Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
 

Lijn 12 in oude ansichten

 
In aansluiting op de serie 'Het station Essen in oude ansichten' is het niet meer dan logisch om een rit vanuit dit station naar Antwerpen Centraal te maken. In Ekeren maken we nog kennis met een paardentram en in aansluiting daarop een stoomtram. Dit is een verhaal in woord en beeld in bijna veertig plaatjes.
 
 
Met verwijzing naar de rubriek 'Het station Essen in oude ansichten' laten we dit stationsgebouw uit 1903 achter ons liggen. Het eerste stationsgebouw deed dienst vanaf de opening van de lijn op 3 juli 1854 tot de afbraak in 1901. De stationsdienst werd tijdelijk vanuit een loods waargenomen. In 1903 kwam het huidige stationsgebouw in gebruik, tot 14 mei 1950 met de naam Esschen en daarna als Essen.
 
 
Met ingang van 13 november 1881 kreeg het dorp Wildert een spoorweghalte. Aanvankelijk was er slechts een gelegenheid op- en af te stappen bij de wachterswoning aan de Sint Jansstraat, maar in 1891 kwam er een heus haltegebouw dat het zou uithouden tot in 1996, al stond het de laatste jaren wel leeg en verlaten. De ansichtkaart uit circa 1910 toont het gebouw links aan de straatzijde, terwijl rechts het in het 'belle epoque' gebouwde logement van Lens-Keustermans staat.
 
 
Het haltegebouw van Wildert hield het meer dan een eeuw uit en had in al die jaren eenzelfde uiterlijk. Nooit is er iets aangebouwd of zelfs maar afgebroken. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Een reizigerstrein uit Essen, getrokken door een 2B-locomotief van het type 18 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) nadert het perron te Wildert. Van deze machines zijn er in de jaren 1902-1905 maar liefst 134 stuks geleverd. Een behoorlijk aantal deed dienst voor de 'bloktreinen' tussen Brussel en Antwerpen. Links van het stationsgebouw staat het logement 'Belle-Vue' van Lens-Keustermans. Het gebouw is nog steeds aanwezig, zij het al vele decennia niet meer als hotel en inmiddels ook al niet meer als 'Beenhouwerij Alex'. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Aan de noordoostzijde van de overweg in de Sint Jansstraat verrees kort na 1900 het fraaie logement 'Belle-Vue' van Lens-Keustermans. Het gebouw is nog steeds aanwezig, zij het al vele decennia niet meer als hotel en inmiddels ook al niet meer als 'Beenhouwerij Alex'. De overweg werd afgesloten met rolschuifbarelen, zoals destijds in Belgie heel veel voorkwam en in Nederland nauwelijks. De bediening van de beide barelen gebeurde met het grote handwiel aan de noordwestzijde van de overweg, dat nog juist op de ansichtkaart is te zien, evenals de trekdraden tussen de barelen aan de west- en de oostzijde. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
In de jaren 1920-1930 kreeg de overweg in de Sint Jansstraat wipsluitbomen met traliewerk, bediend via een handelinrichting op het perron bij het stationsgebouw. Dit was in Nederland een al veel langer gebruikelijke constructie. Ansichtkaart uit circa 1950.
 
 
Rijdend in zuidelijke richting passeren we de overweg aan de Boterbergen (sinds 1957 een viaduct). Een trein uit Essen, getrokken door een 1B-locomotief van het type 1 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) nadert de overweg met links een wachtershuisje of wachtpost (voor de aflosser) en rechts de wachterswoning voor de ter plaats vast aangestelde wachter. In tegenstelling tot die in Wildert werden de rolschuifbarelen hier elk apart bediend. Dat moest ook wel vanwege de grote onderlinge afstand en de schuine snijding van de weg met de spoorweg. Van de sneltreinlocomotieven van het type 1 (oud) werden er in de jaren 1864-1884 maar liefst 153 gebouwd in verschillende uitvoeringen. De laatsten gingen buiten dienst in de jaren 1922-1926. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Het eerste stationsgebouw van Kalmthout deed dienst vanaf de opening van de lijn op 3 juli 1854 tot de afbraak in 1894. In dat jaar kwam het huidige stationsgebouw in gebruik. Het is een stationsgebouw van een type waarvan er in Belgie in die jaren velen zijn neergezet. Tot 15 augustus 1940 droeg het de naam Calmpthout en daarna Kalmthout. Tot de opheffing van het plaatskaartenkantoor bleef het pand nagenoeg onveranderd. Kort daarna werd echter de lage aanbouw aan de zuidzijde afgebroken. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Een trein uit Essen, getrokken door een 1B-locomotief van het type 1 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) nadert het station van Kalmthout. De reizigers op het perron maken zich gereed om in te stappen. Van de sneltreinlocomotieven van het type 1 (oud) werden er in de jaren 1864-1884 maar liefst 153 gebouwd in verschillende uitvoeringen. De laatsten gingen buiten dienst in de jaren 1922-1926. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Vanaf de straatzijde van het stationsgebouw in Kalmthout is goed het destijds in gebruik zijnde seinhuis aan de noordzijde van de overweg te zien. Het gebouw had in Belgie soortgenoten in eenzelfde uiterlijk en verdween bij de elektrificatie van de lijn Antwerpen - Essen in 1957. Ansichtkaart uit circa 1930.
 
 
Van de halteplaats Kijkuit aan de Kijkuitstraat in Kalmthout (in dienst op 15 mei 1933 en tijdelijk opgeheven vanaf 10 mei 1940 tot 15 december 1940) zijn geen ansichtkaarten bekend. Wel van het in de buurt gelegen café van J. van Sprundel-Lambrechts, die heel wat verschillende bieren kon tappen. Het gebouw is nog steeds aanwezig.
 
 
In het bijzonder voor dagjestoeristen vanuit Antwerpen naar de Kalmthoutse Heide werd met ingang van 3 januari 1897 een halte met de naam Heide in dienst gesteld bij de wachterswoning aan de latere Heidestatiestraat / Max Temmermanlaan. Maar ook Antwerpen was in trek bij de mensen uit deze omgeving.
Langzaam kwam laat in de middag de omnibustrein uit Antwerpen in Heide tot stilstand. Het laatste rijtuig staat nog maar nauwelijks vrij van de overweg. De rolschuifbarelen blijven nog gesloten. In de verte links ligt de Kalmthoutse Heide. Drommen reizigers zijn uit de trein gestapt en worden aan de zuidzijde van het perron bij de overweg staande gehouden voor de eindcontrole. Hun treinkaartje (een retourtje Heide - Antwerpen) zal daarbij worden ingenomen, zodat de boekhouding van de spoorwegmaatschappij weer kan worden bijgewerkt. Het deert hen niet, ze hebben immers een mooie zondag beleefd in de Antwerpse Zoo of in de stad. Maar eerst moeten de reizigers uit Heide naar Kalmthout en Essen nog langs de controleurs.
Op de overweg staat een spoorwegman een oogje in het zeil te houden. Enkele kinderen hebben zich opgesteld tegen de rolschuifbareel, in afwachting van de begroeting van hun vader, moeder of andere familieleden. Vanuit het raampje in het portier van hun treinrijtuig wordt de zondagse drukte aanschouwd door reizigers op weg naar Kalmthout of Essen.
De ansichtkaart uit circa 1905 is een goede illustratie van de soms overstelpende drukte in Heide op zomerse zondagen. Het zou nog tot 1911 duren, voordat er links in beeld een heus stationsgebouw zou verrijzen. Pas toen was bij een overstelpende drukte de controle aan het begin van het perron verleden tijd.
 
 
Na het vertrek van de trein werden de barelen aan weerszijden van de overweg opengeschoven en konden zowel de reizigers als ook de passanten hun weg naar huis in Heide vervolgen. Terwijl de eerste mensen al aan de overkant zijn, is de controle van de uitgestapte reizigers is nog in volle gang. Rechts staat een houten keet als wachtgelegenheid voor de reizigers naar Antwerpen. Het grote gebouw aan de toenmalige Heidestatiestraat (rechts in beeld) is op menig ansichtkaart te zien. Ansichtkaart uit circa 1905.
 
 
In 1911 kwam er op de kale zandvlakte in de voorgrond het stationsgebouw van Heide tot stand. We herkennen op deze ansichtkaart het grote gebouw (links in beeld) aan de toenmalige Heidestatiestraat, de houten keet in het midden als wachtgelegenheid voor reizigers naar Antwerpen, het bord met de naam Heide, de overweg met de rolschuifbarelen en de bijbehorende wachterswoning. Deze woning werd gebouwd in 1854 en kreeg in latere jaren een zolderverdieping met kleine raampjes, want gezinnen van overwegwachters hadden soms toch wel erg veel kinderen. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Hoogstwaarschijnlijk is de ansichtkaart gemaakt bij gelegenheid van de feestelijke opening in 1911 van het nieuwe stationsgebouw te Heide. Er is nog geen sprake van een inrichting of bestrating van het stationsplein.
 
 
Het vermoeden dat is geuit bij het vorige plaatje blijkt echter niet juist te zijn, als we deze ansichtkaart bekijken. De fotograaf die zijn platen afleverde bij uitgever F. Hoelen in Kapellen maakte uiteraard meer opnamen, in de hoop dat er minstens een bij zijn opdrachtgever in de smaak zou vallen. Bij dit beeld krijg je eerder het vermoeden dat er een kerkelijke manifestatie aan de gang is, of de onthulling van een beeld of gedenkplaat, of misschien wel een toespraak van een vakbondsvoorman. Wie zal het zeggen? Een feit is wel dat de opname op dezelfde dag is gemaakt als de voorgaande plaat. En omdat er nog geen sprake is van een inrichting of bestrating van het stationsplein, houden we 1911 als jaartal aan.
 
 
De straatzijde van het stationsgebouw te Heide. Zo rustig het op een werkdag was, zo druk kon het op zondag zijn als vele stedelingen Antwerpen ontvluchtten op zoek naar rust op de heide of vertier in de buitenlucht. Ansichtkaart uit circa 1920.
 
 
Een trein uit Antwerpen Centraal, getrokken door een 2B-locomotief van het type 66 (nieuw) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB), later NMBS, rijdt Heide voorbij, op weg naar Essen. Maar liefst 42 stuks van deze Pruisische sneltreinlocomotieven werden na 1919 als herstelbetaling volgens het Verdrag van Versailles aan Belgie uitgeleverd. Zij kregen de nummers 6600 t/m 6634, 6638, 6639, 6641, 6645, 6654, 6671 en 6676. De laatste machines gingen buiten dienst in de jaren 1948-1949. Ansichtkaart uit circa 1930.
 
 
Een D-trein uit Roosendaal, getrokken door een 2C-locomotief van het type 9 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB), later NMBS, passeert Heide, op weg naar Brussel. Enkele reizigers staan op het perron te wachten op de stoptrein in de richting Antwerpen. De stationschef houdt de gang van zaken vanaf het andere perron in het oog. De perronoverkapping steunt slechts op twee kolommen, een wat fragiele constructie. Van de sneltreinlocomotieven van het type 9 (oud) werden er 64 in de jaren 1909-1914 gebouwd. Zij hadden later de nummers 4001 t/m 4064. De locomotief op deze ansichtkaart rijdt nog zonder windleiplaten, maar na 1935 werden ze allemaal voorzien van deze uitrusting. De laatste machines gingen buiten dienst in 1951. Ansichtkaart uit circa 1930.
 
 
Een D-trein uit Roosendaal, getrokken door een 2B-locomotief van het type 66 (nieuw) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB), later NMBS, passeert Heide, op weg naar Brussel. Enkele reizigers begeven zich naar het perron voor de stoptrein in de richting Antwerpen. De stationschef houdt de gang van zaken vanaf het perron in het oog. Van de Pruisische sneltreinlocomotieven van het type 66 (nieuw, type S 6 in Pruisen) werden er 42 stuks na 1919 als herstelbetaling volgens het Verdrag van Versailles aan Belgie uitgeleverd. Zij kregen de nummers 6600 t/m 6634, 6638, 6639, 6641, 6645, 6654, 6671 en 6676. De laatste machines gingen buiten dienst in de jaren 1948-1949. Ansichtkaart uit circa 1930.
 
 
Een internationale D-trein uit Roosendaal, getrokken door een 2B1-locomotief van het type 69 van de 'Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen' (NMBS), passeert Heide, op weg naar Brussel. De locomotief is er een van het Pruisische type S 9. Zij behoort tot circa tweeduizend machines van allerlei verschillende typen, die Duitsland na de verloren Eerste Wereldoorlog in 1919 als herstel-betaling moest afstaan aan Belgie. Het type 69 werd rond 1935 nog voorzien van windleiplaten. De laatste locomotieven gingen buiten dienst in 1949. Het witte gebouw rechts is al eerder in beeld geweest. Ansichtkaart uit de jaren 1935-1940.
 
 
Een internationale D-trein uit Roosendaal, getrokken door een 2B1-locomotief van het type 69 van de 'Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen' (NMBS), passeert Heide, op weg naar Brussel. De locomotief is er een van het Pruisische type S 9. Zij behoort tot circa tweeduizend machines van allerlei verschillende typen, die Duitsland na de verloren Eerste Wereldoorlog in 1919 als herstel-betaling moest afstaan aan Belgie. Het type 69 werd rond 1935 nog voorzien van windleiplaten. De laatste locomotieven gingen buiten dienst in 1949. Ansichtkaart uit de jaren 1935-1940, gebaseerd op een andere uitsnede van de foto als de vorige uitgave.
 
 
Met ingang van 1 juli 1911 kwam er aan de straatweg tussen Kalmthout en Kapellen een spoorweghalte. Eigenlijk ging het slechts om een beperkt aantal treinen, die hier gelegenheid gaven tot op- en afstappen. Of de bewoners van de naastgelegen wachterswoning er veel bemoeienis mee hadden, valt te betwijfelen. De situatie aan de overweg valt overigens te vergelijken met die aan de Boterbergen. Schuin tegenover de woning stond nog een wachtpost voor de aflosser en verder was de overweg uitgerust met rolschuifbarelen. De halte heette tot 15 augustus 1940 Cappellenbosch, vervolgens tot 20 mei 1951 Kapellenbosch en dan tot de sluiting op 28 mei 1994 Kapellenbos. Ansichtkaart uit circa 1920.
 
 
Desalniettemin stond er in Kapellenbos nog wel iets meer dan alleen maar een wachterswoning. Of er in het gebouwtje met daarop de naam van de halte Cappellenbosch ook een treinkaartje kon worden gekocht, is onbekend. De schuurtjes aan weerszijden van dit gebouwtje lijken wel wat op varkensstallen, maar zullen wel hebben gediend als bergplaatsen voor de Dienst van Weg en Werken.
 
 
Het station Kapellen met wachtende reizigers naar Antwerpen en spoorwegpersoneel dat aan het werk is. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Een reizigerstrein uit Essen, getrokken door een 1C-locomotief van het type 31 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) nadert het perron met wachtende reizigers. Het stationsgebouw van Kapellen deed in de oorspronkelijke uitvoering dienst vanaf de opening van de lijn op 3 juli 1854 tot de algehele metamorfose in 1935. In dat jaar kreeg het pand door een flinke verbouwing een andere uitstraling, zonder dat er sprake was van een duidelijke bouwstijl. Tot 15 augustus 1940 droeg het station de naam Cappellen en daarna Kapellen. Overigens stond in Herentals een in bouwstijl identiek stationsgebouw. Op de achtergrond staat de goederenloods (met zadeldak), die het na de Tweede Wereldoorlog nog vele decennia zonder zadeldak zou uithouden. Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
Uit Antwerpen is zojuist een reizigerstrein, getrokken door een 1C-locomotief van het type 31 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) in Kapellen tot stilstand gekomen. De reizigers stromen de trein uit. Van het locomotieftype 31 zijn in 1900 slechts twaalf stuks gebouwd. Zij deden onder meer dienst vanuit de stelplaats Antwerpen Stuyvenberg (later Dam) in de stoptreinen naar en van Essen en in stukgoederentreinen.
Vanuit een raam op de verdieping van de wachterswoning aan de zuidzijde van het stationsgebouw (zie ansichtkaart iets verderop) is zichtbaar dat Kapellen aan de noordoostzijde van de spoorweg nog nagenoeg onbebouwd en onbebost is. Ook zien we (van rechts naar links) de schuilgelegenheid op het perron naar Antwerpen, de wachtpost bij de overweg (oostzijde), een goederentrein op een van de zijsporen en wat lossen wagens, alsmede de goederenloods (met zadeldak). Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 
 
 
 
Uit Antwerpen is zojuist een reizigerstrein, getrokken door een locomotief van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) in Kapellen tot stilstand gekomen. De reizigers stromen de trein uit.
Vanuit een raam op de verdieping van de wachterswoning aan de zuidzijde van het stationsgebouw (zie ansichtkaart iets verderop) is zichtbaar dat Kapellen aan de noordoostzijde van de spoorweg nog nagenoeg onbebouwd en onbebost is. Ook zien we (van rechts naar links) de schuilgelegenheid op het perron naar Antwerpen, de wachtpost bij de overweg aan de westzijde, een enkele goederenwagen op een van de zijsporen. De latere goederenloods (met zadeldak) is nog niet gebouwd. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Vanuit een raam op de verdieping van de wachterswoning aan de zuidzijde van het stationsgebouw Kapellen (zie ansichtkaart verderop) is ook de drukte op het Stationsplein te zien. Rijtuigen en koetsen staan klaar om de reizigers af te halen. Rechts bevindt zich de zuidelijke aanbouw van het stationsgebouw. De fotograaf kijkt in noordwestelijke richting naar de bebouwing tegenover het stationsgebouw en aan de overzijde van de Stationsstraat.
 
 
Vanuit noordelijke richtingbij de overweg zien we naast het stationsgebouw van Kapellen uit 1854 de in datzelfde jaar gebouwde wachterswoning (weliswaar met een later opgebouwde zolderverdieping), een zojuist vertrokken trein en de wachtpost aan de noordoostzijde van de overweg (links). De overweg is uitgerust met rolschuifbarelen.
De voorgaande plaatjes met de drukte op het perron en op het Stationsplein zijn genomen vanuit een raam op de verdieping van de wachterswoning. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Vanuit een hooggelegen standpunt aan de noordoostzijde van het station Kapellen zien we naast het stationsgebouw van Kapellen uit 1854 de in datzelfde jaar gebouwde wachterswoning (weliswaar met een later opgebouwde zolderverdieping) en een uit Antwerpen aankomende trein, getrokken door een 1B1-locomotief van het type 12 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB). Bij de overweg staat een bord met het opschrift: Verboden door de barreelen in of uit te gaan. Défense d'entrer dans la station ou d'ensortir par les barrières. Maar wie van de Kapellenaren kon in die tijd nu echt Frans lezen.
 
 
Vanuit noordwestelijke richting zien we de straatzijde van het stationsgebouw van Kapellen. Destijds kon je er nog rustig zitten en kijken wie er allemaal met de trein op stap gingen of aankwamen in het dorp. Het bord is voorzien van een tweetalig opschrift en waarschuwt reizigers dat ze via de ingang van het stationsgebouw naar het perron dienen te gaan, want het is: 'Verboden door de barreelen in en uit de statie te gaan'. Foto uit circa 1910.
 
 
Om onduidelijke redenen onderging het stationsgebouw van Kapellen in 1935 een complete wijziging. Voortaan was er geen woonruimte meer voor de stationschef, alleen een hal met plaatskaartenkantoor (loketten) en wat lokalen voor de spoorwegdienst.
Ansichtkaart uit circa 1965.
 
 
De straatzijde van Kapellen was nagenoeg identiek aan de perronzijde. Het aantal deuren was teruggebracht tot alleen de ingang voor reizigers. Over de vormgeving van het geheel kan men redetwisten. Ansichtkaart uit circa 1965.
 
Van de halteplaatsen Heikestraat (in dienst op 15 mei 1933 en opgeheven bij de inval van de Duitsers 10 mei 1940) en Sint-Mariaburg  (in dienst op 15 mei 1933) zijn geen ansichtkaarten bekend.
 
 
Een van de oudste ansichtkaarten laat ons in Ekeren een 1B-locomotief van het type 1 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) zien. Van deze sneltreinlocomotieven zijn er in de jaren 1864-1884 maar liefst 153 machines gebouwd. Ze hadden nog een bijna geheel open machinistenstandplaats, maar waren geschikt voor 100 km/h. Na 1890 daalden de machines geleidelijk af naar secundaire lijnen. In 1909 deden zij onder andere dienst vanuit de stelplaats Berchem (Antwerpen). In 1911 waren er nog 93 in dienst en in 1921 nog 41. In de jaren 1922-1926 gingen zij allemaal aan de kant. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
In tegenstelling tot het inmiddels deels gesloopte stationsgebouw van Kalmthout is dat van Ekeren uit 1890 tot op de dag van vandaag nagenoeg ongeschonden gebleven. Het eerste stationsgebouw van Ekeren deed dienst vanaf de opening van de lijn op 3 juli 1854 tot de afbraak in 1890. In dat jaar kwam het huidige stationsgebouw in gebruik. Het is een stationsgebouw van een type waarvan er in Belgie in die jaren velen zijn neergezet. Tot 15 augustus 1940 droeg het de naam Eeckeren en daarna Ekeren. Overigens is het pand inmiddels al heel wat jaren voor andere doeleinden in gebruik. Ansichtkaart uit circa 1920.
 

Een reizigerstrein uit Essen, getrokken door een C-locomotief van het type 44 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) nadert het perron in Ekeren. Er zijn nogal wat reislustigen naar Antwerpen. De schuilgelegenheid rechts is nog tot in onze tijd overeind gebleven. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Een trein uit Essen, getrokken door een 1B-locomotief van het type 1 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB) stopt in Ekeren. Een meute reizigers popelt van ongeduld om in te stappen en Antwerpen te bezoeken. De stenen abri werd pas in de jaren negentig afgebroken. De rolschuifbarelen aan weerszijden van de overweg waren al lang voor de Tweede Wereldoorlog verdwenen.
Sinds de jaren zeventig ligt hier een viaduct. Van de locomotieven van het type 1 (oud) werden er in de jaren 1864-1884 maar liefst 153 gebouwd in verschillende uitvoeringen. De laatsten gingen buiten dienst in de jaren 1922-1926. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Nogmaals de overweg ten zuiden van het station. De trein is zojuist vertrokken en de rolschuifbarreel is in de uitgangspostie geplaatst. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Vanaf hoogstwaarschijnlijk zondag 4 mei 1902 tot zondag 25 oktober 1908 vertrok er vanaf het stationsplein te Ekeren een paardentram in noordelijke richting. De tram bracht inwoners van Sint-Mariaburg, die hun besognes in Antwerpen hadden, op werkdagen naar het spoorwegstation Ekeren en ‘s avonds weer terug. De tram sloot zo goed mogelijk aan op de treindienst. Op zomerse zondagen liepen de verkeersstromen in tegengestelde richting. De stadsbevolking trok dan massaal naar het ‘Zwemdok’ of de heide op en vooral ook naar de vele eet- en drinkgelegenheden om daar van frisse lucht en andere versnaperingen te genieten.
Het paardentramlijntje was maar kort. Zonder een enkel wissel ging het circa 700 meter in noordelijke richting tot de overweg bij het café ‘De Nootschelp’. Aan de andere zijde van de overweg vertrok een stoomtrammetje die de liefhebbers naar het 'Zwemdok' bracht, circa 1750 meter verderop. In 1905 werd de lijn verlengd tot Rustoord en in 1909 tot de buurtschap Kaart in de gemeente Brasschaat. Het smalspoor van 750 mm had toen een lengte van ongeveer 5,5 kilometer. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
De paardentram is aangeduid met de streepjeslijn links vanaf het spoorwegstation (letter S). Aan de overweg bij het café ‘De Nootschelp’ (letter N) begon de stoomtram in de Geestenstraat (stippellijn), overgaand in een doorgetrokken lijn. Het 'Zwemdok' bevond zich bij de letter Z. Tot zondag 25 oktober 1908 reed de paardentram. Op die dag werd deze en vervangen door een stoomtram langs de Biststraat (ten oosten van de spoorweg). De zijtak in de Geestenstraat (stippellijn) werd gedegradeerd tot een raccordement voor goederenvervoer in aansluiting op de spoorweg.
 
 
De stoomtram rijdt door Sint-Mariaburg. Na de inval van de Duitsers in 1914 verdween de stoomtram tussen het spoorwegstation Ekeren en de buurtschap Brasschaat Kaart definitief van het toneel. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Bij voorkeur stopte de stoomtram bij een hotel of een café, zoals bij het café De Nieuwe Rafel van F. Thijs-Smet in Sint-Mariaburg. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Weer terug bij de paardentram. Op zomerse zondagen trok de Antwerpse stadsbevolking massaal naar het ‘Zwemdok’ in Ekeren of de heide op en vooral ook naar de vele eet- en drinkgelegenheden in Ekeren en Sint-Mariaburg, zodat men daar van frisse lucht, vertier en versnaperingen kon genieten. De paardentrams stonden steeds gereed. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Het plein voor het spoorwegstation van Ekeren kende op zomerse zon- en feestdagen vele reizigers uit Antwerpen. Ook in het dorp was het dan een drukte van belang. De paardentrams stonden steeds gereed. Gedeelte van een ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Ferdinand Charles Louis Antoine graaf De Baillet-Latour (geboren op 21 januari 1850 te Brussel en overleden op 18 september 1925 te Brussel was een Belgisch politicus en burgemeester voor de Katholieke Partij. Hij was de laatste telg uit zijn gereputeerde familie die politiek actief was.
Zijn vader, graaf Alfred de Baillet, genoot aanzien als commissaris van de Société Générale de Belgique en als bestuurder van de Nationale Bank. Zijn grootvader, Ferdinant de Baillet was gouverneur van de provincie West Vlaanderen geweest onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
De Baillet was grondeigenaar, voornamelijk in Brasschaat en Boortmeerbeek. Zijn politieke loopbaan begon in de 'Commissie der Burgerlijke Godshuizen' in Brasschaat (1890-1902). Hij was burgemeester in deze gemeente (1902-1908) en ook provincieraadslid. In 1908 werd hij gouverneur van de provincie Antwerpen.
Als gouverneur wendde De Baillet-Latour onder meer zijn invloed aan om de wegen en de uitrusting van de gemeente Brasschaat te verbeteren. In 1910 richtte hij de 'Commissie der Wateren' op, die onderzoeken moest op welke manier het best de drinkwatervoorziening in de provincie Antwerpen kon worden georganiseerd. Uit deze Commissie ontstond in 1913 de 'Provinciale en Intercommunale Drink-watermaatschappij van de Provincie Antwerpen' PIDPA. In 1912 nam De Baillet-Latour ontslag als gouverneur en werd hij senator. Hij werd als provinciaal senator verkozen en bleef dit ambt uitoefenen tot in 1921. Over de periode 1913 tot 1921 was hij quaestor van de Senaat (lid, belast met het inwendig beheer van Kamer en Senaat).
 
 
Zo druk het in Ekeren op een zomerse zondag kon zijn, zo stilletjes was het soms op een werkdag. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Zo druk het voor de Eerste Wereldoorlog in Ekeren op een zomerse zondag kon zijn, zo stilletjes was het later op een werkdag. Ansichtkaart uit circa 1935.
 
 
Of op een regenachtige herfstdag. Ansichtkaart uit circa 1935.
 
Van de halteplaatsen Noorderdokken (in dienst op 26 mei 1974), Merksem (tot 15 augustus 1940 Merxem, in dienst op 1 februari 1932 en opgeheven op 3 juni 1956) en Antwerpen Luchtbal (in dienst op 3 juni 1956) zijn geen ansichtkaarten bekend.
 
 
Het eerste stationsgebouw van Antwerpen Dam deed dienst vanaf de opening van de ringspoorweg per 1 januari 1873 tot de afbraak in 1892. In dat jaar verrees er een nieuw stationsgebouw in neo-gotische stijl. In 1907 haalde dit gebouw de internationale pers. Bij het verhogen en het verleggen van de Antwerpse ringspoorweg stond het stationsgebouw in de weg. Het hele gebouw werd circa 1,65 meter opgevijzeld en circa 35 meter verschoven. Van deze operatie is een serie van 24 ansichtkaarten gemaakt. Ansichtkaart uit circa 1935.
 
 
Tot de op de dag van vandaag bleef het stationsgebouw van Antwerpen Dam bijna onveranderd, al is het al enkele decennia niet meer voor de spoorwegdienst in gebruik en al gaat de Hoge-Snelheids-Lijn er pal voor langs, zodat de omgeving alle sfeer uit vroegere tijd heeft verloren. Ansichtkaart uit circa 1950.
 
 
Een kijkje vanaf de zuidwestzijde op het stationsgebouw van Antwerpen Dam. Ansichtkaart uit circa 1910.
 
 
Het stationsgebouw van Antwerpen Oost kwam - ter gelegenheid van de opening als nieuwe stopplaats voor internationale treinen in plaats van het kopstation Antwerpen Centraal - in dienst op 5 oktober 1930. Vanwege de opkomende hegemonie van Koning Auto werd het in 1960 vervangen door een smakeloze nieuwbouw. Het ontwerp is afkomstig van Paul Nouille, bouwmeester bij de NMBS. De ingang werd geflankeerd door twee pijlers met geometrische motieven, en het fiere opschrift 'Internationale Verbiningen'. In latere jaren stopten de internationale treinen in Berchem en verloor Antwerpen Oost haar uitstraling. Ansichtkaart uit circa 1935.
 
 
We besluiten met een ansichtkaart van de monumentale peronoverkapping van Antwerpen Centraal. Op spoor 10 (een van de twee vaste sporen voor de treinen naar en van Essen) rolt een reizigerstrein uit Essen, getrokken door een 1B1-locomotief van het type 12 (oud) van de 'chemins de fer de l'Etat Belge' (EB), het station binnen. Vanuit het spoorwegknooppunt Antwerpen-Centraal was heel Belgie in enkele uren bereikbaar. Ansichtkaart uit circa 1925.
 
 

In de jaren dertig werden er op lijn 12 overdag, in de stille uurtjes, al 'Trains Automotrices' ingelegd. Zij legden de afstand van 33 kilometer in 52 minuten af, niet zo veel tijd meer als tachtig jaar later. Een enkele reis Essen - Antwerpen (Centraal) in de 3e klasse kostte toen 8 frank, in de 2e klasse 14 frank en in de 1e klasse 20,50 frank. We volgen even trein T 1504 (met alleen accommodatie 2e en 3e klasse) in de zomerdienstregeling van 15 mei 1935:
km 00 Essen 10,51 uur ;
km 04 Wildert 10,56 uur ;
km 09 Calmpthout 11,02 uur ;

km 10 Kijkuit 11,04 uur ;
km 11 Heide 11.07 uur ;
km 14 Cappellenbosch 11.11 uur ;
km 18 Cappellen 11.16 uur ;
km 19 Heikestraat 11.18 uur ;
km 20 St. Mariaburg 11.21 uur;
km 21 Eeckeren 11.23 uur ;
km 24 Merxem 11.28 uur ;
km 27 Antwerpen (Dam) 11.32 uur ;
km 31 Antwerpen (Oost) 11.39 uur ;
km 33 Antwerpen (Centraal) 11.43 uur.

 
Voor meer informatie:
Marius Broos, Roosendaal, een spoorwegknooppunt als 's lands voorportaal in het zuiden, 1854-1996
('s-Hertogenbosch 2004), blz. 99-101.
Marius Broos, Het station Essen als 's lands voorportaal in een internationale spoorwegverbinding, 1854-2004,
in: Jaarboek De Spijcker, jrg. 61 (2004), blz. 54-78 (uitgave: Koninklijke Heemkundekring te Essen).

Hugo de Bot, Stationsarchitectuur in Belgie, Deel 1, 1835-1914 (Turnhout 2002)
Hugo de Bot, Stationsarchitectuur in Belgie, Deel 2, 1914-2003 (Turnhout 2003)