lengte van 25 meter. In Rüdesheim am Rhein sloot de brug met verbindingsbogen (op brede dijklichamen) aan op de ‘rechtsrheinisch’ gelegen spoorweg. Tegelijk met de brug werd in totaal 11 kilometer hoofdspoorweg aangelegd voor een goede aansluiting in alle richtingen. De Hindenburgbrücke was de op een na langste brug over de Rhein. De langste was echter de brug over de Rhein bij Wesel, zie slot.
 
 
19. Vanaf de zuidelijke rivier zijn nog twee pijlers in de rivier te ontwaren. De vroeger hiertussenin staande pijler van de brug in de hoofdvaargeul werd in 1967 opgeblazen, omdat deze de scheepvaart hinderde. De foto is gemaakt vanuit het noordwesten, 11 juni 2016.
 
 
20. Het landhoofd aan de zuidzijde van de rivier met aansluitend gewelf is nog intact. Vanwege de hoge waterstand van de Rhein in juni 2016 was de doorgang onder het gewelf niet mogelijk. De foto is gemaakt vanuit het westoosten, 11 juni 2016.
 
 
21. Zo er aan de noordzijde drie gewelven werden opgeblazen, zo gebeurde dat aan de zuidzijde met twee gewelven. In totaal zijn er dus nog drie van de vijf intact gebleven. Twee van de drie dienen het verkeer voor voetgangers en fietsers langs de Rhein, hoewel dat in juni 2016 vanwege de hoge waterstand totaal onmogelijk was. De foto is gemaakt vanuit het westen, 11 juni 2016.
 
 
22. Zo er aan de noordzijde drie gewelven werden opgeblazen, zo gebeurde dat aan de zuidzijde met twee gewelven. In totaal zijn er dus nog drie van de vijf intact gebleven. Twee van de drie dienen het verkeer voor voetgangers en fietsers langs de Rhein, hoewel dat in juni 2016 vanwege de hoge waterstand totaal onmogelijk was. De foto is gemaakt vanuit het westen, 11 juni 2016.
 
 
De spoorwegbrug bij Wesel

Gaande van west naar oost bestond de brug bij Wesel uit 65 stenen bogen (totaal 780 meter), 4 ijzeren overspannningen (totaal 406,8 meter, gedeelte over Rhein), 18 stenen bogen (totaal 18 x 18,83 = 339,0 meter), 14 stenen bogen (totaal 14 x 12,55 = 175,7 meter) en 6 ijzeren bogen (totaal 125,4 meter, gedeelte over Alte Rhein). Of deze opgaven uit het verwarrend geschreven en zeer rommelig samengesteld boek De Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij, de Vlissinger Postroute juist zijn, is twijfelachtig. Als we deze lengten bij elkaar optellen, komen we uit op 1827 meter in plaats van de op de plaquette genoemde lengte van 1950 meter. Ook het aantal pijlers klopt niet.
 
 
23. Gezicht op de restanten van de spoorwegbrug bij Wesel aan de westzijde van de rivier, 20 mei 1977.