Een dagje in Rheine

 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 

Een dagje in Rheine

 
Inleiding
 
Kort voordat ik half mei 1972 in Amersfoort onder de wapenen werd geroepen voor het vervullen van mijn militaire dienstplicht, wilde ik hoognodig een bezoek brengen aan het 'Betriebswerk Rheine' van de Deutsche Bundesbahn. Het was voor mij voorlopig een laatste kans om in Duitsland te komen, want als dienstplichtig militair mocht je toen niet zomaar zonder toestemming van je kazernecommandant naar het buitenland reizen.
Pas in het begin van de jaren zeventig werd het in Nederland bekend, dat ook de vele stoomlocomotieven in West-Duitsland op hun 'laatste wielen' reden. De machines in Nederland waren al in 1957 op een zijspoor gezet, waaronder de laatsten, nota bene, in mijn woonplaats Roosendaal, maar daar had ik als kleuter niets van mee gekregen. Er zijn trouwens maar bitter weinig Nederlandse stoomlocomotieven behouden gebleven, zo zuinig Hollanders in de jaren vijftig nog waren en zo weinig de meesten van hen enig cultuurhistorisch besef hadden.
 
Toch kwam met het toenemen van de welvaart in de jaren zestig enig besef op gang bij sommige spoorwegbelangstellenden. Het was het begin van museumspoorwegbedrijven in Noord-Holland (Hoorn - Medemblik), Twente (Haaksbergen - Enschede, later ingekort tot Boekelo) en in de Zak van Zuid-Beveland, om er maar eens enkele te noemen. In alle gevallen konden zij slechts terug vallen op 'kleinere' stoomlocomotieven, die bij suikerfabrieken en andere industriele bedijven hadden dienstgedaan en vaak nog een tijdje als oud roest aan de kant hadden gestaan. Het enthousiasme van het kleine clubje liefhebbers was er echter niet minder om.
 
Het initiatief in Zeeland leidde tot het verwerven van locomotief 'Wittouck' van de suikerfabriek in Breda (CSM) en locomotief 'Dina' van de suikerfabriek in Zevenbergen (VCS). Per slot van rekening kwam in 1971 de 'ringlijn' in de Zak van Zuid-Beveland vrij door het stopzetten van het schaarse goederenvervoer in de suikerbietencampagne. Met steun van de gemeenten en de NS lukte het om een deel van die lijn te mogen gebruiken voor toeristisch vervoer. Dit leidde uiteindelijk tot de geboorte van de 'Stoomtrein Goes - Borsele (SGB).
 
 
Na heel wat gesleutel aan de twee locomotieven, het aankopen van enkele bijpassende coupérijtuigen uit Belgie en enkele proeritten vond de officiele openingsrit vond plaats op 5 mei 1973. In Nisse werd gelegenheid gegeven aan de fotografen om hun werk te doen. Vóór reed locomotief 'Dina' (uit Zevenbergen) en achter locomotief 'Wittouck' (uit Breda).
 
 
Ook in (het destijds nog kale) Hoedekenskerke konden de reizigers hun benen strekken, 5 mei 1973.
 
 
Slechts weinigen wisten toen, dat je voor het echte grote werk je heil moest zoeken in Duitsland. Slechts een goede 50 kilometer over de grens bij Hengelo ligt Rheine. Vanaf deze plaats werden tot mei 1974 alle reizigerstreinen met stoomlocomotieven van de Baureihen 011 (kolengestookt) en 012 (oliegestookt) naar Emden en Norddeich Mole gebracht. In Norddeich Mole was aansluiting op de veerdienst naar de Waddeneilanden Norderney en Juist. De reguliere maximumsnelheid van de locomotieven bedroeg 120 km/h, iets wat in Nederland in het stoomtijdperk nooit werd gerealiseerd.
Locomotief DB 012.080-8, bij aankomst met een lange trein D 734 (Norddeich Mole - Rheine, afstand 176 km) in Rheine (v. = 10.53 uur en a. = 13.22 uur), 9 mei 1972. De seinpaal toont het seinbeeld Hp0 (bovenste arm horizontaal en onderste arm verticaal) en dat betekent: onveilig, dus stoppen, voor een trein die achter de rug van de fotograaf op het spoor links ervan aankomt.
 
 
Locomotief DB 012.100-4 staat gereed voor vertrek met trein Eilzug 3259 (Rheine - Norddeich Mole) in Rheine (v. = 13.52 uur en a. = 16.20 uur), 9 mei 1972.
 
 
Locomotief DB 012.100-4 staat gereed voor vertrek met trein Eilzug 3259 (Rheine - Norddeich Mole) in Rheine (v. = 13.52 uur en a. = 16.20 uur), 9 mei 1972.
 
 
Ook al het goederenvervoer op de 'Emslandstrecke' (Rheine - Salzbergen - Lingen - Meppen - Lathen - Papenburg - Leer - Emden) werd in 1972 nog uitgevoerd met stoomtractie. Hiervoor kwamen de Baureihen 042, 043 (kolengestookt) en 044 (oliegestookt) tot inzet. Terwijl links locomotief DB 044.669-0 met een zware ertstrein uit de haven van Emden naar het Ruhrgebied het station Rheine gaat passeren, wacht rechts een soortgelijke 'oliestoker' met een lege ertstrein op een veilig sein voor de rit naar Emden, 9 mei 1972.
 
 
In het 'bonte' goederenvervoer werd de Baureihe 042 ingezet. Locomotief DB 042.241-0 passeert Rheine op weg naar plaatsen langs de Emslandstrecke, 9 mei 1972.
 
 
Locomotief DB 043-315-1 wordt aan de waterkolom aan de westzijde van het tweede perron voorzien van water, 9 mei 1972.
 
 
Locomotief DB 043-315-1 wordt aan de waterkolom aan de westzijde van het tweede perron voorzien van water. Achter de machine ligt het stationsgebouw van Rheine, 9 mei 1972.
 
 
De 'oliestoker' DB 044-240-0 passeert Rheine met een goederentrein uit het noorden (Emslandstrecke). Het seinbeeld Hp2 (beide vleugels schuin omhoog), betekent: langzaam rijden, ten hoogste 35 km/h, in verband met afbuigende wissels, 9 mei 1972.
 
 
Zoals Roosendaal (tot in 1957) had Rheine tot de sluiting in 1977 een behoorlijk groot tractiedepot (Bahnbetriebswerl) voor de grote stoomlocomotieven. Het lag nabij het Rangierbahnhof, op circa 50 tot 60 minuten uur lopen vanaf het station. Maar als je de autobus naar het in de buurt liggende dorpje Hauenhorst nam, dan deed je er een kwartier over.
Na het melden bij de Verwaltung in Zimmer 5 kon je voor 1.39 DM een verzekering afsluiten. Als bewijs kreeg je een papiertje, dat je
het recht gaf om vrijuit op het Betriebswerk rond te lopen en te fotograferen. Natuurlijk werd je gewaarschuwd goed uit te kijken, maar toch! Kom daar nu nog eens om! Overigens stond op dat papiertje 'Braüsch' als verzekerde geschreven, zo had de beambte mijn naam geinterpreteerd bij het voorstellen.
In het tractiedepot was het een komen en gaan van restaurerende locomotieven. Het uithalen van as en sintels, het innemen van steenkolen, olie, water en zand, het draaien op de draaischijf, het smeren, et cetera, dat alles is dagelijks werk en de klok rond in vroegere dagen. Sommige locomotieven werden in afwachting van een volgende dienst een tijdje in de loods of op een spoor rond de draaischijf aan de kant gezet. Overigens stond er op het terrein nog een 'Schuppen' voor kleinere reparaties.

Links staat locomotief DB 042.105-7 (een ontwerp voor snellere goederentreinen of gewone reizigerstreinen) en rechts locomotief DB 012.068-3 (een ontwerp voor de hoogwaardige sneltreindienst), 10 mei 1972.
 
 
Locomotief DB 042.320-2 wacht op een volgende inzet, 10 mei 1972.
 
 
Locomotief DB 042.320-2 (rechts) wacht op een volgende inzet. De ronde loods is een naoorlogse betonnen herbouw. Voor de loods staan de sneltreinlocomotieven DB 012.074-1 en DB 012-100-4. De laatste begint al op te rijden naar de draaischijf, 10 mei 1972.
 
 
Locomotief DB 012-100-4 staat op de draaischijf en wordt gedraaid naar het juiste spoor om te vertrekken naar het reizigersstation, 10 mei 1972.
 
 
Locomotief DB 043.100-7 rijdt naar de draaischijf, waarna de machine aan de kant wordt gezet en het personeel naar huis kan gaan, 10 mei 1972.
 
 
Gezicht op het drijfwerk van Kriegslokomotive DB 051.816-7, 10 mei 1972.
 
 
Gezicht op de 'Kabinentender' van Kriegslokomotive DB 051.758-1, 10 mei 1972. De 'Kabinentender' was bedoeld als verblijfplaats van de (meereizende) conducteur in buurtgoederentreinen. Hij zorgde immers voor de afhandeling van de vrachtbrieven tijdens het aannemen of afleveren van goederen. In de jaren zestig werden deze locomotieven ook wel gebruikt voor reizigerstreinen op lokale lijnen. Daarmee bespaarde de spoorwegmaatschappij een afzonderlijk compartiment voor de conducteur in een reizigersrijtuig uit.
 
 
Gezicht op het drijfwerk van locomotief DB 042.320-2, 10 mei 1972.
 
 
Een statieportret van DB-locomotief 043.131-2 naast de ronde locomotievenloods, 10 mei 1972.
 
 
Een statieportret van DB-locomotief 042.245-1 op de draaischijf voor de ronde locomotievenloods, 10 mei 1972.
 
 
In 1974 kwam de elektrificatie vanuit Münster en Osnabrück tot in Rheine gereed. De Baureihen 011 en 012 gingen spoedig aan de kant. De stoomlocomotieven in de goederendienst bleven rijden, al was het op 25 augustus 1975 al een stuk minder druk dan in mei 1972. Ook bleef de klassieke beveiliging van het emplacement Rheine overeind.
Zoals eerder gezegd, betekent het seinbeeld Hp2 (beidevleugels schuin omhoog): langzaam rijden, ten hoogste 35 km/h, in verband met afbuigende wissels, voor een trein die spoedig achter de rug van de fotograaf vandaan komt rijden. De andere seinpalen in beeld tonen het seinbeeld Hp0 (bovenste arm horizontaal en onderste arm verticaal): onveilig, dus stoppen.
 
 
Wie in 1974 dacht dat er alleen maar nieuwe elektrische locomotieven in Rheine kwamen, had het mis. De Baureihe E 04 (vanaf 1968 E 104) met 23 stuks uit de jaren 1933-1936 werd meteen een regelmatige verschijning in Rheine. (Een optie op nog eens 13 machines werd vanwege het uitbreken van de oorlog in 1939 niet meer uitgevoerd.)
Jammer dat de meeste fotografen toen alleen maar oog hadden voor de stomers. Al hield de goederendienst op de Emslandstrecke nog wel hun stoomlocomotieven van de Baureihen 142, 143 en 144, toch werd dat door de komst van nieuwe diesellocomotieven snel minder, totdat het in 1977 definitief was afgelopen. In elk geval zijn er maar weinig plaatjes van 'Altbau-elloks' in Rheine (en trouwens ook in andere delen van Duitsland) gemaakt.
Locomotief DB 104.020-9, na aankomst met een Nahverkehrszüg te Rheine. Na 'omlopen en kopmaken' van de locomotief rijdt de trein weer terug naar Münster. De 104.020-9
werd in 1934 door AEG afgeleverd en in het laatst van de jaren zeventig aan de kant gezet, 25 augustus 1975.
 
 
Locomotief DB 104.018-7 is bezig met 'omlopen en kopmaken' te Rheine, 25 augustus 1975. De rangeerder staat achter de rug van de fotograaf al gereed om enkele ogenblikken later koppeling en slangen tussen locomotief en trein vast te maken. Zodra het tijdstip van vertrek nadert, wordt het seinbeeld gewijzigd van Hp0 in Hp2. Kort erna zal de conducteur op zijn fluitje blazen als teken aan de machinist, dat in en met de trein alles in orde is. De fotograaf heeft het nakijken. Overigens werd locomotief DB 104.018-7 in de zomer van 1980 de laatste van de serie E 104 in de regelmatige treindienst.
 
 
Van de Baureihen 011 en 012 bleven enkele machines behouden voor museumdoeleinden. Zelfs is er één naar Nederland gehaald, waar hij bij de Stoomstichting Nederland nog altijd een actief bestaan leidt voor speciale ritten in Nederland. Het is de ex DR 01.1075, later DB 012.075-8, die op 25 mei 2017 een rit maakte vanuit Gouda naar Goes voor een bezoek aan de SGB op Hemelvaartsdag. De trein passeerde om circa 10.55 uur het natuurgebied Hildernisse bij Bergen op Zoom.
 
 
In tegenstelling tot de grote DB 012-075-8 van de huidige SSN zijn de kleintjes van de SGB, namelijk 'Wittouck' (later SGB 1, links op de foto, afkomstig van de suikerfabriek van de CSM in Breda), en locomotief 'Dina' (later SGB 2, rechts op de foto, afkomstig van de suikerfabriek van de VCS in Zevenbergen), niet meer in dienst. De 'Wittouck' staat al vele jaren in de loods en de 'Dina' is al lang geleden gesloopt. Ook van de fraaie Belgische coupérijtuigen is niets meer in Zeeland gebleven. Hoedekenskerke, 5 mei 1973. Ook in Nederland is cultuurhistorisch erfgoed lang niet altijd in juiste handen.