Van Heide naar

'Mont Noir'

 
Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van kopie, op digitale of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en/of webmaster.
 
 
Voorgeschiedenis
 
In september 1842 kocht Jan Baptist Vorsselmans, landbouwer te Kalmthout, een stuk grond van zes hectare op de Kalmthoutse Heide. Vanouds stond dit deel bekend als ‘Zwarte Heuvel’.
In 1858 werd hiervan de helft verkocht aan Frans van Heijbeeck, landbouwer uit Kapellen, die het op zijn beurt in 1883 overdeed aan Mignot, industrieel te Brussel. Hij kocht na de Wereldtentoonstelling van 1884 te Brussel het voormalige tentoonstellingspaviljoen van Roemenië en liet dat als houten chalet overbrengen naar zijn perceel op de Kalmthoutse Heide.
Tegelijk liet Mignot er de heide ontginnen, lanen aanleggen en vijvers graven, alsmede beplantingen, zuilen en beelden aanbrengen. Vanaf dat moment stond het complex bekend als ‘Mont Noir’.
 
 
Het houten chalet op ‘Mont Noir’.
 
 
Bernhard Bernsohn-Stern
 
In 1895 ging het landgoed over aan Louis Meurisse, chocoladefabrikant te Antwerpen. In 1902 kwam het in handen van Désiré du Bois de St. Moulin uit Braine le Comte, in 1906 van de heren Dumont en Simons en in 1908 van Bernhard Bernsohn-Stern, diamant-koopman uit Antwerpen. Dat het landgoed nogal eens verwisselde van eigenaar lag vooral aan de slechte bereikbaarheid ervan, meer dan een uur gaans vanuit de dorpskernen van Kalmthout of Heide. Mocht een wandeling in de lente en in de herfst misschien leuk zijn, ‘s zomers en ’s winters was het dat zeker niet.
 
 
Voor menige Antwerpse familie was een uitje met de trein op een zomerse zondag naar de Kalmthoutse Heide een favoriete bezigheid.
 
 
Zon en water trokken menig amateurfotograaf naar de vennen.
 
 
Duin en bos gaven menig wandelaar een fijn vakantiegevoel.
 
 
Topografische kaart uit 1990 in de Grote Provinciale Atlas van Noord-Brabant, schaal 1 : 25.000, met enkele extra aanduidingen, zoals het tracé van het smalspoor (in zwart van zuidoost naar noordoost).
 
 
De aanleg van een smalspoor
 
Het was Bernsohn-Stern die de kat de bel aanbond. Kennelijk wilde hij graag vrienden en kennissen op zijn landgoed ontvangen. Op 21 april 1910 vroeg hij bij het gemeentebestuur van Kalmthout om een vergunning voor het aanleggen van een smalspoor langs de openbare weg voor het vervoer van reizigers en goederen tussen het spoorwegstation Heide en zijn landgoed, compleet met een zijtak langs de Korte Heuvelstraat naar het station Kalmthout.
 
 
Menigeen kon er zijn hart ophalen aan het lichtspel tussen zon, wolken en water.
 
 
Of er romantische foto's van maken.
 
 
Zelfs een alleenstaande boom, hoog op een duinwal, kon aandacht trekken.
 
 
Gezicht op het dorp Kalmthout in de dagen van Bernsohn-Stern.
 
 
Een hernieuwde aanvraag
 
Het antwoord van de gemeente liet lang op zich wachten, zodat Bernsohn-Stern een jaar later, op 30 april 1911, een nieuw verzoek indiende, waarin hij nogmaals wees op de grote toeristische en plaatselijke economische belangen, en met een indicatie van de kosten kwam.
De uitgaven voor het egaliseren van het tracé, de rails en dwarsliggers, de gebouwen, de bruggen en het rollend materieel, alsmede het aanleggen van het baanlichaam, werden geschat op bijna 50.000 frank. De prijs voor een enkele reis op het hele traject werd vastgesteld op 0,25 frank. Het vervoer van een ton aarde, mest, kalk of steenkool kostte 2,25 frank over de hele afstand.
 
 
De Kalmthoutse Heide was en is een en al afwisseling tussen kale zandvlakten, heide, vennen en bossen.
 
 
Kale zandvlakten, heide, vennen en bossen waren er op de Kalmthoutse Heide in alle soorten en maten.
 
 
Het 'Putse Moer' is een moerassig gebied ten noordoosten van Putte en ten westen van Kalmthout, dat zich deels op Nederlands en deels op Belgisch grondgebied bevindt. Slechts een klein deel behoort tot de Kalmthoutse Heide, het overige maakt deel uit van een gelijknamig particulier landgoed dat niet toegankelijk is. Dit landgoed meet 78 ha. Hierin ligt de Hoogenberg, die met 39,1 meter boven NAP het hoogste punt van de regio is.
 
 
Aan de zuidwestzijde van de Kalmthoutse Heide ligt het 'Putse Moer', een uitgegraven veenmoeras, waarbij in het begin van de twintigste eeuw een landhuis verrees dat inmiddels sterk is verbouwd. Het deel dat bij de Kalmthoutse Heide hoort is toegankelijk.
 
 
Zo bij het 'Putse Moer' een fraai landhuis tot stand kwam dat het tot op de dag van heden uithield, zo had dat ook het geval kunnen zijn op 'Mont Noir'.
 
 
In de jaren 1880-1900 werd een deel van het duinzand op de Kalmthoutse Heide afgevoerd voor het ophogen van allerlei bouwprojecten in de havenstad Antwerpen. Naar het heet werd ook het Centraal Station deels op Kalmthouts zand gebouwd. Niet alleen kwam het zand uit het huidige bosgebied, pal ten westen van de spoorweg tussen Kalmthout en Wildert (lijn 12 Antwerpen - Essen), maar ook midden uit de Kalmthoutse Heide werd zand gehaald. Overigens is de toenmalige ligging van de laadsporen heden ten dage nog steeds goed in dit bosgebied te onderscheiden.
De arbeiders op de Kalmthoutse Heide werden tijdelijk gehuisvest in barakken midden op de zandvlakten, vandaar ook de benaming 'Cambuusduinen', naar het franse woord 'cambuse' (hetgeen kantine of kroeg betekent).
 
 
'Mont Noir' lag ten zuiden van het gebied dat bekend staat als Steertse Heide, compleet met zandvlakten en vennen.
 
 
Slechts via een enkele zandweg kon je het gebied rond 'Mont Noir' bereiken.
 
 
'Mont Noir' lag ten zuiden van het gebied dat bekend staat als Steertse Heide, die een weids uitzicht gaf.
 
 
Een vergunning met vele voorwaarden
 
Vijf dagen later, op 5 mei 1911, kreeg Bernsohn-Stern zijn vergunning, weliswaar met een groot aantal beperkende voorwaarden, waarvan de gemeente bepaald niet slechter werd. De spoorbreedte werd bepaald op 75 cm, terwijl de naastliggende zandweg overal een breedte van 4 meter moest krijgen, en dat op kosten van Bernsohn-Stern. Zelfs het loon voor het personeel werd van hogerhand vastgesteld. Ook moest de aanvrager van 1 april tot 1 oktober tenminste zorgdragen voor twee ritten heen en terug per dag, maar buiten het seizoen hoefde hij dat niet te doen.
 
 
Honderd jaar later is er in het terrein niet veel meer te onderscheiden van het tracé van het smalspoor. Slechts wanneer de lijn, komende uit het zuiden, afbuigt naar het westen, gebeurde dat met een ruime boog, die heden ten dage vanuit de lucht nog goed is te zien (boven). Lopend langs de weg is dat echter niet het geval. Hoogstwaarschijnlijk lag het smalspoor vanaf Heide tot dit punt aan de westzijde van de weg en voorbij dit punt aan de noordzijde van de weg (onder).
 
 
 
Het tracé bleef vervolgens de noordzijde van de weg volgen en zodra de weg in noordwaartse richting naar alle waarschijnlijkheid de oostzijde van de weg. Het aangegeven standpunt fotograaf heeft betrekking op de onderstaande foto.
 
 
Zoals in de voorgaande luchtfoto is aangegeven, volgde het smalspoor de oostzijde van de weg, dus in de richting van de wandelaars, en dan in één rechte lijn tot het begin van het landgoed 'Mont Noir'.
 
 
Een blik op het smalspoor vanuit noordelijke in zuidelijke richting, iets ten zuiden van het landgoed 'Mont Noir'.
 
 
Het smalspoor (2) eindigde na een boog naar links ter hoogte van de meest zuidelijk gelegen vennen. Voor (1) en (3) zie verderop. De huidige luchtfoto via Google Earth (onder) laat goed zien waar de zwembassins van 'Mont Noir' lagen.
 
 
Is dit misschien het meest westelijk gelegen ven?
 
 
Slechts een enkel plaatje is bekend van het smalspoor bij 'Mont Noir',al blijft de juiste plaats op de kaart onduidelijk. De sloten in het terrein, zowel op de huidige luchtfoto via Google Earth (boven) als op de prentbriefkaart uit circa 1913 (links) en op een panoramisch beeld (onder) verrraden iets. Het bruggetje voor de wandelaars lijkt ongeveer op de plaats te liggen van het vroegere smalspoor.
 
 
Het lijkt erop dat het smalspoor vanaf links kwam en ongeveer midden op de foto zijn eindpunt had, parallel lopend aan de sloot, tweede van rechts.
 
 
Is dit misschien het meest noordelijk gelegen ven, pal tegenover het landhuis 'Mont Noir'? Was dit misschien alleen toegankelijk voor de bewoners en hun (bad)gasten, vandaar ook het gebouwtje voor het omkleden?
 
 
Het meest noordelijk gelegen ven heeft nog steeds een eilandje. Is dit misschien het eilandje dat op voorgaande prentbriefkaart is te zien en gefotografeerd is vanaf (3) op voorgaande luchtfoto. Juist links buiten beeld staan heden ten dage nog steeds enkele stenen palen (1), die waarschijnlijk als afscheiding van het landgoed hebben gediend.
 
 
Een wel heel kortstondig bestaan
 
In de loop van 1912 startten de aanlegwerkzaamheden. In 1914 kwam het lijntje gereed, maar brak meteen ook de ‘Groote Oorlog’ uit. Alle grootse plannen van Bernsohn-Stern ten spijt, het hele project viel in het water. De eigenaar vluchtte naar het buitenland en vestigde zich pas na de oorlog weer in Antwerpen. Hoogstwaarschijnlijk werd het smalspoor al in het eerste jaar van de oorlog opgebroken en gebruikt voor het vele op gang komende militaire vervoer voor de Duitsers aan het front in de zuidwesthoek van Vlaanderen.
 
 
Het woeste terrein is overigens, ook in de zomer, ontoegankelijk voor wandelaars. Het is doorsneden met diepe sloten, met ertussen kommen van droogstaande vennen, die in het najaar weer worden gevuld met water. De bossen zijn ondoordringbaar, alleen al door de woekerende rhododendrons uit vroegere jaren.
 
 
Overigens lag er juist over de landsgrens een prachtig voorbeeld van een smalspoor, zowel voor reizigers- als goederenvervoer. Dat was op het Landgoed Wouwse Plantage en wel van 1866 tot 1933. Er waren twee lijnen. De ene lag vanaf Plantage Centrum (met het nog steeds bestaande landhuis van de families De Caters, later Emsens) naar het dorp Wouwse Plantage. Onderweg was er nog een aansluiting op de eigen steenfabriek (zie foto). Op zondagen gebruikten familie en personeel het enige rijtuigje voor het bijwonen van een kerkdienst of het doen van boodschappen. Verder was er veel vervoer van (mijn)hout uit de bossen en steen naar elders. Daarvoor was er nog een vele kilometers lange lijn aangelegd van Plantage Centrum naar een spoorwegaansluiting bij Heerle (Boerenweg), ongeveer halfweg Roosendaal en Bergen op Zoom.
 
 
Het einde van 'Mont Noir'
 
Duitse soldaten aan de grens en smokkelaarsbendes hielden huis in het chalet ‘Mont Noir’, zodanig dat er na de oorlog weinig meer van over was. De restanten verdwenen nog in de jaren twintig. Bijna een eeuw later getuigen nog slechts enkele zuilen aan een van de toegangspoorten van een ver verleden.
 
 
Tot slot nog enkele plaatjes van de Kalmthoutse Heide, vroeger en nu.
 
 
De Nolse Duinen, lagen ten noordoosten van de Kalmthoutse Heide en waren grotendeels bebost.
 
 
Het Stappersven strekt zich over vele hectaren uit en is tot op de dag van heden niet gemakkelijk te betreden.
 
 
Bij uitstek vormt het Stappersven een rustig gebied voor allerlei wat bloeit, zwemt, vliegt, loopt en springt.
 
 
Tot op de dag van heden kan de natuur in en om het Stappersven zijn gang gaan.
 
 
Gezicht op de Kalmthoutse Heide, 12 augustus 2018.
 
 
Gezicht op de Kalmthoutse Heide, 12 augustus 2018.
 
 
Gezicht op de Kalmthoutse Heide, 16 september 2018.
 
Literatuur: R. Neys, Spoorweg door de Kalmthoutse Heide, in: Calmpthoutania. Tijdschrift Oudheidkundige Kring van Kalmthout, jaargang 35, nummer 1, 1983.