Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
 

Locomotief 'De Arend' in Roosendaal

 
 
In verband met de grote spoorwegmanifestatie te Utrecht in 1989 in het kader van '150 jaar Spoorwegen in Nederland' vroeg de NS in 1986 aan een museumspoorwegbedrijf in Noord-Holland om de technische toestand van 'De Arend' te onderzoeken. De NS wilde, net als in 1939, op het buitenterrein van de manifestatie rond Utrecht CS en de Jaarbeurs een cirkelvormige baan aanleggen, waarop de replica met drie rijtuigen kon rijden.
Maar de toestand van 'De Arend' uit 1939 viel tegen. Sinds 1953 had zij stil gestaan, nadat zij in 1939 (Amsterdam), 1948 (Delft) en 1951 (Enschede) haar rondjes had gereden. Helaas was de locomotief na de ritten in Enschede niet schoongemaakt en dus ook niet geconserveerd weggezet. De ketel zat dicht, zuigers en schuiven waren vastgeroest en in de vuurkist lagen zelfs nog de resten van het laatste vuur. In de rookkast was door de inwerking van natte roet (zwavel) de ravage groot.
Volgens de eisen van het Stoomwezen moest de NS de vlampijpen uit 1939 verwijderen om een betere ketelinspectie mogelijk te maken. Ook moest een aantal klinknagels worden uitgeboord voor het onderzoek van de ‘dammen’ op scheuren. Een ketelboek ontbrak echter, omdat de NS vroeger alle ketelkeuringen zelf mocht doen. De NS oordeelde dit alles te kostbaar. Zij wilde de ketel wel onder de keuring van het Stoomwezen brengen, maar de vijftig jaar oude vlampijpen laten zitten. Bovendien vond zij het niet nodig om klinknagels uit te boren. Uiteindelijk was het Stoomwezen te Breda toch bereid met het standpunt van de NS akkoord te gaan. De ‘dammen’ werden met röntgenstraling onderzocht op gebreken zonder de nagels te verwijderen. Gelukkig bleek er geen schade te zijn onder de koppen van de nagels. Foto Marius Broos, 8 mei 1989.
 
 
De NS nam vervolgens zelf de revisie in de werkplaats Roosendaal ter hand. De Arend werd uit elkaar genomen, schoongemaakt, nagezien en weer in elkaar gezet. Een probleem was nog de voeding van de ketel. Op de locomotief was oorspronkelijk slechts een koude pomp aanwezig, gekoppeld aan het drijfwerk. De injecteur, die in 1939, 1948 en 1951 verplicht was, bleek verwijderd, omdat de machine immers zoveel mogelijk in oorspronkelijke toestand zou worden bewaard. De voeding kon dus alleen tijdens de rit plaatsvinden. Volgens de Stoomwet moeten echter twee onafhankelijk van elkaar werkende voedingstoestellen aanwezig zijn. Omdat de keteldruk slechts 4,13 kg/cm bedraagt, was er ook van elders geen bruikbare injecteur beschikbaar. Daarom moest de NS voor fl. 16.000,-- in Engeland een nieuwe niet-zuigende injecteur voor de ketelvoeding laten maken. Die werd onder de voetplaat gehangen. Verder had de locomotief geen blazer, maar dat was ook niet nodig, want de hoge schoorsteen zorgt immers voor een natuurlijke trek op het vuur. Foto Marius Broos, 8 mei 1989.
 
 
Op 20 juni 1988 werd 'De Arend' (met haar drie rijtuigen), na een eerste opknapbeurt in Tilburg, in delen naar de werkplaats te Roosendaal overgebracht, waar de montage zou plaatsvinden. Foto Marius Broos, 8 mei 1989.
 
 
Vanaf medio 1988 kwam de werkplaats Roosendaal vol te staan met museummaterieel dat niet alleen flink onderhoud maar zelfs restauratoe nodig had. daartoe behoorden naast 'De Arend' met haar drie rijtuigen ook het dieselmotorrijtuig 41 ('Blauwe Engel'), de stoomlocomotief NS 3737 en de elektrische treinstellen 252 en 273. Locomotief 1010, eigendom van de STIBANS en bestemd voor het Nederlands Spoorwegmuseum, werd al op 18 april 1989 uit Roosendaal naar de hoofdwerkplaats Tilburg overgebracht voor een schilderbeurt. Op 12 mei 1989 zou het treinstel NS 252 van de STIBANS uit Bergen op Zoom naar Roosendaal terugkeren. Na het opknappen van het uiterlijk door de firma Jansen zouden medewerkers van deze (voor de jubileumviering zeer belangrijke) stichting het in Roosendaal zoveel mogelijk compleet maken. Foto Marius Broos, 8 mei 1989.
 
 
De drie rijtuigen, van rechts naar links: diligence (1e klasse), chars à banc (2e klasse) en waggon (3e klasse) staan in de werkplaats Roosendaal. Foto Marius Broos, 8 mei 1989.
 
 
Een beeld van 'De Arend' in de werkplaats Roosendaal, klaar om te gaan rijden. Foto Marius Broos, 8 mei 1989.
 
 
Nog een beeld van 'De Arend' in de werkplaats Roosendaal. Achter de replica staat locomotief NS 512 die toen 's morgens en s'avonds met een rijtuig plan E dienst deed voor het vervoer van NS'ers uit Tilburg tussen het station en de werkplaats.
Foto Marius Broos, 8 mei 1989.
 
 
Op 6 juli 1988 is locomotief NS 512 met rijtuig plan E 37.363 onderweg met personeel vanaf het station naar de werkplaats.
 
 
Aan het rijtuig plan E 37.363 hangt het speciale koersbord met de tekst 'Pendelvervoer Wpl.-station Rsd v.v.'
 
 
Op 8 maart 1989 staat locomotief NS 512 bij de werkplaats gereed met rijtuig plan E 37.363 voor de terugreis naar het station.
Links staat locomotief NS 647 op het spoor, dat een derde rail heeft gekregen voor de proefritten met 'De Arend'.
 
 
Nog twee beelden van 'De Arend' in de werkplaats Roosendaal. Goed is de derde rail te zien, die op dat werkplaatsspoor, zowel in als vóór de werkplaats, moest worden aangelegd om de breedspoorlocomotief te kunnen plaatsen en te laten rijden. Rechts poseren twee oud-machinisten uit Roosendaal naast 'De Arend'.
Links is dat Jan Matthijssen (* 09-02-1926 te Roosendaal, + 22-11-1997 te Roosendaal), bekend als schrijver van de boeken 'Getuige van een Donkere Tijd' en 'Sporen door het Water, alsmede verzamelaar van alles wat met 'Het Spoor' te maken had.
Rechts is dat de in Friesland geboren Tjalling Zijlstra, die op dat moment 91 jaar oud was en als jochie kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bij de NFLS in dienst was getreden. Foto Marius Broos, 8 mei 1989.

 
 
Na de goedkeuring van het Stoomwezen op 18 april 1989 mocht locomotief 'De Arend' op 9 mei 1989 voor het eerst op eigen kracht naar buiten. Foto Marius Broos, 9 mei 1989.
 
 
Op het daarvoor aangelegde stukje breedspoor vóór de werkplaats Roosendaal vonden onder leiding van een instructeur (in stofjas) de opleidingsritten voor 18 machinisten plaats. Dat gebeurde in groepjes van steeds drie machinisten uit de gewone dienst, die zich bij hun werkgever hadden gemeld voor dit aparte baantje. Het echte werk gebeurde in wisselende diensten gedurende zes weken. Foto Marius Broos, 9 mei 1989.
 
 
Locomotief 'De Arend' begint aan zijn eerste meters in de rijdende dienst te Roosendaal. Foto Marius Broos, 9 mei 1989.
 
 
Locomotief 'De Arend' ontmoet een 'sik' voor de werkplaats te Roosendaal. Foto Marius Broos, 9 mei 1989.
 
 
Duidelijk is het driemanschap onder leiding van de instructeur (in stofjas) te zien. Die man liet zich overigens best wel eens gelden, getuige het opgestoken vingertje. Het toegangswissel was steeds het eindpunt van de rit. Foto Marius Broos, 9 mei 1989.
 
 
Na enkele ritten heen en terug, zowel 's morgens als 's middags, was het al weer vroeg opstappen. Sommigen van hen hadden nog een hele thuisreis voor de boeg. De instructeur geeft de laatste aanwijzingen. Foto Marius Broos, 9 mei 1989.
 
 
De dag in Roosendaal eindigde steevast met het uitscheppen van het vuur, nadat de as uit de rookkast al eerder was verwijderd. Na de 'stoomcursus' theorie hadden de leerlingen het geleerde op 'De Arend' in praktijk gebracht. Als verdere voorbereiding op hun inbreng voor '150 jaar Spoorwegen in Nederland' werd het toen tijd om op elk gezicht een min of meer historische snor en baard à la John Middlemiss (één van de eerste machinisten uit Engeland in 1839) te laten groeien. Foto Marius Broos, 9 mei 1989.