Poes Thijs

 
 
Op 19 november 2008 ontfermden we ons over een 'aanloper'. We noemden hem Thijs. In deze rubriek zijn 36 plaatjes van hem opgenomen.
 
 
Ik ben door mijn pleegouders Thijs gedoopt. Maar of mijn pasfoto voldoet aan de huidige vormvereisten, dat laat ik graag aan de kijker over. Overigens: Ben ik geen beeldje?
 
 
Van tijd tot tijd zit ik graag op de krantenbak te wachten op de dingen die komen gaan. Dat doe ik in alle rust. Ik houd, evenals mijn baas, niet van drukte en veel poespas.
 
 
Ik slaap overal in huis. De luie stoel van mijn baas was lange tijd een van mijn favoriete plekken en met de kussens in de bank wist ik ook goed om te gaan. Tegenwoordig lig ik vaak op zolder in een oude stoel of op het logeerbed. Daar is het pas echt rustig.
 
 
Ik laat niet met mij sollen, laat dat even duidelijk zijn. En als ik in de boekenkast een geschikt plaatsje heb gevonden, dan ga ik ook niet zo maar weg, al veroorzaakte ik wel de nodige hilariteit toen ik naast het boek De ramp van Kees Slager lag.
 
 
Zoals gezegd, lig ik graag in de luie stoel van mijn baas. Soms zak ik letterlijk in slaap. Ben ik niet aandoenlijk?
 
 
Soms weet ik ook niet hoe lui ik in die stoel moet liggen. Ik kan er uren in doorbrengen. Maar kom niet aan mijn buik, want dan zet ik de scherpe nagels van mijn voorpoten en twee hoektanden in je handen.
 
 
Als ik eten wil hebben en ik krijg het niet gauw genoeg van mijn baas, dan ga ik, terwijl hij eraan werkt, op zijn bureau voor het toetsenbord liggen of voor zijn neus zitten. Zeker helpt dat, als ik met mijn poten tegen zijn spullen aan tik en deze laat rollen.
 
 
Werken is mij volkomen vreemd, op andermans werk liggen niet. Totdat mijn baas het werk onder mij vandaan trekt.
 
 
Een van mijn geliefde plekjes om op dinsdagavond op het vrouwtje te wachten was het languit liggen op de scanners naast de computer. Maar daar heeft mijn baas inmiddels ook een einde aan gemaakt.
 
 
Toch moet je die mensen altijd in de gaten houden, vanaf een kussen, de computer of vanuit een kast of de bank.
 
 
Als mijn baas in zijn luie stoel zit, mag ik hem graag gezelschap houden. Dat houdt hij hooguit een anderhalf uur vol, want mijn gewicht van 5,5 tot 6 kilo maakt dat hij uiteindelijk opstaat. Hij krijgt er kramp van in zijn benen.
 
 
Toch ben ik niet van kwade wil. Als mijn baas een van zijn tijdschriften leest, mag hij dat gerust op mijn lijf leggen. Dan hoeft hij het niet zo omhoog te houden.
 
 
Uiteraard mag mijn baas in zijn luie stoel zitten en ik slaap zelfs graag op zijn knieen. Het slot van het liedje is echter dat hij op stap moet en mij in zijn stoel neerlegt.
 
 
Gelukkig zit het vrouwtje ook wel eens in zijn stoel te lezen en dan zijn die warme benen van haar zeker zo lekker. Uit puur genoegen, en zonder dat ik er eigenlijk erg in heb, knijp ik mijn nageltjes wel eens samen, zodat ze het uitgilt van de pijn en haar knieen na een paar minuten vol krassen zitten.
 
 
Maar onder haar benen is het ook leuk. Dat heet 'onder schoot' in plaats van 'op schoot'.
 
 
En dit heet 'naast schoot'. Samen op een winterse namiddag in de bank slapen, zonder last van elkaar te hebben.
 
 
Tot nu toe krijg je van mij misschien de indruk dat ik altijd binnen lig. Maar dat is beslist niet het geval. Van 's avonds laat tot 's ochtends vroeg ben ik meer dan eens in de buurt op sjouw (echter niet midden in de wintermaanden). Wat ik dan allemaal doe, heb ik nog nooit aan iemand verteld. Om een uur of half zeven in de ochtend meld ik mij dan weer bij mijn baas en krijg ik mijn brokjes.
Na zo'n vermoeiende nacht is het vervolgens goed toeven op zolder, in een luie stoel op het dakterras of op het logeerbed. Dan slaap ik uit tot een uur of drie in de middag. Na het eten kruip ik graag op schoot bij mijn baas of zijn vrouwtje. Maar bij droog weer is ook de tuin mijn domein. Bij erg warm weer kan ik zo maar ergens in slaap vallen. Je moet me hier niet storen. Ik hou wel altijd een oogje in het zeil, als het moet vanaf de rand van het dak. Van hieruit overzie ik mijn hele territorium en ben ik het mannetje...
 
 
Sinds de zomer van 2012 lig ik ook vaak in een opgerold stuk scheepstouw in een hoek van de tuin, vanwaar ik alles in mijn omgeving in de gaten kan houden.
 
 
Maar waar ik ook heerlijk kan slapen, zonder mij iets van de buren of de vogels aan te trekken.
 
 
Als het heel warm is, heb ik het scheepstouw niet nodig en slaap ik gewoon op de grond. Dat ik dan stoffig wordt, interesseert mij niet.
 
 
Sinds het najaar van 2014 lig ik ook graag in mijn mandje op de salontafel. Want altijd bij een van de baasjes op schoot is ook niet alles.
 
 
Zoals u ziet, ik pas precies in mijn mandje en ik kan het er een hele nacht in uithouden.
 
 
Mandjes, kratten en houten bakjes, waar ze ook staan, ik kan me er netjes in kwijt, als ze maar in de buurt van mijn baasje zijn.
 
 
Of ze nu op de zolder, op het dakterras, op een van de kamers, in de garage of in de tuin staan, ik vind alles best.
 
 
Tot zover de reportage over mijn luie poezenleven. Overigens heb ik steeds gesproken over mijn baas en zijn vrouwtje. Maar eigenlijk heeft een hond een baas en ik mijn personeel. Tot slot toch nog een pasfoto van mij en dan recht van voren, zoals dat nu wettelijk verplicht is. Ben ik geen beeldje?